Berichten

Unieke foto’s van de Februaristaking

In de zomer van 2016 nam de tachtigjarige Gerard Wijdenes contact op. Of ik geïnteresseerd was in een fotoalbum van zijn ouders, wat boeken over de jaren ’40-’45 in de Zaanstreek en een pak oude oorlogskranten. Dat was ik natuurlijk. Ik bladerde het fotoboek door en stuitte op vier foto’s die blijkens het bijschrift op 25 februari 1941 waren gemaakt in Zaandam. ‘Wauw,’ zei ik. Want hoewel de Februaristaking een unieke gebeurtenis was tijdens de Tweede Wereldoorlog (want de enige keer in heel Europa dat de bevolking opstond tegen de jodenvervolging), dook er pas een jaar eerder voor de eerste keer een foto op waarvan onomstotelijk vaststond dat het de Februaristaking betrof. En plotseling had ik er vier tegelijk in mijn handen.

De in 2015 geopenbaarde opname was gemaakt door een journalist van het socialistische dagblad Het Volk. Decennialang had het kiekje onopgemerkt in het provinciaal archief in Leeuwarden gelegen. Op de foto is te zien was hoe burgers zich verzamelen rond een – niet zichtbare – spreker op het Amsterdamse Raamplein.

Het album met de Zaanse foto’s had jarenlang op de zolder gelegen van Gerard Wijdenes’ zusje Marion. ‘Toen ze bezig was met een grote schoonmaak wilde ze het album op de schroothoop gooien’, vertelt Gerard.’ “Doe maar niet”, zei ik. “Ik kijk wel of ik er een bestemming voor vind.” Die vond hij dus. In het najaar arriveerde opeens per post een doos met daarin het fotoalbum. Het bevatte beelden van de bombardementen in Rotterdam die tijdens de oorlog wijd werden verspreid, kiekjes van de koninklijke familie, vergeelde krantenknipsels en bonnenboekjes. Prachtig materiaal, maar niet uniek. Maar halverwege het boek wachtte me de grote verrassing.

Dirk Wijdenes en zijn vrouw Elisabeth woonden sinds oktober 1935 in hartje Zaandam, aan wat toen de Hoogendijk 10 was. Ze hadden uitzicht op het standbeeld van Czaar Peter. Nu is het een pleintje met veel horeca, destijds waren er een postkantoor, bioscoop, kleine middenstanders en een café gevestigd. Het woonhuis is nog steeds een opvallend pand, genaamd ‘Het Wapen van Friesland’. Tegenwoordig is ook hier horeca gevestigd, maar in die jaren zat er de firma Keg, een comestibleswinkel. Er werden koffie, thee, wijn, zeep en kaarsen verkocht. Dirk was er de bedrijfsleider en woonde dus in een groot appartement boven de zaak. Op een van foto’s in het album is hij te zien in een keurig pak mét plusfour, gepoetste schoenen en een strikje. Hij staat trots tussen zijn personeelsleden op de dag dat er Zweeds wittebrood wordt uitgedeeld. Blijkens het bijschrift is de foto genomen op 8 maart 1945.

Op dinsdag 25 februari 1941, ergens laat op de middag, pakte Dirk of Elisabeth een fototoestel en richtte de lens naar buiten. Rond het beeld van Czaar Peter was sprake een kleine volksoploop. Het waren stakers, die – gretig naar nieuws – richting het centrum waren getrokken. De onrust was overgeslagen uit Amsterdam. En om uit te leggen hoe dat zo kwam, moeten we een paar weken terug in de tijd.

Op zondag 9 februari viel de Weerafdeling van de NSB het Amsterdamse café en variététheater Alcazar binnen, omdat de eigenaars hadden geweigerd het bordje ‘Joden niet gewenst’ op te hangen. Later die dag vernielden door Duitsers gesteunde NSB’ers de ruiten van woningen die toebehoorden aan joden in de buurt van het Waterlooplein. De spanningen liepen op, en het kwam – niet voor de eerste keer – tot gevechten tussen joodse bewoners die hun eigendommen wilden verdedigen en NSB’ers die door de straten schuimden. Daarbij werd – het verhaal is bekend – de WA-man Hendrik Koot doodgeslagen. Het vormde de opmaat tot de eerste grote razzia in Amsterdam, waarbij 427 willekeurige joodse mannen van straat werden geplukt als represaille. De foto’s van de arrestanten op het Jonas Daniël Meijer plein zijn wereldberoemd geworden. Vrijwel alle gevangenen zouden worden vermoord in Mauthausen.

Rood bolwerk

Ook in de Zaanstreek was het onrustig in die dagen. Bij het partijkantoor van de NSB waren eerder al de ruiten ingegooid en ook bij NSB-gezinde families gingen er regelmatig keien door de voorruit. Zaandam en omgeving was van oudsher een rood bolwerk, en de contacten tussen de leden van de Communistische Partij in Amsterdam en Zaandam waren dan ook hecht. Men hield elkaar nauwkeurig op de hoogte. Toen de joodse arrestanten in een colonne van tien gesloten vrachtwagens vanuit Amsterdam naar een tijdelijk kamp in Schoorl werden vervoerd, passeerden ze via de Provincialeweg ook de Zaanstreek. Dat was niet onopgemerkt gebleven, verklaarden getuigen na de oorlog.

Op 21 februari verscheen in het Zaanse advertentieblad De 7000 het bericht dat alle inwoners van joodse afkomst zich – tegen betaling – moesten laten registreren. Dat vergrootte onder de Zaankanters de toch al aanwezige verontwaardiging over de handelswijze van de bezetter. Het kwam tot een eerste openlijke confrontatie toen de WA op een stampvolle zondagavond binnenviel bij het Koogse café De Waakzaamheid, waar bezoekers en masse op de dansvloer stonden. De boel werd kort en klein geslagen, aanwezigen mishandeld. De aanleiding is altijd onduidelijk gebleven: vonden de WA’ers dat de burgerij moest rouwen over de dood van hun kameraad Koot?

Op diezelfde zondag besloten kopstukken van de CPN in Amsterdam om daar een staking te organiseren uit protest tegen de razzia. ‘Protesteert tegen de afschuwelijke Jodenvervolgingen!!!!!’ was te lezen op een pamflet. De staking die begon op dinsdag 25 februari leidde er in Amsterdam toe dat tienduizenden het werk neerlegden en het openbaar vervoer stil kwam te liggen. De staking sloeg, aangewakkerd door de CPN, ook over naar omliggende gemeenten. In de Zaanstreek legden die eerste dag ruim drieduizend arbeiders het werk neer bij onder meer Duyvis, de Zaanlandsche Scheepsbouw Maatschappij en zetmeel- en voedingsmiddelenconcern Honig. Veel stakers trokken – zonder vlaggen of demonstratie, werkonderbrekingen waren streng verboden – naar het centrum van Zaandam, en dat is wat het echtpaar Wijdenes vanuit het raam op de eerste verdieping vastlegde. Dat ze foto’s maakten is op zich niet zo raar. In die eerste oorlogsjaren waren er nog volop fotorolletjes te koop en fotograferen was op dat moment nog niet verboden.


Op de foto die op de albumpagina rechtsboven is geplakt, is te zien hoe de bevolking zich verzamelde voor een winkelpui schuin tegenover Keg. ‘Opplakken van bepalingen. Werden door de mensen afgerukt’, luidt het bijschrift bij de foto. De ‘bepalingen’ waarop werd gedoeld, waren waarschijnlijk mededelingen van de Duitse autoriteiten waarin ze zich verantwoordden voor de razzia’s in Amsterdam, en waarin de joodse bevolking alle schuld in de schoenen werd geschoven. De foto’s moeten om een uur of vier in de middag zijn gemaakt, dat zie je aan de lange schaduwen op deze heldere winterdag. Het is een tijdstip waarop normaal de arbeiders in de fabrieken zouden zijn. De beelden komen overeen met politierapporten van die dag. Na een tip van een bezorgde burger waren agenten ter plaatse poolshoogte gaan nemen. Ze meldden dat ze enkele tientallen mensen aantroffen bij het honderd meter van Keg gelegen hotel-restaurant ‘Het Wapen van Zaandam’ (tegenwoordig is er een wokrestaurant gevestigd).

Die samenscholing bij Het Wapen van Zaandam is op de drie andere foto’s uit het album in de verte aan de rechterhand te zien. Nadere bestudering van de eerste van die foto’s wijst uit dat er aan het einde van de straat een open Duitse legertruck met achterin soldaten staat.


De drie foto’s zijn kort na elkaar genomen; klik, rolletje transporten, klik, transporteren, klik. Dat weten we omdat links op de stoep een Duitse soldaat is te zien die er op de tweede foto ook staat als de truck in de richting van de Dam rijdt en halverwege de straat is. En er is nog een aanwijzing dat er weinig tijd zat tussen de foto’s: op alle drie de beelden staat een man in een donkere korte winterjas en met een hoed op. Op de eerste hangt hij tegen een muur te roken, op de tweede staat hij daar nog steeds en op de derde foto steekt hij, sigaret in de hand, de straat over, als de vrachtauto is gepasseerd. Op het derde beeld, rijdt de truck onderlangs de winkel van Keg. De helmen van de soldaten zijn duidelijk te zien. Het bijschrijft luidt: ‘Mensen vluchten.’ Dat klopte, want de straat was inmiddels vrijwel leeg. De fotograaf deed een stap naar binnen toen de vrachtwagen naderde. Niet verwonderlijk, want fotograferen van militaire objecten was, hoewel op dat moment nog niet verboden, wel riskant.

Die 25ste februari bleek achteraf de aanloop naar de grote stakingsdag. Op woensdag de 26ste werd er gestaakt in Amsterdam, Utrecht, Hilversum, Weesp en andere omliggende plaatsen. Ook de hele Zaanstreek ging plat. NSB’ers werden belaagd. Eentje werd zelfs in de Vaart gegooid en mocht er pas weer uit nadat hij het Wilhelmus had gezongen. Stakers sloegen andere NSB’ers in elkaar, een huis werd leeggeroofd, andere bekogeld. Een NSB-bruidspaar dat toevallig die dag in het huwelijk trad, vlakbij de Dam in het toenmalige stadhuis, werd bekogeld met stenen. De Zaandamse politie moest er aan te pas komen om de menigte op afstand te houden. De Duitse autoriteiten kwamen later die dag echt in actie. Op de Dam werd met scherp geschoten, slagersknecht Jan Keijzer verloor hierbij na een gericht schot het leven.

Boete

Uiteindelijk, en dat is weinigen bekend, duurde de Februaristaking het langst in de Zaanstreek, langer dan in Amsterdam. De laatste werkweigeraars gingen pas op 1 maart weer aan de slag. De Duitse autoriteiten legden Zaandam een boete op van een half miljoen gulden. Die moest worden opgebracht door de rijkste inwoners. Burgemeester Joris In ’t Veld werd met pensioen gestuurd en vervangen door de fel-antisemitische Cornelis van Ravenswaay, die uiterst actief opereerde bij de jodenvervolging. Bioscopen gingen dicht, er kwam een strenger uitgaansverbod dan elders en veel stakers kregen een korting op hun salaris.

Dirk Wijdenes was volgens zijn zoon Gerard tijdens de oorlogsjaren die volgden actief in het verzet. Hij bewaarde wapens en had onderduikers op zolder. Niet lang na de bevrijding kreeg Dirk een hersenbloeding en raakte hij verlamd. Het gezin moest het huis boven de winkel verlaten. Dirk overleed in 1970, zijn vrouw Elisabeth in 2008.

Het fotoalbum lag daarna al die tijd in een doos op een zolder.

(Dit is een bewerking van een met Harm Ede Botje geschreven artikel dat in februari 2017 in Vrij Nederland stond.)

Waar is Lambeeks Hitlerfilm?

Zijn politieke keuze kan worden beschouwd als een domme vergissing. Het niet nee durven zeggen toen er werd aangedrongen op een NSB-lidmaatschap had vervolgens ingrijpende consequenties voor de Zaandamse fotohandelaar Willem Jan Lambeek en zijn gezin.

Eigenlijk was Lambeek het constante aandringen van zijn kennis H. van Rijn, die even verderop een slagerij had, een beetje zat. En toen een andere middenstands-NSB’er, Jan Hooft, hem ook al stimuleerde om lid te worden van Musserts club had hij  zich toch maar aangemeld. Hij nam voor de volledigheid een abonnement op het NSB-blad Volk en Vaderland, las het nationaal-socialistische blad De Daad en gaf aan de Winterhulp, de nazistische armoedebestrijding.

Maar om nou te zeggen dat hij een aanhanger was van Hitler, nee. Volgens zijn vrouw leek hij zich zelfs een beetje te schamen voor het lidmaatschap dat hij begin 1941 was aangegaan. Hij hing de partijvlag nooit uit en NSB-propagandamateriaal kreeg geen plek op de ramen van ‘Foto-, Kino- en Projecthandel Lambeek’ aan de Gedempte Gracht 52. Op geen enkele wijze liep hij te koop met zijn partijkeuze. Bovendien was hij ook nog lid van de Nederlandsche Unie, de politieke organisatie die bepaald niet op goede voet stond met de NSB. Desondanks daalde Lambeeks omzet gestaag. De rode Zaankanters kozen liever een andere zaak voor hun pasfoto’s en vakantiekiekjes.

Het duurde evengoed nog tot 6 oktober 1943 alvorens Willem Jan Lambeek NSB-kringleider Zuidervliet per gepeperde brief liet weten dat hij het op een aantal vlakken niet eens was met de club. Bovendien had hij steeds onmin met zijn echtgenote over de partij. Hij zegde daarom zijn lidmaatschap per direct op.

Hoezeer hij genoeg had van het nazistisch gedachtegoed blijkt uit een datzelfde jaar gemaakt filmpje. Het was volgens Lambeek ‘voor eigen gebruik en ter vertoning op mijn 12,5-jarig huwelijksfeest’. Het betrof volgens hem ‘een film waarin Hitler door Chamberlain werd vermoord’. Anthonie Lak, een rechercheur van de Politieke Opsporingsdienst zou het stukje huisvlijt begin 1946 bekijken -Lambeek zat toen nog in de gevangenis- en beschreef de inhoud iets uitgebreider. Het was volgens Lak ‘een film waarop [sic] een scene voorkwam, voorstellende een komisch beeld waarin een man voorkwam, voorstellende Hitler, die door een anderen man, voorstellende Chamberlain [de vooroorlogse Britse premier], met een parapluie werd neergeslagen. Eerstbedoelde knielde (dus Hitler) en kreeg daarna enige klappen op zijn hoofd’. De rechercheur voegde aan het proces-verbaal toe ‘dat hij in bezettingstijd meerdere malen Engelse films van Lambeek heeft gezien en gehuurd, zulks terwijl verhuren hiervan destijds nadrukkelijk was verboden en strafbaar gesteld’.

Lambeek was op meer vlakken subversief bezig. Hij hielp mensen aan schuilplaatsen en nam zelf maandenlang een onderduiker in huis ‘die gevaar liep bij razzia’s’. “De R.K. onderduikersvereeniging met Kapelaan Groot en Kruidenberg aan ’t hoofd heeft hij geholpen aan middelen voor gezellige avonden’, verklaarde een hem goedgezinde dominee na de oorlog. Ook maakte hij stiekem 72 illegale foto’s, onder meer van anti-nazistische propaganda. En hij stelde foto’s van het koningshuis beschikbaar aan het plaatselijk verzet. Met de verkoopopbrengst werden onderduikers geholpen.

Al zijn inzet voor het vaderland ten spijt werd Willem Jan Lambeek op 8 mei 1945 gearresteerd en meer dan een jaar lang opgesloten in kamp Schoorl. Zijn fotozaak kwam in handen van het communistische dagblad De Waarheid, hoewel zijn vrouw en kinderen niets te verwijten viel. Er is een brief van de Commissie van Bijstand en Advies de dato 29 maart 1947 aan het Nederlands Beheer Instituut bewaard gebleven waarin op niet mis te verstane wijze wrevel wordt uitgesproken over deze ‘huurder’. “Het beheer over bovenaangehaald bedrijf werd op 14 September 1945 aan onze commissie opgedragen”, schreef de CBA-voorzitter. Om sarcastisch te vervolgen: “Bij het aanvaarden van dit beheer kwamen wij tot de ontdekking dat het betreffende perceel door het toenmalig Militair ‘Gezag’ in gebruik was afgestaan aan het instituut ‘de Waarheid’ te Zaandam. Een behoorlijke regeling ten aanzien van dit in gebruik afstaan was niet getroffen en het mocht ons ook niet gelukken ‘de Waarheid’ aan het verstand te brengen dat het in de Zaanstreek niet gebruikelijk is een perceel in gebruik te nemen, te metamorfoseeren en daarin een bedrijf uit te oefenen enz., zonder hier tegenover iets te stellen dat meestentijds wordt aangeduid met den naam huurbetaling. De echtgenoote van den gedetineerde Lambeek met haar kinderen had, zij het dan met geen groote bewondering voor de uitoefening van dit soort ‘gezag’ van de Zaandam bewakende militairen, haar woning verlaten en voorzag in het onderhoud van haar gezin door het opsoupeeren van spaargeld. Opgemerkt dient te worden dat de echtgenoote van Lambeek volkomen capabel is om de zaken te regelen en dus onder ons beheer als bedrijfsleidster het gehele bedrijf met succes had kunnen voortzetten.’

De misstap van Willem Jan Lambeek trof dus via een omweg ook zijn gezin. Pas in 1947 werd hij veroordeeld: hij kreeg een boete van 3.500 gulden en had te maken met onder toezichtstelling door de Stichting Toezicht Politieke Delinquenten. Door het bijna twee jaar durende voorarrest en het gedurende langere tijd moeten afstaan van zijn winkel aan De Waarheid pakte de straf buitenproportioneel zwaar uit.

Het duurde nog geruime tijd voor De Waarheid ‘na langdurige en moeilijke onderhandelingen’ huur ging betalen. En nog langer voor mevrouw Lambeek de foto- en filmwerkzaamheden kon hervatten. In de decennia daarna bloeide de zaak weer op. Op Gedempte Gracht 52 zit nu nog altijd een fotozaak. Die kan worden beschouwd als de opvolger van de firma Lambeek.

Resteert de vraag wat er is gebeurd met dat spottende ‘Hitler-filmpje’ (dat zeer bijzonder is; mij is in ieder niet iets vergelijkbaars, gemaakt in bezet gebied, bekend). En wat met dat album vol illegale foto’s (ik ken er één à twee van)? Zouden ze nog in de familie zijn? En zo ja, is het dan mogelijk dat het Gemeentearchief Zaanstad wat kopieën krijgt of koopt? Dat zou van enorme waarde zijn voor de geschiedschrijving van de Zaanstreek.

Lambeek
Advertentie van Lambeek in het Zaans Volksblad (20 juni 1941)