Berichten

Het kistje van Cees

 

Jaap Buijs met echtgenote en kinderen.

Tot de onbaatzuchtigen die de Nederlandse illegaliteit telde, mag zeker Cees Buijs worden gerekend. Zijn vader, Jaap Buijs, was vier oorlogsjaren lang de rechterhand en vertrouwensman van Walraven van Hall en zoon Cees assisteerde hen op tal van terreinen. In een twee jaar na Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) geschreven boek liet ik deze Zaandammer een paar keer aan het woord, onder meer over de Hongerwinter. “Nog hoor ik het gejank der honden en katten, die op 5 december voor onze deur stonden. Want wat was het geval? In de gang stonden 2 kisten vol paling, bestemd als sinterklaascadeautje voor de [stakende] spoorweglieden”, vertelde Cees Buijs kort na de bevrijding. “Het hele huis rook er naar en wij liepen de gehele dag te watertanden. Wat hadden we er zelf graag eentje op onze boterham gehad.” De erecode van het ondergrondse Nationaal Steunfonds, waarin Cees’ vader een landelijke hoofdrol vervulde, stond het niet toe. Buijs senior: “Men heeft bij het NSF altijd op het punt gestaan dan men niet werkte om zichzelf te verrijken.”

Voor de Van Hall-biografie had ik Cees Buijs dolgraag willen spreken. Ik was te laat; hij leefde niet meer. Zijn familie wist echter dat Cees altijd een metalen kistje bewaard had met nogal wat documenten over de oorlog. Er was sprake van onder meer sprake van vervalste papieren, stempels, Ausweisen en andere identiteitsdocumenten. Cees’ dochter, die inmiddels in Nieuw Zeeland woonde, was bereid op zoek te gaan naar dat wat ik inmiddels beschouwde als een heuse schatkist. Het bestond nog, bleek enige tijd later. Maar daar was ook alles mee gezegd. “Mijn broer kon vertellen dat mijn vader, niet zolang voordat hij stierf, de totale inhoud van dit kistje heeft verbrand”, mailde Cees’ dochter. “Hij heeft langere tijd geleden aan Alzheimer, sprak veel over de oorlog en raakte op die momenten buitengewoon emotioneel. Hij heeft zeer waarschijnlijk gedacht dat al deze papieren te gevoelig waren om te bewaren. Er is hiermee, in de letterlijke zin van het woord, een brok historie in vlammen opgegaan.”

Gelukkig vond ik bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie enkele interviews met Cees Buijs waarin hij vertelde over zijn oorlogsbelevenissen. Maar nog altijd zingt zo nu en dan door mijn achterhoofd de vraag wat het kistje van Cees aan geheimen bevatte.

(Mijn biografie Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) is verkrijgbaar via elke Nederlandse boekhandel en bij Bol.com.)

Oorlogsschaakspel met Zaanse tint in Rijksmuseum

Het Rijksmuseum maakte in het voorjaar van 2016 bekend een nieuw object op te nemen in de vaste collectie, een van papierresten gemaakt schaakspel uit 1945. Er loopt een rechtstreekse lijn van deze illegale gevangenisvlijt naar de Zaandamse verzetsstrijder Jaap Buijs.

Jaap Buijs, 1944 (collectie Charlot Smith-Buijs) Jaap Buijs

Het Rijksmuseum ontving het onooglijke schaakspel zeventig jaar na de bevrijding  uit de nalatenschap van een andere verzetsstrijder, Arie van Namen. Deze mede-oprichter van het illegale blad Vrij Nederland zat vanaf 12 januari 1945 in een cel, een lot dat hij deelde met de elders op de Weteringschans opgesloten Zaandamse houthandelaar. Beide mannen waren die ochtend door de sneeuw naar de Zuider Amstellaan 44 gereisd. Daar arriveerden rond tienen nog drie andere verzetsstrijders uit de leiding van de in oprichting zijnde Stichting 1940-1944. In die organisatienaam klonk optimisme door; nog dat jaar – was althans de verwachting – zou de bevrijding van Nederland een feit zijn. Ook de bewoner van het huis was aanwezig, de 26-jarige rechtenstudent Johan van Lom. Wat de anderen niet wisten, was dat hij hun vergadering had verraden aan de Sicherheitsdienst. In ruil zouden de Duitsers zijn maîtresse Tjodina Tijmstra vrijlaten, een opgepakte bezorgster van het illegale Parool.

Toen tegen half elf de SD binnenviel in het huis aan de Zuider Amstellaan werden onder anderen Buijs en Van Namen opgepakt en vervolgens geboeid naar de gevangenis aan de Weteringschans vervoerd. “Ik werd opgesloten in cel 18A1, een zeer donkere en ellendige cel”, beschreef Jaap Buijs later zijn ervaringen. De gevangenen kregen eenzame opsluiting. Af en toe werden ze tevoorschijn gehaald voor een stevige ondervraging. Van Namen: “Ik heb elke dag bij de verhoren in gedachten geleefd dat we er allemaal aan zouden gaan. Bij de verhoren zeiden ze: als je het niet zegt, dan gebeurt het om half zes, hoor! Ze werden naast je uit de cellen gehaald. Het was een verschrikkelijke tijd.” De mannen wisten niet dat hun verrader een deal had gesloten: hij had zijn ‘kameraden’ aangegeven op voorwaarde dat ze niet geëxecuteerd werden. Daaraan zouden de Duitsers zich houden; na de bevrijding konden de grondleggers van wat inmiddels Stichting 1940-1945 heette de gevangenis verlaten.

Celnr

Voor het zover kwam moest Jaap Buijs door een hel. Hij had niet alleen te maken met zware verhoren, ijzige kou en belabberd eten, maar moest op 12 februari 1945 ook afscheid nemen van zijn beste vriend, de in een naastgelegen cel opgesloten Walraven van Hall. Deze Zaandamse bankier werd later die dag met zeven anderen gefusilleerd in Haarlem. “Een der ellendigste dagen van mijn leven”, noteerde Buijs. “Totaal kapot was ik. Wat is de vrijheid duur gekocht. Toen ik het barse bevel hoorde om uit zijn cel te komen wist ik mij geen raad meer.”

Jaap Buijs begon in te storten en te hallucineren. Zijn geestelijke redding kwam toen hij op 3 maart werd overgeplaatst ‘naar cel 7A1, waar ik tot mijn vreugde aantrof A.H. v. Namen, een jonge advocaat met wie ik had samengewerkt om de “Stichting” voor te bereiden’. Eindelijk werd Buijs voorzien van waswater, schoon ondergoed en zelfs een Rode-Kruispakket. Er gloorde weer wat hoop.

In Buijs’ dagboekaantekeningen komt bij de datering ’13/3-16/3′ voor het eerst een schaakspel ter sprake. “We hebben spelletjes gemaakt van WC-papier. Dominé- [domino], dam- en schaakspel. De tijd gaat daardoor veel vlugger om.” Beide mannen speculeerden over de aanleiding voor hun arrestatie, maar kwamen daar aanvankelijk niet achter. Bijna dagelijks werden er gevangenen afgevoerd om te worden geëxecuteerd. Tegelijkertijd leefden Buijs en Namen ‘in een roes van steeds beter wordende berichten’. De bevrijding naderde, en daarmee hun kans om de bevrijding te halen. Buijs, media maart: “Steeds betere oorlogsberichten. Ik heb echter weer vele inzinkingen. Ik begin steeds meer te tobben hoe mijn eigen gezin en dat van Wallie [van Hall] het maken.”

Op tweede Paasdag, 2 april, schreef Buijs opnieuw over het schaakspel. “‘s Middags werd Arie weer betrapt toen hij door ’t raam sprak. Even daarna werden wij betrapt toen wij zaten te schaken. Het spelletje werd verbeurd verklaard en wij kregen als straf ‘twee dagen inhouding van voedsel’. Even daarna kwam de commandant van de gevangenis binnen. Wij dachten dat nu de straffen zouden komen, maar dit viel nu eens mee. Buiten de cel stond n.l. op een kaartje dat wij 2 dagen geen voedsel mochten hebben en nu zei hij: ‘Heren, dit gaat natuurlijk niet door, hè’, en schrapte dit door en vervolgde: ‘Voor de rest kan ik de heren zeggen blij te zijn een Beier te wezen en geen Holl. Pruis. Dag heren.’ – en de cel ging weer dicht.”

Arie van Namen Arie van Namen

Omdat Arie van Namen – in tegenstelling tot Jaap Buijs, die daar niets van begreep – voedselpakketten ontving, hadden de twee gevangenen de mogelijkheid om van het pakpapier een nieuw schaakspel te maken. Op 22 april werden de mannen echter uit elkaar gehaald; Jaap Buijs werd overgeplaatst naar het ‘Oranjehotel’, de strafgevangenis in Scheveningen. “’s Avonds om 9 uur ging mijn celdeur open en moest ik er uit komen. Ik vroeg aan die kerel, een Hol. wachtmeester, wat er gaande was, daar hij zo’n haast maakte dat ik geeneens behoorlijk afscheid van v. Namen kon nemen. Ik moest al mijn spullen meenemen en die vent stond maar te schreeuwen: ‘Vlug, vlug, opschieten’.”

Het schaakspel bleef achter in cel 7A1, bij Arie van Namen. Toen die twee weken later werd vrijgelaten – de bevrijding was inmiddels een feit -, nam hij de met potlood tot schaakspel omgevormde 32 stukjes grauwgrijs papier mee naar huis. Ze zwierven vervolgens zeventig jaar in een oude envelop door Amsterdam en omgeving alvorens het Rijksmuseum besloot er een speciale plek voor in te ruimen. De schaakstukken zijn voortaan te vinden op de afdeling negentiende en twintigste eeuw, in het zaaltje over de Tweede Wereldoorlog.

In diezelfde ruimte is, als contrast, een schaakspel te vinden dat in 1941 vermoedelijk door SS-leider Heinrich Himmler is geschonken aan NSB-topman Anton Mussert. Het komt hoogstwaarschijnlijk uit het NSB-hoofdkwartier aan de Utrechtse Maliebaan. Het bord is van coromandelhout, de geglazuurde stukken van terracotta klei. Het protserige spel verheerlijkt de veroveringsdrang van nazi-Duitsland gedurende de Tweede Wereldoorlog. De schaakstukken bestaan uit wapentuig, infanteristen en oorlogsvliegtuigen. De tekst in de bordrand verwijst naar landen die in 1939 en 1940 door het Derde Rijk werden aangevallen: “1939 SCHACH-MATT POLEN . DENEMARK . NORWEGEN . HOLLAND . BELGIEN . FRANKREICH . ENGLAND U.S.W.” Het vormt in alles een contrast met de nabije stukjes gescheurd papier van Jaap Buijs en Arie van Namen die tezamen eveneens een schaakspel moeten voorstellen.

Schaakbord
Het Mussert-schaakspel in het Rijksmuseum

(Verder lezen over het schaakspel van Van Namen en Buijs? Vrij Nederland wijdde er in het nummer van 30 april 2016 een lang artikel aan. Daarin staan overigens een foutje. Zo zaten Arie van Namen en Jaap Buijs aan de Weteringschans niet ‘in aangrenzende cellen’, maar bij elkaar in één ruimte. Dat maakt het ook een stuk waarschijnlijker dat Van Namen het schaakspel niet alleen gefabriceerd hefet, maar samen met Buijs. Ook werd Van Namen niet ‘als allerlaatste gevangene op 6 mei 1945 om tien uur ’s avonds vrijgelaten’. Misschien wel uit het Amsterdamse cellencomplex, maar Jaap Buijs mocht bijvoorbeeld pas op 7 mei het Scheveningse Oranjehotel verlaten. Diens laatste dagboekaantekeningen: “Moge God mij de kracht geven mij weer op te richten en te helpen ons land weer omhoog te brengen.” Jaap Buijs zou echter na de oorlog zwaar getraumatiseerd blijven, vooral door de voortijdige dood van zijn vriend Walraven van Hall. Hij overleed op 10 november 1960, 72 jaar oud. Het hele oorlogsverhaal van deze te onbekende verzetsman is hier te lezen.)