Berichten

Nieuw: ‘Strijd. Het Zaanse verzet (1940-1945)’

 De Tweede Wereldoorlog was smerig en ongewis. De Zaankanters die zich keerden tegen de bezetter en zijn handlangers pionierden en probeerden, onwennig als ze waren met de spelregels van de nieuwe, nazistische orde. Dat leidde tot grootse daden, maar ook tot onzekerheden, fouten en soms bovenmenselijke spanningen.
Aan de hand van enkele tientallen Zaanse verzetsstrijders toont mijn nieuwe boek Strijd. Het Zaanse verzet (1940-1945) zowel de veelzijdigheid van het ondergrondse werk als de zoektocht van de stoutmoedigen die tijdens de bezetting hun nek uitstaken.
Alle geportretteerden in deze publicatie namen hun verantwoordelijkheid toen het er op aankwam, soms met fatale gevolgen. Mededogen, altruïsme, (wan-)hoop, wraakgevoelens, opportunisme, levensovertuiging; er was een veelheid aan motieven om het gevecht aan te gaan. Maar wat en hoe ze dat ook deden, de uitvoerders keken niet weg. Ze kozen, daar waar de meerderheid van de bevolking zich -overigens om begrijpelijke redenen- afzijdig hield. Of die keuzes de juiste waren, viel vaak pas achteraf vast te stellen.
Strijd is een poging om de breedte te schetsen van het verzet in de regio, van de gewapende durfal tot de verzorger van onderduikers, van de ondergrondse regelneef tot de koerierster. Beoogd is om via hun wederwaardigheden zowel de diversiteit als de onvermijdelijke rommeligheid van de illegaliteit te tonen.
Strijd (140 pagina’s) kan worden gelezen als een ode aan de Zaankanters die immense risico’s opzochten in een tijd dat je ter vergroting van de overlevingskansen beter kon wegduiken. Door hun bijzondere daden voor het voetlicht te brengen, worden hopelijk ook de vele honderden andere Zaanse verzetsmensen geëerd die tot nu toe in de geschiedschrijving onzichtbaar zijn.

Strijd. Het Zaanse verzet (1940-1945) is voor €17,50 verkrijgbaar via elke Nederlandse boekwinkel en Bol.com.

Unieke foto’s van de Februaristaking

In de zomer van 2016 nam de tachtigjarige Gerard Wijdenes contact op. Of ik geïnteresseerd was in een fotoalbum van zijn ouders, wat boeken over de jaren ’40-’45 in de Zaanstreek en een pak oude oorlogskranten. Dat was ik natuurlijk. Ik bladerde het fotoboek door en stuitte op vier foto’s die blijkens het bijschrift op 25 februari 1941 waren gemaakt in Zaandam. ‘Wauw,’ zei ik. Want hoewel de Februaristaking een unieke gebeurtenis was tijdens de Tweede Wereldoorlog (want de enige keer in heel Europa dat de bevolking opstond tegen de jodenvervolging), dook er pas een jaar eerder voor de eerste keer een foto op waarvan onomstotelijk vaststond dat het de Februaristaking betrof. En plotseling had ik er vier tegelijk in mijn handen.

De in 2015 geopenbaarde opname was gemaakt door een journalist van het socialistische dagblad Het Volk. Decennialang had het kiekje onopgemerkt in het provinciaal archief in Leeuwarden gelegen. Op de foto is te zien was hoe burgers zich verzamelen rond een – niet zichtbare – spreker op het Amsterdamse Raamplein.

Het album met de Zaanse foto’s had jarenlang op de zolder gelegen van Gerard Wijdenes’ zusje Marion. ‘Toen ze bezig was met een grote schoonmaak wilde ze het album op de schroothoop gooien’, vertelt Gerard.’ “Doe maar niet”, zei ik. “Ik kijk wel of ik er een bestemming voor vind.” Die vond hij dus. In het najaar arriveerde opeens per post een doos met daarin het fotoalbum. Het bevatte beelden van de bombardementen in Rotterdam die tijdens de oorlog wijd werden verspreid, kiekjes van de koninklijke familie, vergeelde krantenknipsels en bonnenboekjes. Prachtig materiaal, maar niet uniek. Maar halverwege het boek wachtte me de grote verrassing.

Dirk Wijdenes en zijn vrouw Elisabeth woonden sinds oktober 1935 in hartje Zaandam, aan wat toen de Hoogendijk 10 was. Ze hadden uitzicht op het standbeeld van Czaar Peter. Nu is het een pleintje met veel horeca, destijds waren er een postkantoor, bioscoop, kleine middenstanders en een café gevestigd. Het woonhuis is nog steeds een opvallend pand, genaamd ‘Het Wapen van Friesland’. Tegenwoordig is ook hier horeca gevestigd, maar in die jaren zat er de firma Keg, een comestibleswinkel. Er werden koffie, thee, wijn, zeep en kaarsen verkocht. Dirk was er de bedrijfsleider en woonde dus in een groot appartement boven de zaak. Op een van foto’s in het album is hij te zien in een keurig pak mét plusfour, gepoetste schoenen en een strikje. Hij staat trots tussen zijn personeelsleden op de dag dat er Zweeds wittebrood wordt uitgedeeld. Blijkens het bijschrift is de foto genomen op 8 maart 1945.

Op dinsdag 25 februari 1941, ergens laat op de middag, pakte Dirk of Elisabeth een fototoestel en richtte de lens naar buiten. Rond het beeld van Czaar Peter was sprake een kleine volksoploop. Het waren stakers, die – gretig naar nieuws – richting het centrum waren getrokken. De onrust was overgeslagen uit Amsterdam. En om uit te leggen hoe dat zo kwam, moeten we een paar weken terug in de tijd.

Op zondag 9 februari viel de Weerafdeling van de NSB het Amsterdamse café en variététheater Alcazar binnen, omdat de eigenaars hadden geweigerd het bordje ‘Joden niet gewenst’ op te hangen. Later die dag vernielden door Duitsers gesteunde NSB’ers de ruiten van woningen die toebehoorden aan joden in de buurt van het Waterlooplein. De spanningen liepen op, en het kwam – niet voor de eerste keer – tot gevechten tussen joodse bewoners die hun eigendommen wilden verdedigen en NSB’ers die door de straten schuimden. Daarbij werd – het verhaal is bekend – de WA-man Hendrik Koot doodgeslagen. Het vormde de opmaat tot de eerste grote razzia in Amsterdam, waarbij 427 willekeurige joodse mannen van straat werden geplukt als represaille. De foto’s van de arrestanten op het Jonas Daniël Meijer plein zijn wereldberoemd geworden. Vrijwel alle gevangenen zouden worden vermoord in Mauthausen.

Rood bolwerk

Ook in de Zaanstreek was het onrustig in die dagen. Bij het partijkantoor van de NSB waren eerder al de ruiten ingegooid en ook bij NSB-gezinde families gingen er regelmatig keien door de voorruit. Zaandam en omgeving was van oudsher een rood bolwerk, en de contacten tussen de leden van de Communistische Partij in Amsterdam en Zaandam waren dan ook hecht. Men hield elkaar nauwkeurig op de hoogte. Toen de joodse arrestanten in een colonne van tien gesloten vrachtwagens vanuit Amsterdam naar een tijdelijk kamp in Schoorl werden vervoerd, passeerden ze via de Provincialeweg ook de Zaanstreek. Dat was niet onopgemerkt gebleven, verklaarden getuigen na de oorlog.

Op 21 februari verscheen in het Zaanse advertentieblad De 7000 het bericht dat alle inwoners van joodse afkomst zich – tegen betaling – moesten laten registreren. Dat vergrootte onder de Zaankanters de toch al aanwezige verontwaardiging over de handelswijze van de bezetter. Het kwam tot een eerste openlijke confrontatie toen de WA op een stampvolle zondagavond binnenviel bij het Koogse café De Waakzaamheid, waar bezoekers en masse op de dansvloer stonden. De boel werd kort en klein geslagen, aanwezigen mishandeld. De aanleiding is altijd onduidelijk gebleven: vonden de WA’ers dat de burgerij moest rouwen over de dood van hun kameraad Koot?

Op diezelfde zondag besloten kopstukken van de CPN in Amsterdam om daar een staking te organiseren uit protest tegen de razzia. ‘Protesteert tegen de afschuwelijke Jodenvervolgingen!!!!!’ was te lezen op een pamflet. De staking die begon op dinsdag 25 februari leidde er in Amsterdam toe dat tienduizenden het werk neerlegden en het openbaar vervoer stil kwam te liggen. De staking sloeg, aangewakkerd door de CPN, ook over naar omliggende gemeenten. In de Zaanstreek legden die eerste dag ruim drieduizend arbeiders het werk neer bij onder meer Duyvis, de Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij en zetmeel- en voedingsmiddelenconcern Honig. Veel stakers trokken – zonder vlaggen of demonstratie, werkonderbrekingen waren streng verboden – naar het centrum van Zaandam, en dat is wat het echtpaar Wijdenes vanuit het raam op de eerste verdieping vastlegde. Dat ze foto’s maakten is op zich niet zo raar. In die eerste oorlogsjaren waren er nog volop fotorolletjes te koop en fotograferen was op dat moment nog niet verboden.


Op de foto die op de albumpagina rechtsboven is geplakt, is te zien hoe de bevolking zich verzamelde voor een winkelpui schuin tegenover Keg. ‘Opplakken van bepalingen. Werden door de mensen afgerukt’, luidt het bijschrift bij de foto. De ‘bepalingen’ waarop werd gedoeld, waren waarschijnlijk mededelingen van de Duitse autoriteiten waarin ze zich verantwoordden voor de razzia’s in Amsterdam, en waarin de joodse bevolking alle schuld in de schoenen werd geschoven. De foto’s moeten om een uur of vier in de middag zijn gemaakt, dat zie je aan de lange schaduwen op deze heldere winterdag. Het is een tijdstip waarop normaal de arbeiders in de fabrieken zouden zijn. De beelden komen overeen met politierapporten van die dag. Na een tip van een bezorgde burger waren agenten ter plaatse poolshoogte gaan nemen. Ze meldden dat ze enkele tientallen mensen aantroffen bij het honderd meter van Keg gelegen hotel-restaurant ‘Het Wapen van Zaandam’ (tegenwoordig is er een wokrestaurant gevestigd).

Die samenscholing bij Het Wapen van Zaandam is op de drie andere foto’s uit het album in de verte aan de rechterhand te zien. Nadere bestudering van de eerste van die foto’s wijst uit dat er aan het einde van de straat een open Duitse legertruck met achterin soldaten staat.


De drie foto’s zijn kort na elkaar genomen; klik, rolletje transporten, klik, transporteren, klik. Dat weten we omdat links op de stoep een Duitse soldaat is te zien die er op de tweede foto ook staat als de truck in de richting van de Dam rijdt en halverwege de straat is. En er is nog een aanwijzing dat er weinig tijd zat tussen de foto’s: op alle drie de beelden staat een man in een donkere korte winterjas en met een hoed op. Op de eerste hangt hij tegen een muur te roken, op de tweede staat hij daar nog steeds en op de derde foto steekt hij, sigaret in de hand, de straat over, als de vrachtauto is gepasseerd. Op het derde beeld, rijdt de truck onderlangs de winkel van Keg. De helmen van de soldaten zijn duidelijk te zien. Het bijschrijft luidt: ‘Mensen vluchten.’ Dat klopte, want de straat was inmiddels vrijwel leeg. De fotograaf deed een stap naar binnen toen de vrachtwagen naderde. Niet verwonderlijk, want fotograferen van militaire objecten was, hoewel op dat moment nog niet verboden, wel riskant.

Die 25ste februari bleek achteraf de aanloop naar de grote stakingsdag. Op woensdag de 26ste werd er gestaakt in Amsterdam, Utrecht, Hilversum, Weesp en andere omliggende plaatsen. Ook de hele Zaanstreek ging plat. NSB’ers werden belaagd. Eentje werd zelfs in de Vaart gegooid en mocht er pas weer uit nadat hij het Wilhelmus had gezongen. Stakers sloegen andere NSB’ers in elkaar, een huis werd leeggeroofd, andere bekogeld. Een NSB-bruidspaar dat toevallig die dag in het huwelijk trad, vlakbij de Dam in het toenmalige stadhuis, werd bekogeld met stenen. De Zaandamse politie moest er aan te pas komen om de menigte op afstand te houden. De Duitse autoriteiten kwamen later die dag echt in actie. Op de Dam werd met scherp geschoten, slagersknecht Jan Keijzer verloor hierbij na een gericht schot het leven.

Boete

Uiteindelijk, en dat is weinigen bekend, duurde de Februaristaking het langst in de Zaanstreek, langer dan in Amsterdam. De laatste werkweigeraars gingen pas op 1 maart weer aan de slag. De Duitse autoriteiten legden Zaandam een boete op van een half miljoen gulden. Die moest worden opgebracht door de rijkste inwoners. Burgemeester Joris In ’t Veld werd met pensioen gestuurd en vervangen door de fel-antisemitische Cornelis van Ravenswaay, die uiterst actief opereerde bij de jodenvervolging. Bioscopen gingen dicht, er kwam een strenger uitgaansverbod dan elders en veel stakers kregen een korting op hun salaris.

Dirk Wijdenes was volgens zijn zoon Gerard tijdens de oorlogsjaren die volgden actief in het verzet. Hij bewaarde wapens en had onderduikers op zolder. Niet lang na de bevrijding kreeg Dirk een hersenbloeding en raakte hij verlamd. Het gezin moest het huis boven de winkel verlaten. Dirk overleed in 1970, zijn vrouw Elisabeth in 2008.

Het fotoalbum lag daarna al die tijd in een doos op een zolder.

(Dit is een bewerking van een met Harm Ede Botje geschreven artikel dat in februari 2017 in Vrij Nederland stond.)

De dood van een slagersknecht

Het neerslaan van de Februaristaking kostte in de Zaanstreek één persoon het leven. Op 26 februari 1941 werd slagersknecht Jan Keijzer dodelijk getroffen door een Duitse kogel.

Jan Keijzer (Middelie, 26-7-1920) groeide op in zijn geboortedorp, maar ging kort voor de bezetting van Nederland in de leer bij de Zaandamse slager Jan Honingh. Die had zijn winkel en woning aan de Hoogendijk 50. Kort tevoren was een eerdere knecht vertrokken en Honingh kon wel een nieuwe hulp gebruiken. Keijzer nam zijn intrek bij het echtpaar Honingh en hun kinderen, vastbesloten om het slagersvak onder de knie te krijgen.


Hoogendijk 50 (het witte pand) na de oorlog

Op 26 februari 1941 was Jan niet aan het werk. Net als vrijwel alle andere Zaanse ondernemingen hield slagerij Honingh die woensdag de deuren gesloten. Een etmaal eerder had de tegen jodendeportaties en Duits machtsmisbruik gerichte Februaristaking de Zaanstreek bereikt. Waar op dinsdag de werkonderbreking nog beperkt bleef tot enkele duizenden arbeiders, leek het de 26ste wel alsof iedereen zich bij de revolte aansloot. Dicht opeengepakt liepen de mensen door de Westzijde en over de Dam. Sommigen vergeleken het tafereel later met de viering van Derde Pinksterdag, het jaarlijkse Zaanse feest dat herinnerde aan het verdrijven van de Spaanse bezetter, vier eeuwen eerder. Gezinnen wandelden ’s middags in hun zondagse kleding langs de gesloten etalages in het stadshart. De sfeer was vrolijk en strijdbaar, alsof de Duitse bezetting zijn laatste uren inging.

In de namiddag ging Jan Keijzer naar een collega-slagerij, die van Kluft. Het was slechts enkele tientallen meters lopen van Hoogendijk 50 naar de om de hoek gelegen Nicolaasstraat 7. Pieter Honingh: “M’n vader had nog tegen hem gezegd dat hij maar beter niet de straat op kon gaan, omdat het er zo’n rommeltje was. ‘Ga maar uitbenen’, had hij hem gezegd. Maar ja, Jan ging toch kijken. (…) Op een gegeven moment waarschuwde mijn moeder dat er koffie was, maar Jan kwam niet. Hij was zonder wat te zeggen toch de deur uitgegaan. (…) Hij kende de mensen van Kluft, dus daar ging hij heen.”

http://images.memorix.nl/zaa/thumb/250x250/b00e7fee-62be-420d-b4b0-2ebee3c825cb.jpg Slagerij Kluft na de oorlog

Te beleven viel er inderdaad genoeg. Vanuit slagerij Kluft had je een goed zicht op de Dam, het drukste stukje Zaandam. Er werd daar geestdriftig gepraat en gespeculeerd. Even verderop joegen mensen NSB’ers op. De angstige nationaalsocialisten zochten een veilig heenkomen. In het verlengde van de Nicolaasstraat sneuvelden ramen bij ‘deutschfreundlichen’. De Zaandamse politie deed weinig om de opwinding in goede banen te leiden. De meeste agenten konden zich wel vinden in de vrijheidsgedachten achter de staking. Het wachten was op ingrijpen door de Duitsers.

Ordnungspolizei

Vader en zoon Kluft en Jan Keijzer stonden samen met een andere slagersknecht, Jan Hein, voor de winkel vlakbij de hoek Nicolaasstraat/Hoogendijk. Cornelis Kluft sr. had uit voorzorg de luiken van de slagerij gesloten. Het was inmiddels even na vier uur ’s middags. “Plotseling zag ik vanaf de Hoogendijk (…) een groot aantal personen hard de Nicolaasstraat inlopen, waaruit ik begreep dat vanaf de Hoogendijk de mensen verjaagd werden”, vertelde Kluft later die dag. Het groepje deed uit voorzorg een paar stappen naar achteren, van de stoep naar de deuropening van de slagerij. Jan Hein: “Plotseling kwam vanaf de Hoogendijk een groot aantal mensen hard lopende langs ons heen, dat zich in alle richtingen verspreidde. Vermoedende dat er iets bijzonders ging gebeuren, ging ik met mijn patroon en Keijzer in de winkel staan.” Kluft sr.: “Nog maar juist binnen zijnde zag ik, terwijl de deur nog openstond, een auto van de Duitse Ordnungspolizei met grote snelheid op de Hoogendijk in de richting van de Damstraat rijden.”

Vanuit het winkelportiek konden ze de grijs geschilderde militaire vrachtwagen duidelijk zien. In de laadbak bevonden zich een stuk of twintig Duitse leden van de Ordepolitie. Kluft: “Vóór ik bedoelde auto zag, hoorde ik van dichtbij meerdere schoten lossen. (…) Degenen die zich het dichtst bij de cabine bevonden, stonden met het gelaat voorwaarts, terwijl de rest zich zittend of geknield met het gezicht in achterwaartse richting bevond. Allen hadden het geweer in aanslag. Toen deze wagen ongeveer ter hoogte reed van dr. Bax, Hoogendijk no. 16 alhier, zag ik dat een der daarop aanwezige militairen zijn geweer aan de schouder bracht, in onze richting aanlegde en een schot loste. Ik sprong onmiddellijk achter de stenen muur naast mijn winkelraam en mijn knecht en Keijzer sprongen achterwaarts in de winkel en vielen op de grond.”

Czaar Peter

Er werd zowel over de hoofden van demonstranten heen als gericht gevuurd. Na de oorlog vertelde een andere getuige: “Ik liep bij het Czaar Peter-standbeeld in Zaandam toen er een vrachtwagen met een ploeg moffen erop al schietend de Dam op kwam rijden. Ik hoor nog het geratel van de kogels op dat ijzeren bord boven de Hema. Als ik langs het standbeeld fiets, dan kijk ik altijd nog even naar de gerepareerde kogelinslagen.” De munitie sloeg gaten in gevels en belandde in woningen. Het bleef echter niet bij materiële schade.

Jan Hein: “Plotseling hoorde ik een schot, waarna ik mij achterover de winkel liet vallen. Ik hoorde iets langs mijn hoofd fluiten en meende, toen ik op de grond lag, dat ik gewond was. Het suisde steeds in mijn linkeroor. Keijzer, die links naast mij in de winkel had gestaan, viel gelijk met mij. Toen ik opstond, zag ik dat hij aan zijn kin bloedde. Van schrik heb ik mij hierover niet bekommerd, doch ik ben eerst in de woonkamer achter de winkel gegaan.”

Cornelis Kluft reageerde wel alert en verleende eerste hulp: “In verband met de hevigheid van de bloeding trachtte ik de wond dicht te drukken, waarna ik zag dat het bloed ook uit zijn mond kwam. Ik zei enige malen tegen hem dat hij dat bloed moest uitspuwen. Keijzer knikte slechts met zijn hoofd en heeft verder geen teken van leven meer gegeven.” De twintigjarige Jan stierf, liggend in een almaar groeiende bloedplas, binnen enkele minuten. Enkele door Jan Hein te hulp geroepen verpleegsters van het St. Janziekenhuis konden niets meer betekenen.

 Jan Keijzer rond 1940

De kogel had Keijzers gezicht geraakt en zijn lichaam aan de achterkant verlaten. In de woorden van de Zaandamse arts/lijkschouwer Willem Levend: “Er bestaat een inschotopening rechts aan de kin en een uitschotopening aan de rugzijde ter hoogte van de zesde halswervel. Dood ten gevolge van het bekomen letsel.”

Het fatale stukje metaal had ook de betimmering van een achterliggende koelkast doorboord, een gat geslagen in de betegeling aan de binnenkant van de koeling en een lat gespleten, om te eindigen in een stuk kalfsvlees. Jan Honingh peuterde de zwaar beschadigde geweerkogel nog dezelfde avond uit de kalfsbil en gaf het bewijsmateriaal mee aan een politieman. Later kreeg hij het door een agent achterovergedrukte voorwerp terug. Het zou nog 75 jaar door het gezin worden bewaard, om vervolgens te worden overhandigd aan een lid van de familie Keijzer.

De Zaandamse politie nam contact op met de burgemeester van Middelie, die op zijn beurt Keijzers’ ouders inlichtte. Om zeven uur ’s avonds identificeerden zijn haastig naar Zaandam gereisde moeder en een zwager het slachtoffer. Zijn lichaam mocht van Zaandam naar Middelie worden vervoerd en daar begraven, mits daar geen openlijk rouwbeklag aan werd gekoppeld. De Officier van Justitie gaf op 27 februari schriftelijk toestemming voor een begrafenis, waarna burgemeester Drost regelde dat Jan Keijzer naar zijn voormalige woonplaats werd vervoerd. Op 1 maart werd hij, gedragen door de buren en slechts begeleid door naaste familie, op de begraafplaats van Middelie ter aarde besteld. Andere aanwezigen waren niet welkom. Jan droeg het witte slagersjasje dat hij de dag van zijn dood ook aanhad.

In een Zaanse krant verschenen twee rouwadvertenties, van zowel ‘de Buren en de Zaandamsche Slagersvereeniging’ als van de familie Honingh. Opvallend is dat in beide berichten werd gesproken over ‘een noodlottig ongeval’, als betrof het een dodelijke aanrijding. Het omfloerste taalgebruik sloot aan bij hetgeen de familie in Middelie van overheidswege te horen kreeg.

Voor zijn moeder kwam de dood van Jan Keijzer zo hard aan dat ze in oktober 1941 zelf ook overleed, slechts 60 jaar oud. Haar echtgenoot, Jacob, stierf een jaar later vereenzaamd. Het was 25 december 1942, een dag voor de verjaardag van zijn zoon Dirk. Kerstmis zou in de familie Keijzer nooit meer een feestdag zijn.

(Met dank aan de heer D. Keijzer)

Op 25 februari 2017 verschijnt mijn boekje De Februaristaking in de Zaanstreek. Daarin is voor het eerst gedetailleerd beschreven hoe de Februaristaking in deze regio uitpakte. De publicatie bevat ook vier unieke, in 2016 gevonden stakingsfoto’s uit Zaandam. Tot dan toe waren er slechts twee, in Amsterdam gemaakte foto’s waarvan onomstotelijk vaststaat dat ze de Februaristaking weergeven.
De Februaristaking in de Zaanstreek (64 pagina’s, €12,50) is verkrijgbaar via elke boekhandel en bij Uitgeverij Noord-Holland.

 

Meer ‘Zaanse’ Stolpersteine dan gedacht

De Zaanstreek telt slechts twee Stolpersteine, messing gedenktekens waarop de tijdens de Tweede Wereldoorlog al dan niet omgekomen joden uit deze regio staan vermeld. Ze liggen in de stoep voor Westzijde 262, waar tot begin 1942 het echtpaar Marcus en Geertruida Polak woonde. Op 17 september van datzelfde jaar werden ze in Auschwitz vergast.

Deze twee struikelstenen zijn de enige Zaanse, een schamel aantal. In heel Europa heeft de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, de bedenker van de Stolpersteine, inmiddels 57.000 van deze plaatjes (laten) neerleggen. Daarvan bevinden zich er minstens vierduizend in Nederland. Dat maakt het minieme aantal van één paar Zaanse plaatjes helemaal armoedig. Wat het nog pijnlijker maakt is dat op de steen voor oud-leraar Polak de sterfdatum verkeerd vermeld staat.

Het is niet zo dat er de afgelopen jaren niet is geprobeerd om meer Zaanse struikelstenen geplaatst te krijgen. Diverse particulieren -veelal familieleden van omgebrachte joden- waagden een poging, maar liepen vast op bureaucratische of andere hobbels. Een werkgroep (waarin ik ook zitting had) onderzocht in 2014/’15 uitvoerig of het mogelijk was alle vermoorde en tot zelfmoord gedreven Zaanse joden een Stolperstein te ‘geven’. Gunter Demnig kon echter niet garanderen dat het zou lukken om de ruim 170 benodigde stenen te produceren en te leveren. En de werkgroep wilde geen keuze maken wie er wel en wie niet zo’n monumentje zou worden toebedeeld.

Duitsland

In de Zaanstreek zijn dus slechts twee struikelstenen te vinden. Opvallend -en nauwelijks bekend- is echter dat buiten deze regio het drievoudige aan Stolpersteine bestaat met de namen van joden die hier woonden. Ze bevinden zich allemaal in Duitsland, het land dat ze veelal in de jaren dertig verlieten. Allen hoopten tevergeefs op een veilig onderkomen in de Zaanstreek.

Hieronder staan afbeeldingen van alle acht ‘Zaanse’ Stolpersteine. Tussen haakjes de plaats waar ze liggen en verder de namen van de slachtoffers en wat details over hun woonplaats. Wellicht dat er over een paar jaar vele foto’s aan toegevoegd kunnen worden. Gemaakt in het buitenland of toch ook -dat zou een prachtig eerbetoon zijn- in de Zaanstreek.

Marcus Marcus Marcus Polak 
Truus
(Zaandam)
Marcus (‘Max’) Louis Polak (Veendam, 16-7-1884/Auschwitz, 17-9-1942) en Geertruida (‘Truus’) Regina Polak-van Rhijn (Hoogeveen, 14-6-1897/Auschwitz, 17-9-1942) woonden sinds 1934 aan de Zaandamse Westzijde. Hij gaf tot aan zijn afgedwongen ontslag les op het Gemeentelijk (‘Zaanlands’) Lyceum. In mei 2009 plaatsten drie achternichten van Truus Polak samen met Gunter Demnig de beide struikelstenen voor het huis aan de Westzijde.

emma Emma Juchenheim. (Fotocollectie B. Zwart) Emma Juchenheim
(Vlotho)
De weduwe Emma Juchenheim-Steinberg (Vlotho an der Weser, 27-1-1855/Sobibor, 16-4-1943) vluchtte op 22 oktober 1935 uit haar Duitse geboorte- en woonplaats naar haar dochter en schoonzoon in Zaandam. Daar, bij Bernard en Selma Eisendrath, vond ze tot de dag dat de nazi’s Nederland binnenvielen een zekere mate van rust. Nog geen drie jaar later werd ze in Sobibor vergast.

Hans Hans Juchenheim Hans Juchenheim
(Vlotho)
Hans Juchenheim (Vlotho, 29-10-1928/Dachau, 2-6-1945) was een kleinzoon van Emma. Zijn ouders mochten Duitsland niet verlaten, Hans en zijn zus Lore in maart 1939 na veel soebatten wel. Via een omweg kreeg Hans onderdak bij zijn oom, tante en oma in de Botenmakersstraat 108. Toen hun ouders eind 1941 in het kader van de ‘werkverschaffing’ naar Polen gestuurd zouden worden, keerden Hans en Lore terug naar Duitsland. Hans maakte als enige van zijn familie de bevrijding mee, maar stierf als gevolg van vlektyfus op 2 juni 1945 alsnog in een nevenkamp van Dachau.

Albert Albert Levy (collectie Joods Monument) Albert Levy
(Langerwehe)
Albert Levy (Langerwehe, 5-11-1905/Dachau, 24-1-1945) woonde tot februari 1936 in Duitsland. Hij sloeg toen op de vlucht en belandde eind van dat jaar in Zaandam. Daar trad hij twee jaar later in het huwelijk met de eveneens joodse Jenny Weiss, eveneens een vluchtelinge. Jenny werd op 8 oktober 1944 vergast in Auschwitz, Albert stierf kort voor de bevrijding in Dachau.

Josef
(Langerwehe)
Josef Levy (Langerwehe, 14-12-1901 /Auschwitz, 30-9-1942) ontvluchtte net als zijn broer Albert Duitsland en kwam in 1937 naar Zaandam. De broers zetten op de Burcht een modezaak op en ze maakten damesceintuurs. Op 3 februari 1942 werd Josef als nummer 1 van een groep van 63 Zaandamse joden ingeschreven in Westerbork. Ruim zeven maanden later stierf hij in Auschwitz.

edith Edith Seligmann-Silberbach-Oostzaan Edith Seligmann
(Bad Salzuflen)
Edith Seligmann-Silberbach  (Schatmar, 21-3-1906/Auschwitz, 30-9-1942) kwam weliswaar in Duitsland ter wereld, maar werd al begin 1928 -dus ruim voor Hitlers machtsovername) ingeschreven in Nederland. Op 13 februari 1939 trouwde ze in haar nieuwe woonplaats Oostzaan met Heinz Seligmann. Drieënhalf jaar later vonden ze samen de dood in Auschwitz.

Hertha Hertha2 Hertha Speier, ongeveer 1920
(Fritzlar)
Hertha Poppert-Speier (Fritzlar, 11-11-1913/Frankrijk, 16-12-1991) is in dit rijtje de enige die de Shoa zou overleven. Ze was met haar man Erich Karl in 1932 uit Duitsland geëmigreerd en bouwde samen met hem in de Zaandamse Botenmakersstraat een goed lopende dameshoedenfabriek op. Erich stierf op 14 mei 1943 in de gaskamer van Sobibor, Hertha overleefde meerdere kampen.

 

Oorlogspad. Adresboek van de bezette Zaanstreek

De synagoge veranderde in een paardenstal. Op de Westzijde bewogen verzetsstrijders en nazi’s zich behoedzaam langs elkaar. De Krommenieërweg herbergde verrassend veel collaborateurs. In Oostzaan bloeide de zwarte slacht. Rond de Zaanbrug liquideerde de illegaliteit steeds meer vijanden naarmate de bevrijding dichterbij kwam. En zelfs toen de oorlog al vele maanden voorbij was, ging papierfabriek De Eendracht in Wormer gewoon door met het vernietigen van joods roofgoed.

Het is een bijna willekeurige greep uit de talloze Zaanse gebeurtenissen gedurende de bezettingstijd. Aan de hand van ruim 250 adressen toont Oorlogspad. Adresboek van de bezette Zaanstreek wat de jaren 1940-1945 betekenden voor de Zaanse inwoners. Het geeft een indringend en soms onthullend beeld van de uitersten waarmee ze vijf jaar lang te maken kregen. Deze door Erik Schaap gemaakte plattegrond van het ‘schuldig landschap’ in oorlogstijd is aangevuld met een uitgebreide inleiding en tientallen veelal nooit eerder gepubliceerde foto’s van bezetting en verzet, vervolging en bevrijding. De publicatie is vanaf heden verkrijgbaar in elke Nederlandse boekhandel en via onder meer Bol.com.

Uitgever: Brave New Books
Jaar van uitgave: 2016
Auteur: Erik Schaap
Aantal pagina’s: 174
Prijs: €17,95
ISBN: 9789402147292

Omslag 'Oorlogspad'