Vrijgevochten. Zaans verzet in nationaal perspectief

In 2008 verscheen mijn boek over de betekenis van het Zaanse oorlogsverzet binnen de Nederlandse illegaliteit. Aan de hand van zes Zaanse verzetsstrijders van nationaal belang (Remmert Aten, Dré Ausems, Piet Bosboom, Jaap Buijs, Jan Eikema en George Jambroes) wordt in deze publicatie, met als titel Vrijgevochten, een beeld geschetst van de belangrijke rol die de Zaanse illegaliteit tussen 1940 en 1945 speelde. Hieronder een deel van het inleidende hoofdstuk.

De Zaanstreek is tijdens het interbellum een links en weerbarstig bolwerk. Al in 1933, het jaar van Hitlers machtsovername, neemt de Zaandamse raadsmeerderheid een motie aan van de Onafhankelijke Socialistische Partij om ‘bij eventuele aankoop van goederen Duitse waren te boycotten, in verband met het in Duitsland heersende regime’. Het besluit is een unicum in Nederland, maar tekent de sfeer in dit stukje Noord-Holland. De Nationaal Socialistische Beweging krijgt dan ook in de regio nauwelijks voet aan de grond. Waar de partij van Anton Mussert bij de Provinciale-Statenverkiezingen van 1935 -electoraal gezien haar meest succesvolle jaar- landelijk gemiddeld bijna 8% van de stemmen binnenhaalt, blijft ze in de Zaanstreek steken op 1,6% (Assendelft) tot 4,9% (Wormerveer). Alleen Oostzaan scoort met 6,2% redelijk hoog. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van datzelfde jaar halen de progressieve partijen als vanouds een meerderheid in de meeste Zaanse gemeenteraden, een situatie die zich in 1939 herhaalt.
De rode Zaanstreek is de bezetter een doorn in het oog. Diverse keren beklagen nationaal-socialistische gezagsdragers en uitvoerders zich over de regionale eigenzinnigheid. Wanneer de Limburgse ondernemer Peter Meulenberg, verantwoordelijk voor het roven van de Nederlandse kerkklokken ten behoeve van de Duitse oorlogsindustrie, verneemt dat de Zaandamse werknemers ‘vrijwel allen communistisch georiënteerd’ zijn, geeft hij opdracht om ‘alle arbeiders uit deze en omliggende plaatsen woonachtig direct te ontslaan’. Hij weet zich daarbij gesteund door de autoriteiten. Hanns Albin Rauter zal na de oorlog verklaren ‘dat de gehele Zaanstreek in zeer sterke mate opviel door communistische acties’. En Provinciecommissaris Albert Backer geeft Van Ravenswaays opvolger Vitters bij diens installatie als burgemeester van Zaandam de opdracht om ‘het arbeidende deel der Zaandamse bevolking (…) te verlossen van de marxistische waan van de klassenstrijd’. “De Zaanstreek is een bijzondere streek en de bevolking, zoals men zegt, zeer moeilijk”, legt hij Vitters uit. Het is een vaak geuite nationaal-socialistische klacht over de Zaanstreek, en met name over Zaandam. Van Ravenswaay verblijft wat langer in Zaandam en ziet het probleem in breder perspectief dan zijn superieuren Rauter en Backer. Ook hij voelt zich gehinderd door streekgenoten die ‘communistisch georiënteerd’ zijn of last hebben van ‘de marxistische waan’, maar niet alleen zij bezorgen overlast. In een brief aan Backer beklaagt de burgemeester zich over het algemeen heersende gebrek aan medewerking. “Dan stuit men inderdaad onmiddellijk op bezwaren, die voortvloeien uit de onwelwillende mentaliteit, althans [een] verkeerd inzicht, zoals dit bij ons volk, en dat van Zaandam in het bijzonder, helaas overheersend is en de goede bedoelingen van de bezettingsmacht miskent.”

Het zijn inderdaad niet alleen de gestaalde aanhangers van Marx, Engels en Lenin die dwarsliggen. Ten eerste is daar de machtige Sociaal Democratische Arbeiders Partij, verreweg de grootste politieke partij rond de Zaan. Alleen al de afdeling Zaandam telt naar eigen zeggen eind 1939 1050 leden. Een flink aantal van hen pleegt tussen 1940 en 1945 verzet, veelal gestimuleerd door het partijkader. De anarchistische stroming is eveneens sterk vertegenwoordigd binnen het regionale verzet. De socialisten, communisten en anarchisten zijn representanten van de buitenkerkelijke stroming. Nergens in Nederland, en waarschijnlijk zelfs in Europa, ligt het percentage a-religieuzen zo hoog als in de Zaanstreek. Maar daarmee is nog niet gezegd dat de illegaliteit wordt gedomineerd door vrijdenkers en radicaal-progressieve vertegenwoordigers. Het katholieke bevolkingsaandeel bedraagt in de Zaanstreek ongeveer 15%. In de vooroorlogse jaren maakt de katholieke arbeidersbeweging hier zich los van het behoudende bisdom in Haarlem. Ze doorbreken de verzuilingsgedachte en hun organisaties werken samen met andersdenkenden, zodoende de geboden van hun dogmatische bisschop negerend. Die open houding leidt na de Nederlandse capitulatie tot nauwe banden met de verschillende bloedgroepen binnen de illegaliteit. Onder leiding van de Zaandamse kapelaan Gerrit Groot ontstaat eind 1940 een zeer intensief opererende verzetsgroep die honderden onderduikers verzorgt. Zijn Rooms Katholieke Centrale slaagt er tevens in om de verzetskrant De Typhoon uit te brengen. Het blad heeft in de hongerwinter een oplage van 30.000 stuks en wordt ook buiten de eigen regio gretig gelezen. In de laatste oorlogsfase vestigt de leider van de Binnenlandse Strijdkrachten in Noord-Holland, Johan Wastenecker, zijn hoofdkwartier in de pastorie naast Groots kerk.

Ook de wat kleinere gereformeerde bevolkingsgroep slaagt er in een verzetsbeweging van bovenlokaal belang op te zetten, met name in Zaandam en Wormerveer. De anti-revolutionair Willem Brinkman wordt in april 1943 provinciaal leider van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO), Nederlands grootste verzetsorganisatie. Na een inval in Brinkmans Zaandamse woning, waar hij en zijn vrouw een joods meisje verbergen, neemt stadgenoot Klaas Pos die functie over. Tot aan hun arrestatie in oktober 1943 worden er onder aanvoering van Brinkman en Pos bijna honderd joden en een veelvoud aan niet-joden ondergebracht op schuiladressen in met name de Zaanstreek en West-Friesland. Vanaf augustus 1944 geeft Zaandammer Kees Kraay leiding aan de Noord-Hollandse LO. In Wormerveer zijn het de gereformeerden Henk Toby en Jaap Boot die ook buiten de eigen regio van grote betekenis zijn. Ze raken in een vroeg stadium betrokken bij de productie en distributie van Vrij Nederland en Trouw, een tijdlang de grootste illegale krant van Nederland. Verder onderhouden ze contacten met een Zaans netwerk van gereformeerde en doopsgezinde drukkers en clichémakers, die tienduizenden valse persoonsbewijzen, stempels en andere ondermijnende producten over het land verspreiden.

De hiervoor vermelde namen kunnen worden aangevuld met flink wat andere Zaankanters die provinciaal, nationaal en zelfs internationaal niveau een rol spelen in de strijd tegen de nazi’s. Zo hoort de doopsgezinde socialist Cor Inja zeker thuis in de rij met ‘prominenten’. Nadat hij met zijn joodse echtgenote Ellen Weijl een onderduikadres heeft gevonden, reist hij het land af om geld in te zamelen, joodse kinderen naar veilige plekken te brengen en schuiladressen te regelen voor tal van vervolgden. Via de Werkgemeenschap van Doopsgezinden en Geestverwanten verzorgt het echtpaar ‘niet-arische christenen’ en Duitse gemengd gehuwden. Vanaf 1943 sturen ze duizenden levensmiddelenpakketten naar concentratiekampen in binnen- en buitenland. De financiën en goederen voor hun illegale arbeid worden veelal ter beschikking gesteld door doopsgezinde fabrikanten in de Zaanstreek, met name de families Verkade en Honig.

Van een geheel andere orde is het werk dat geheim agenten verrichten. Twee van de 180 Nederlanders die tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit Groot-Brittannië als geallieerd agent naar Nederland terugkeren komen uit Zaandam (George Jambroes en Maarten Cieremans), één uit Zaandijk (Andreas Ausems). Een vierde, Jan Emmer, komt oorspronkelijk uit Wormer, maar woont daar niet meer als hij in 1941 naar Engeland vertrekt. Alle vier worden ze door de regering in ballingschap uitgezonden met opdrachten die van belang zijn voor heel Nederland. Veel geheim agenten ontmoeten in de weken voor de afsprong boven vaderlands grondgebied Seymour Bingham. Tot kort voor de Duitse inval woont deze Engelsman op de Zaandamse Provincialeweg en werkt hij bij Bruynzeel. Hij slaagt er in om tijdig naar zijn vaderland te ontkomen en bouwt vervolgens in Londen een carrière op bij verschillende inlichtingendiensten. In die hoedanigheid is hij nauw betrokken bij het door geheimen omgeven Englandspiel. Bingham klimt op tot hoofd van de Secret Operations Executive-Dutch section, dat agenten parachuteert in Nederland. Van hen komen er 54 om het leven als gevolg van verraad en -waarschijnlijk- dubbelspel, onder wie Jambroes en Emmer. In het geval van Bingham krijgt de strijd tegen de nazi’s dus een wrange bijsmaak.

De Zaanse aversie tegen de Duitsers is zichtbaar door de inzet van individuen, maar ook in financieel en materieel opzicht. Er bestaat bijna geen ondergrondse organisatie van enig formaat die niet profiteert van Zaanse goederen. Het Staatsbedrijf der Artillerie Inrichtingen is de eerste oorlogsjaren hofleverancier van het gewapend verzet. Diverse Zaanse drukkerijen en aanverwante firma’s maken op grote schaal valse Ausweisen, stempels en etensbonnen. De overvloedig aanwezige voedselindustrie aan de boorden van de Zaan voorziet tienduizenden onderduikers en illegalen van levensmiddelen, vaak zonder daarvoor een vergoeding te vragen. En het Nationaal Steunfonds, de alom tegenwoordige spaarbank van de illegaliteit onder leiding van Walraven van Hall, ontvangt via Zaanse bedrijven en particulieren meer dan ƒ1,5 miljoen aan leningen, zo’n 4% van het bestede totaalbedrag.

scan10004.jpg
Zaandammer George Louis Jambroes in Londen, 1942