Berichten

Een monument voor Van Hall?

 


In de eerste jaren na de bevrijding was Walraven van Hall een begrip in Nederland. Het valt onder meer af te lezen aan de hoeveelheid geboortekaartjes in het familiearchief waarop blijde ouders kenbaar maken hun pasgeboren zoon als eerbetoon Walraven of Wally te hebben genoemd. (Een jaar of wat geleden ontving ik een mail van een moeder die vertelde dat haar zoon een reïncarnatie was van Walraven van Hall. Dat bewijs heb ik dan weer niet teruggevonden in bovengenoemd familiearchief.)

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog zakte Van Hall en hetgeen hij had betekend weg in het collectieve geheugen. Met de speelfilm over zijn leven is er een nieuw monument gebouwd voor deze verzetsgrootheid, de belangrijkste illegale strijder die Nederland ooit had. En daarmee lijkt het met zijn naamsbekendheid de komende jaren wel goed te zitten.

In de gemeente waar hij de laatste vijf jaar van zijn leven woonde is helaas weinig monumentaals terug te vinden dat herinnert aan Walraven van Hall. Zijn woning, Westzijde 42, werd in de jaren zestig afgebroken en hetzelfde lot onderging de bank waar hij mede de scepter zwaaide. Waar Amsterdam twee blijvende herinneringen heeft gecreëerd voor Van Hall – een plaquette in het beursgebouw en een monumentale bronzen boom naast De Nederlandsche Bank – heeft Zaanstad hem, na een moeizame discussie, alleen vermeld op een namenbalk in de raadszaal. De Zaanstreek telt twee monumenten voor Hannie Schaft. Ze woonde hier niet, maar het is haar gegund. Voor de wèl in Zaandam wonende Van Hall moet er echter toch wel meer inzitten dan alleen die magere vernoeming in een vergaderruimte waar slechts een select publiek komt. Wellicht dat die film daartoe een aanzet kan vormen? En wie is er bereid om het initiatief te nemen? 

(Mijn biografie Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) is verkrijgbaar via elke Nederlandse boekhandel en bij Bol.com.)

Tranen bij De Nederlandsche Bank


Wally van Hall (de kleinzoon van), DNB-directeur Nout Wellink en ondergetekende tijdens de boekpresentatie (10-2-2006) Foto J. v/d Wal 

Voor ik mij zette aan een levensverhaal over Walraven van Hall publiceerde ik wel eens boekjes, maar qua volume legden die weinig gewicht in de schaal. Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) daarentegen was het serieuzere werk.  Mijn uitgever vond dan ook dat de biografie een stevige ontvangst moest krijgen en ze regelde dat het eerste exemplaar zou worden gepresenteerd in het hoofdkwartier van De Nederlandsche Bank.

Het werd een bijzondere bijeenkomst, de tiende februari van 2006. Tot mijn verbazing verschenen er een stuk of honderd genodigden in de zwaarbeveiligde bunker aan het Frederiksplein. Nout Wellink was de eerste DNB-directeur die in zijn speech de bedenkelijke rol erkende die zowel zijn bank als de meeste andere in Nederland speelden tijdens de oorlog. Ik schoot vol toen ik exemplaren van de aan hen opgedragen verse waar mocht overhandigen aan mijn twee petekinderen, toen nog basisscholieren. En een gelijknamige kleinzoon van Walraven van Hall barstte tijdens zijn verhaal in tranen uit. Overmand door emoties kon hij zijn speech niet afmaken. Het gaf niet. Integendeel, het was misschien wel het mooiste moment van de bijeenkomst.

Na de plechtigheden wilden veel bezoekers een opdracht voorin het boek. Ik was er totaal niet op voorbereid, had niet eens een pen op zak. De eersten die me aanschoten waren familieleden. ‘Veel leesplezier’ schreef ik bij gebrek aan betere volzinnen voorin, me even niet realiserend dat Walraven aan het eind van mijn boek wordt doodgeschoten (alsnog mijn excuses voor de tekst).

Pas veel later hoorde ik dat tijdens de doop van het boek een van de aanwezigen Nout Wellink had benaderd met een verzoek om mee te werken aan een monument voor de bankier van het verzet. Wellink zegde het toe en mede dankzij hem kon korte tijd later het kunstwerk ter ere van Van Hall worden onthuld. Vlak naast De Nederlandsche Bank, de misschien wel meest symbolische plek.

Sinds die biografiepresentatie in Amsterdam zijn er nog een stuk of tien boeken van me in roulatie gegaan. Maar zo intens als op die februaridag in 2006, exact een eeuw na de geboorte van Walraven van Hall, is het nooit meer geworden.

(Mijn biografie Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) is verkrijgbaar via elke Nederlandse boekhandel en bij Bol.com.)

Het kistje van Cees

 

Jaap Buijs met echtgenote en kinderen.

Tot de onbaatzuchtigen die de Nederlandse illegaliteit telde, mag zeker Cees Buijs worden gerekend. Zijn vader, Jaap Buijs, was vier oorlogsjaren lang de rechterhand en vertrouwensman van Walraven van Hall en zoon Cees assisteerde hen op tal van terreinen. In een twee jaar na Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) geschreven boek liet ik deze Zaandammer een paar keer aan het woord, onder meer over de Hongerwinter. “Nog hoor ik het gejank der honden en katten, die op 5 december voor onze deur stonden. Want wat was het geval? In de gang stonden 2 kisten vol paling, bestemd als sinterklaascadeautje voor de [stakende] spoorweglieden”, vertelde Cees Buijs kort na de bevrijding. “Het hele huis rook er naar en wij liepen de gehele dag te watertanden. Wat hadden we er zelf graag eentje op onze boterham gehad.” De erecode van het ondergrondse Nationaal Steunfonds, waarin Cees’ vader een landelijke hoofdrol vervulde, stond het niet toe. Buijs senior: “Men heeft bij het NSF altijd op het punt gestaan dan men niet werkte om zichzelf te verrijken.”

Voor de Van Hall-biografie had ik Cees Buijs dolgraag willen spreken. Ik was te laat; hij leefde niet meer. Zijn familie wist echter dat Cees altijd een metalen kistje bewaard had met nogal wat documenten over de oorlog. Er was sprake van onder meer sprake van vervalste papieren, stempels, Ausweisen en andere identiteitsdocumenten. Cees’ dochter, die inmiddels in Nieuw Zeeland woonde, was bereid op zoek te gaan naar dat wat ik inmiddels beschouwde als een heuse schatkist. Het bestond nog, bleek enige tijd later. Maar daar was ook alles mee gezegd. “Mijn broer kon vertellen dat mijn vader, niet zolang voordat hij stierf, de totale inhoud van dit kistje heeft verbrand”, mailde Cees’ dochter. “Hij heeft langere tijd geleden aan Alzheimer, sprak veel over de oorlog en raakte op die momenten buitengewoon emotioneel. Hij heeft zeer waarschijnlijk gedacht dat al deze papieren te gevoelig waren om te bewaren. Er is hiermee, in de letterlijke zin van het woord, een brok historie in vlammen opgegaan.”

Gelukkig vond ik bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie enkele interviews met Cees Buijs waarin hij vertelde over zijn oorlogsbelevenissen. Maar nog altijd zingt zo nu en dan door mijn achterhoofd de vraag wat het kistje van Cees aan geheimen bevatte.

(Mijn biografie Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) is verkrijgbaar via elke Nederlandse boekhandel en bij Bol.com.)

De sportiviteit van Cees Overgaauw

 

De familie Van Hall (1940). Linksonder Walraven.

Medio 2005 vorderde ik aardig met mijn boek over Walraven van Hall. Contact met zijn nakomelingen had ik echter nog niet gehad. En dat was wel nodig, want het vertrouwelijke familiearchief van de Van Halls -32 strekkende meters, opgeslagen bij het Stadsarchief Amsterdam– was niet toegankelijk zonder hun toestemming. Bovendien had ik de nodige vragen aan Walravens drie kinderen.
Toen ik voor het eerst contact kreeg met Aad, de zoon van Walraven, reageerde die erg vriendelijk. Natuurlijk was ik welkom om langs te komen. En uiteraard mocht ik vragen stellen. Er was alleen één maar. Documentairemaker Cees Overgaauw was bezig met een filmisch portret van Walraven en zijn kinderen hadden hem exclusieve toegang beloofd tot het familiearchief. Cees wilde namelijk óók een biografie schrijven over hun vader.

Dat ik een inzinking kreeg is overdreven, maar het idee dat ik na zo’n acht maanden zoeken en schrijven een incompleet verhaal moest inleveren, deed me de moed wel een beetje in de schoenen zakken. Enfin, ik sprak met Aad van Hall af dat ik mijn manuscript-in-wording zou toesturen, opdat hij en zijn zussen er hun blik over konden laten gaan. Aldus geschiedde.
Binnen een paar weken belde Aad me. “Mijn zussen en ik hebben het er over gehad”, zei hij: “En we vinden dat jij dat boek maar moet schrijven.” Ik kreeg alsnog exclusief toegang tot het familiearchief. “Maar”, stamelde ik: “Wat zal Cees Overgaauw daar van vinden?” Aad had daar ook al over nagedacht: “Ik ga wel met hem praten. Hij heeft het toch al erg druk, dus dat komt wel goed.”

Dat kwam het ook. Cees Overgaauw was aanwezig bij de boekpresentatie en feliciteerde me als een van de eersten met het resultaat. Sportiever had ik het niet kunnen treffen. 

(Mijn biografie Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) is verkrijgbaar via elke Nederlandse boekhandel en bij Bol.com.)

Liber amicorum voor Van Hall

 

Koningin Juliana op bezoek bij drukkerij Huig

Het boek dat ik schreef over Walraven van Hall is -verbazingwekkend genoeg, gezien de historische rol van deze man- tot op heden het enige in zijn soort. En toch ook weer niet. Kort na de bevrijding verscheen er voor zijn familie en vrienden een liber amicorum, een 98 pagina’s tellend boekje dat in kleine kring werd verspreid. Het werd gedrukt door zijn Zaandamse collega Gerrit Huig  en bevat verhalen van de mensen die Van Hall nabij stonden. Laat ik voor deze gelegenheid diezelfde drukker Huig aan het woord, over zijn ervaringen met Van Hall zoals verwoord in dat vriendenboekje:
“In Mei 1943 behoorden mijn Vrouw en ik tot de daders van den aanslag op de Gew. Arbeidsbeurs in Zaandam. Door een samenloop van omstandigheden geraakten wij door een der mededaders in gevaar. Op aanraden van den heer Soepboer, chef van de politie Hembrug, een mede-dader, heb ik mij in verbinding gesteld met Walraven. Het was een zeer delicate zaak en ik achtte hem uitermate geschikt om alles in het reine te brengen, wat hij met medewerking van den heer Buys ook prompt gedaan heeft. Vanaf dien dag kwam ik steeds meer met hem in contact. O.a. krantenpapier leveren, drukken van div. drukwerken, enz. Ook heeft hij mij rechtstreeks voorgesteld aan Gerrit van der Veen en zijn nicht Suzan van Hall.
Nu verplaatste mijn werkkring zich meer naar Amsterdam, hoewel ik in voortdurend contact bleef met Walraven en den heer Buys. Altijd had hij een open oor voor mijn moeilijkheden en plannen. Opvallend was zijn zorg voor mijn welzijn. Iederen keer, wanneer ik bij hem geweest was, maande hij mij tot voorzichtigheid en voor dolle, niet goed doordachte en niet verantwoorde plannen voelde hij niets. Ik had ook den indruk, dat hij gewelddaden met grooten tegenzin goedkeurde.
Hij was geen man, die verzet pleegde om het verzet. Opvallend was zijn onbuigzame geest ten opzichte van den bezetter en zijn trawanten. Een onbuigzame geest in dien zin, dat hij zich op den juisten tijd wist te buigen, wanneer het ging om menschenlevens te sparen, maar zich dan weer te fierder oprichtte.
In October 1943 ben ik gevangen genomen. Sindsdien niet meer met hem in contact geweest. Wel heeft hij mijn vrouw bezocht en b.v. met Nieuwjaarsdag 1945 bezocht en bemoedigd! Dat hebben wij beiden zeer geapprecieerd en toen mijn vrouw bij mijn thuiskomst dit vertelde, was mijn antwoord ongeveer: Aan Wally zijn medeleven heb ik in de gevangenis nooit getwijfeld, dat was geen punt van overweging.
Dit zijn ongeveer mijn ervaringen met Walraven van Hall. Een naam, die mij dikwijls door mijn gedachten gaat en voor mij een bijzondere beteekenis heeft gekregen.”

(Mijn biografie Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) is verkrijgbaar via elke Nederlandse boekhandel en bij Bol.com.)

De aanleiding voor de Van Hall-biografie

 


De misschien wel meest gestelde vraag over mijn literaire bezigheden is hoe ik er toe ben gekomen om steeds maar weer over de Tweede Wereldoorlog te schrijven. Het kortste antwoordt luidt: “Door toeval.” Maar dat verdient misschien wat uitleg.

In 2004 gaven mijn ouders me een boek cadeau met de titel Een kleine geschiedenis van Amsterdam. Ze hadden het dubbel, en wie weet kon de inhoud rekenen op mijn belangstelling. Dat deed het. Wat opviel was dat om de zoveel pagina’s de familie Van Hall opdook in dit werk van Geert Mak. Ze bleken een flinke rol te hebben gespeeld in de hoofdstedelijke historie, met name in de negentiende en twintigste eeuw.

In het laatste hoofdstuk verscheen opeens ene Walraven van Hall ten tonele. Dat bleek een Zaandamse bankier annex verzetsman te zijn, en Mak plaatste hem op een voetstuk. Een citaat: “Binnen twee jaar groeiden de gebroeders Van Hall uit tot centrale figuren binnen de Nederlandse illegaliteit, en over Wallie werd zelfs gesproken als de ‘minister-president van bezet Nederland’.”

Tot dan had ik alleen weet van de Walraven van Hallstraat, een weinig tot de verbeelding sprekend hoekje van Zaandam. Geert Mak maakte me echter nieuwsgierig naar meer informatie over de ‘olieman’, een van Van Halls bijnamen tijdens de bezetting. Vreemd genoeg bleek er geen boek over zijn leven te bestaan. Loe de Jong schetste in Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog weliswaar een uitgebreid beeld van Walraven van Hall, die hij beschouwde als de belangrijkste ondergronds werker die Nederland had tussen 1940 en 1945, maar het levensverhaal van deze man vond ik niet. In mijn naïviteit dacht ik toen: “Dan schrijf ik het zelf wel.”

In het navolgende jaar stak ik al mijn vrije tijd in het onderzoek naar en schrijven over Van Hall. Ik nam een aantal maanden vrij van mijn werk. Mijn voornemen was om op 10 februari 2006, de honderdste geboortedag van ‘Wallie’, zijn levensverhaal te kunnen presenteren. Dat lukte, al dreigde het op het laatste moment nog te mislukken. Maar daarover morgen meer.

(Mijn biografie Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) is verkrijgbaar via elke Nederlandse boekhandel en bij Bol.com.)

 

Walraven van Hall: bankier van het verzet

Loe de Jong noemde hem de centrale figuur van de illegaliteit. De in Amsterdam werkzame Walraven van Hall werd tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog door velen gezien als de minister-president van bezet Nederland. Desondanks zakte deze ‘bankier van het verzet’ sindsdien langzaam weg in de vergetelheid.

Er zijn de nodige raakvlakken tussen de Franse ambtenaar Jean Moulin en de effectenhandelaar Walraven van Hall, mannen die in eigen land uitgroeiden tot het middelpunt van de strijd tegen de nazi’s. Allebei dwarsboomden ze hun tegenstanders waar mogelijk, overigens zonder daarbij gebruik te maken van wapens. Ze slaagden er in het verdeelde verzet te laten samenwerken. En als gevolg van verraad in eigen gelederen stierven beiden een gewelddadige dood.

Verschillen zijn er ook. Moulin kreeg zijn laatste rustplaats in het aan de allergrootsten voorbehouden Parijse Panthéon. Hij werd in Frankrijk opgewaardeerd tot bijkans mythologische held, die in vrijwel elke plaats een straat of school naar zich vernoemd kreeg en wiens leven keer op keer is verfilmd en geboekstaafd. Van Hall daarentegen, bijgezet op de Eerebegraafplaats in Bloemendaal, bleef – het eerbetoon van De Jong en andere historici ten spijt – aanvankelijk onbekend bij het grote publiek.

Zaandam

Na een korte carrière als zeeman kwam de in Amsterdam geboren ‘Wally’ van Hall in de financiële wereld terecht. In maart 1940 verhuisde hij naar Zaandam. Namens de plaatselijke bankfirma Weduwe J. te Veltrup & Zoon reisde hij dagelijks naar het hoofdstedelijke Beursplein om er effecten te verhandelen. Aan zijn onbekommerde gezinsleven kwam een eind na de Duitse bezetting van Nederland. Walraven werd in zijn woonplaats voorzitter van de Nederlandse Unie. Deze volksbeweging wilde het vooroorlogse verzuilde denken doorbreken en de ‘nationale eenheid’ bevorderen. Veel mensen sloten zich er bij aan, uit weerzin tegen het nationaalsocialisme.

In december 1941 verboden de Duitsers de wispelturige Nederlandse Unie, op dat moment de grootste politieke partij ooit. Tal van Unie-leden gingen vervolgens ondergronds. Zo ook Van Hall. Hij was al gestart met een geldinzameling voor slachtoffers van de Februaristaking en raakte nu ook betrokken bij de Zeemanspot, een hulporganisatie voor gezinnen van uitgeweken koopvaardij- en marinepersoneel. Samen met zijn broer Gijs – de latere burgemeester van Amsterdam – lukte het Walraven om via kennissen in de bank- en beurswereldvloer honderdduizenden guldens aan giften en leningen bij elkaar te krijgen. “Ik denk er niet over om mijn makkers, met wie ik samen gevaren heb, nu in de steek te laten”, vertrouwde hij een vriend toe.

Plundering van schatkist

In de loop van 1942 werd duidelijk dat steeds meer nazislachtoffers hulp nodig hadden. De beide Van Halls stichtten daartoe het landelijk opererende Landrottenfonds. Dat sloot grote leningen af bij banken en vermogende Nederlanders. Het geld ging naar gezinnen van gevangenen, nabestaanden van geëxecuteerden, ontslagen ambtenaren, familie van arbeidsinzet-onderduikers en acht- à negenduizend ondergedoken joden.

Uit de Zeemanspot en het Landrottenfonds ontstond het Nationaal Steunfonds (NSF). Deze ondergrondse bank, waarvan Walraven de onbetwiste leider was, financierde gedurende de oorlog naar schatting 150.000 personen in nood. Daarnaast gingen er vele miljoenen naar illegale organisaties als de Persoonsbewijzencentrale, spionagegroepen, het gewapend verzet en bladen als Vrij Nederland, Trouw en Het Parool. Toen de Nederlandse regering in ballingschap in september 1944 opriep tot een spoorwegstaking nam het NSF de salarisbetaling op zich van de 33.000 stakende spoormedewerkers, een maandelijkse last van 5-6 miljoen gulden. Tot mei 1945 deelde het NSF meer dan 85 miljoen gulden uit binnen de illegaliteit.

Ruim tweederde van dit bedrag was afkomstig van De Nederlandsche Bank. Het idee om de nationale kas te plunderen kwam van Gijs van Hall. Hij herinnerde zich de Zweedse luciferproducent Ivar Kreuger. Die wist in de jaren dertig met valse schatkistpromessen miljoenen te ontfutselen aan een Italiaanse bank. De Van Halls kregen kassier-generaal C.W. Ritter zo ver om valse papieren om te ruilen voor echte. Het was een gevaarlijke klus, want De Nederlandsche Bank werd geleid door NSB-kopstuk Meinoud Rost van Tonningen. Vijftien keer vond er in het bankgebouw aan de Oude Turfmarkt een ingewikkelde wisseltruc plaats, waarna de echte waardepapieren bij acht sympathiserende bankdirecties werden omgezet in contant geld. Het was de grootste bankfraude ooit in Nederland. Terecht concludeerde Loe de Jong dat het de Nederlandse illegaliteit wellicht aan van alles ontbrak, maar dankzij het Nationaal Steunfonds in ieder geval niet aan geld.

Waar Gijs van Hall zich vooral concentreerde op het NSF leek zijn broer alom aanwezig. In het laatste oorlogsjaar was Walraven betrokken bij de oprichting van de Stichting 1940-1945, bij de door het NSF gefinancierde en gehuisveste Binnenlandse Strijdkrachten en was hij de initiatiefnemer van een succesvolle landelijke campagne om de Duitse Arbeitseinsatz te frustreren. Hij hield zich verder onder meer bezig met hulp aan geallieerde piloten, het onderbrengen van joden, de levering van explosieven aan het verzet en de bemiddeling tijdens ideologische conflicten binnen de verzuilde landelijke illegaliteit.

Walravens gezondheid ging tijdens de hongerwinter van 1944-’45 snel achteruit. Geert Mak beschreef in zijn boek Een kleine geschiedenis van Amsterdam de vermoedelijk laatste keer dat zijn gezin hem zag. “Hij kwam zelden meer thuis in die maanden, dat was te gevaarlijk geworden. Hij had een barre tocht achter de rug, op een fiets met houten banden van Amsterdam naar Zaandam, en hij was bekaf. Zijn vrouw probeerde hem op te warmen, wat te eten te geven. Ten slotte klom ze resoluut op een stoel. Achter uit de keukenkast haalde ze de laatste twee suikerklontjes, zorgvuldig bewaard voor het meest extreme noodgeval. En die mocht hij toen hebben.”

Duur gekochte vrijheid

Op 27 januari 1945 werd Van Hall gearresteerd tijdens een topoverleg op de Leidsegracht, het gevolg van verraad in eigen kring. In de gevangenis aan de Weteringschans belandde hij in een cel naast zijn eerder gearresteerde verzetsvriend Jaap Buijs. Die beschreef in een bewaard gebleven dagboekje Van Halls laatste uren. “12 februari. Een der ellendigste dagen van mijn leven. Wally werd twee keer achter elkaar uit zijn cel gehaald. De tweede keer zei hij dat hij hoed en jas had moeten inleveren en dat dit het einde betekende. (…) Half vier werd hij weer gehaald en toen hij terugkwam, zei hij dat hij ’s avonds met anderen gefusilleerd zou worden. Hij vroeg mij aan Til [zijn echtgenote] mee te delen dat zijn laatste gedachten bij haar en de kinderen zouden zijn. Daarna zei hij dat hij een vreselijke strijd had om van zijn liefste te scheiden, en nam toen afscheid. Totaal kapot was ik. Wat is de vrijheid duur gekocht. Toen ik het barse bevel hoorde om uit zijn cel te komen, wist ik me geen raad meer.”

Op 12 februari 1945 stierf de twee dagen eerder 39 jaar geworden Van Hall in Haarlem voor een vuurpeloton, als represaille voor een aanslag op een Duitse officier. Na de bevrijding werd zijn lichaam aangetroffen in de Kennemerduinen.

Vanwege zijn enorme inzet, charisma en kennis van zaken betitelde de eerste naoorlogse premier, Wim Schermerhorn, Van Hall als de ‘volstrekt centrale en leidende figuur van het verzet’. Het heeft desondanks 65 jaar moeten duren voor Walraven van Hall werd geëerd met een monument, geplaatst naast en deels gefinancierd door diezelfde Nederlandsche Bank waaruit de broers Van Hall het kapitaal voor hun verzetswerk roofden. Dat de ‘olieman’ (een van zijn vele bijnamen) een voetnoot in de historie dreigde te worden heeft als belangrijke oorzaak dat zijn naasten de publiciteit meden. Wally’s familie zweeg. Zijn beste vriend, Jaap Buijs, was te getraumatiseerd om over de oorlog te spreken. Van Halls hoofdkoerier, L.C. Weeda, vertrok na de bevrijding al snel naar Nederlands-Indië. Kassier Ritter en andere bankiers wilden niet te koop lopen met hun ‘frauduleuze’ oorlogswerkzaamheden. En Gijs van Hall heeft in zijn memoires nog wel een poging gedaan om zijn broer lof toe te zwaaien, maar van dat boek bleef vooral het beeld hangen van een burgemeester die zijn taak niet tot een bevredigend einde wist te brengen.

De speelfilm Bankier van het verzet (met onder anderen Barry Atsma, Jacob Derwig en Pierre Bokma) geeft mogelijk het laatste zetje dat nodig is om Van Hall dezelfde naamsbekendheid te geven als bijvoorbeeld Hannie Schaft, Erik Hazelhoff Roelfzema en Gerrit Jan van der Veen. Hij verdient het.

(Mijn biografie Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945) is verkrijgbaar via elke Nederlandse boekhandel en bij Bol.com.)

Nee, mijn boek is niet verfilmd (of toch?)

Ik ben het een beetje zat. Dat mijn boek over Walraven van Hall de basis vormt voor Bankier van het verzet; geen punt. Maar doe dan niet alsof die biografie totaal geen rol speelt bij het maken van de speelfilm.  

Het is alweer een jaar of tien geleden dat Rutger Hauer aankondigde een Engelstalige speelfilm te willen regisseren over Walraven van Hall, de Zaanse verzetsheld die door velen wordt gezien als de spin in het web van de Nederlandse illegaliteit. Aangezien ik Van Halls leven had geboekstaafd, namen de twee door Hauer uitgekozen beoogde scenarioschrijvers contact met me op. Begrijpelijk, er bestond geen ander levensverhaal van enig formaat over de Nederlandse aanvoerder van de ondergrondse. We maakten een rondje door Zaandam. Ik wees plekken aan die belangrijk waren in het leven van de Zaandamse bankier/verzetsman. En ik beantwoordde vragen. Waren er destijds NSB’ers binnen de familie Van Hall? Gebruikte Walraven wapens tijdens zijn illegale jaren? Had hij ooit een buitenechtelijke relatie? En zo verder.

De scenaristen in spe waren eerlijk: het was lastig om het merendeels ‘papieren’ verzet van de hoofdpersoon te verfilmen en ze zochten daarom naar smeuïge details. Ik moest ze teleurstellen: Van Hall was uitermate heldhaftig en balanceerde regelmatig op de rand, maar veel sappigs in de vorm van schietpartijen en seksuele escapades zat daar niet bij.

NL Film

De film die Rutger Hauer wilde regisseren kwam er nooit. Iets met geldgebrek, begreep ik. In het najaar van 2011 vernam ik dat er wellicht toch nog een speelfilm zou uitkomen over ‘Wally’ van Hall. NL Film, een van Nederlands grootste productiebedrijven, had zich over het verhaal ontfermd. Ik stuurde het bedrijf een mailtje. “Indien NL Film met het oog op het produceren van de film geïnteresseerd is in mogelijke bronnen en archieven, geschikte filmlocaties en andere informatie die de research vergemakkelijken, kan daarover desgewenst contact met mij worden opgenomen”, schreef ik. Nog dezelfde dag kwam er een hartelijke reactie: “Wij stellen dit erg op prijs. Uw mail stuur ik hierbij door naar Sytze van der Laan die momenteel gesprekken voert met de researcher die voor ons aan deze film werkt. Hij neemt in de toekomst graag contact met u op.”

Het bleef een half jaar stil aan de andere kant van de lijn. Toen vroeg ik schriftelijk of er al iets meer bekend was. “Ik heb uw mail doorgestuurd naar Sytze van der Laan. Hij neemt contact met u op”, luidde het dit keer iets kortere antwoord. Inmiddels zijn we vijf jaar verder. Sytze van der Laan, door NL Film ingehuurd als producent van de film, zoekt blijkbaar nog altijd naar mijn digitale adres of telefoonnummer. Of wellicht had hij het te druk met de afwikkeling van zijn directeurschap bij de Nederlandse Film- en Televisie Academie, dat kan ook.

Gaandeweg vernam ik steeds vaker dat mijn boek een rol speelde bij het financieren en maken van de miljoenenfilm. Een lid van de familie Van Hall vertelde dat de enthousiaste producent bij haar op bezoek kwam met mijn biografie in zijn hand (“Het zat helemaal vol geeltjes.”). Schrijfster Jessica Durlacher bestelde mijn boek. Ze ging daarmee vervolgens samen met ega Leon de Winter op bezoek bij toenmalig bankdirecteur Gerrit Zalm, in een poging om geld los te peuteren voor de film. En Marieke van der Pol had het boek uiteraard ook naast haar computer liggen toen ze het script schreef voor Bankier van het verzet.

Peter R. de Vries

Iedereen kan de literatuur en archieven induiken en daar op zoek gaan naar Van Halls levensverhaal. Zolang er in Bankier van het verzet geen scenes voorkomen die alleen ik kon schrijven -dankzij exclusieve bronnen bijvoorbeeld-, staat het een ieder vrij om Van Hall vorm te geven zoals hij of zij wil. Toen er enkele jaren geleden een film werd gemaakt over de ontvoering van Freddy Heineken verkondigde Peter R. de Vries dat het script gebaseerd was op zijn publicatie over die ontvoering. Hij zei juridische stappen te overwegen, maar uiteindelijk is het daar nooit van gekomen. De Vries besefte waarschijnlijk dat hij het in de rechtbank zou afleggen.

Begin 2017 startten de opnames van de Van Hall-film. De hoofdrollen zijn in handen van goede acteurs. Barry Atsma speelt Walraven, Jacob Derwig diens broer Gijs. In Van der Pols scenario had ik ook wel vertrouwen. Zij heeft, onder meer met De Tweeling, bewezen uitstekende scripts te kunnen schrijven. Hopelijk is haar verhaal overeind gebleven bij de opnames, die eind april eindigden. Laten we het er op houden dat ik mijn twijfels heb. Het aantal via Facebook en Twitter verspreide foto’s van filmscènes waarop geweren en pistolen in beeld zijn, is ontelbaar. Een betrokkene beschreef hoe voor het oog van de camera tezamen met Walraven van Hall een vrouw werd geëxecuteerd, daar waar dat in werkelijkheid niet plaatsvond. Er kwam een fictieve naam voorbij van een belangrijke bijrolspeler. Barry Atsma poseerde op Twitter met een stevige gezichtswond, een blessure die Van Hall tijdens zijn oorlogsjaren niet had. Enzovoort.

In het voorjaar van 2017 raakte ik in gesprek met een dame die betrokken is bij de distributie van de Van Hall-film. Ze toonde me enkele foto’s waarop Jacob Derwig op de filmset door mijn boek bladert. Het was de zoveelste aanwijzing dat de filmploeg en de publicatie nooit ver van elkaar verwijderd waren. In diezelfde week plaatste Barry Atsma een tweet met een foto van mijn boek. Het bericht bleef nog geen tien minuten in de lucht. Toen werd het boek vervangen door een plaatje van het monument voor Van Hall in het Amsterdamse Beursgebouw. Ik vermoed zomaar dat iemand Atsma in de tussentijd liet weten dat de biografie niet in beeld mocht.

Tweetversie 1…

…en versie 2, een paar minuten later.

Naarmate de premièredatum dichterbij komt, krijg ik steeds vaker de opmerking hoe leuk het is dat mijn boek wordt verfilmd. Dat wordt het dus niet. Formeel dan. Toch wil ik bij dezen alvast twee dingen verklappen. Eén: Bankier van het verzet zal zelfs bij benadering niet zo integer zijn als de man die daarin centraal staat. En twee (in alle bescheidenheid): het boek is beter.

De lange aanloop naar de speelfilm over Walraven van Hall

Rutger Hauer poogde jarenlang tevergeefs om het levensverhaal van de Zaandamse verzetsheld Walraven van Hall te verfilmen. Hij was de eerste niet. Nu volgt er een herkansing, in de vorm van een miljoenenproductie met een ware sterrencast.

Walraven van Hall (kleur)Walraven van Hall

Changing fortunes luidde de filmtitel die Rutger Hauer in gedachten had. Het moest een internationale productie worden over de man die tot aan zijn voortijdige dood in februari 1945 de vaderlandse illegaliteit leidde. In januari 2010 kreeg ik de twee beoogde scenarioschrijvers van de film over Walraven van Hall op bezoek. We maakten een rondje langs Zaandamse locaties waar deze verzetsbankier woonde en werkte. En ik beantwoordde een aantal vragen. Die stelden me niet gerust. Of Van Hall een wapen had. Of er NSB’ers in zijn familie waren. Hoe de relatie met zijn echtgenote was. Of hij wellicht een handicap had. De scenaristen-in-spe kwamen er eerlijk voor uit: het zou niet meevallen om het door Van Hall gepleegde ‘papieren’ verzet filmisch interessant te maken. Zijn ondermijning van het nazisme mocht ongekend effectief zijn geweest, maar veel seks en schieten kwam daar niet bij te pas. En dat was, bioscoop-technisch gesproken, toch wel een tikje jammer.

Het was de tweede keer dat ik werd benaderd met filmplannen. In maart 2006 was ik al verwikkeld in een mailwisseling met een filmproducente die me vroeg ‘of het mogelijk is om de rechten te kopen van het boek [dat ik dat jaar over Van Hall publiceerde] met als doel er een film van te maken’. Ze voegde er weinig geruststellend aan toe: “Bij mijn weten is het verhaal in feite openbaar en ik neem aan dat er misschien helemaal niet over ‘rechten’ gesproken kan of hoeft te worden.” Het contact eindigde een maand later met de boodschap dat ze weer van zich zou laten horen ‘zodra ik voorstellen kan doen’.

NL Film

Enfin, Rutger Hauer kreeg de financiering niet rond voor het eerste echte product waarover hij de regie zou voeren, tot zijn diepe droevenis. En die vage filmproducente is ook al een decennium uit beeld verdwenen. Een film over Walraven van Hall leek definitief van de baan. In het najaar van 2011 vernam ik echter dat productiemaatschappij NL Film de handschoen opnam. Ze hadden daar een miljoenenproductie in gedachten. NL Film was een van Nederlands grootste productiemaatschappijen. En, ook niet onbelangrijk, Walravens kinderen waren enthousiast. Wat kon er nog misgaan?

Ik mailde NL Film: als ze behoefte hadden aan informatie en materiaal waren ze welkom. Niet alle gegevens die ik had gevonden met het oog op mijn biografie Walraven van Hall, premier van het verzet (1906-1945) waren in het boek verwerkt, dus wie weet kon de producent nog wat gebruiken. “Wij stellen dit erg op prijs”, luidde de reactie. “Uw mail stuur ik hierbij door naar Sytze van der Laan, die momenteel gesprekken voert met de researcher die voor ons aan deze film werkt. Hij neemt in de toekomst graag contact met u op.” De toekomst bleek bij NL Film een rekkelijk begrip, want producent Van der Laan liet tot op heden niets van zich horen. Dat mijn boek in de tussentijd via NL Film wel een ronde maakte langs tal van betrokkenen bij de film zie ik maar als second best.

Subsidies

Op financieel gebied pakte NL Film het beter aan. In april 2015 kenden de NPO, CoBO en het Nederlands Filmfonds maar liefst €1,8 miljoen toe om de productie mogelijk te maken. Dat komt bovenop de ruim €1,2 miljoen die sinds 2013 in zes tranches is uitgekeerd via het Netherlands Film Production Incentive. Bankier van het verzet, zoals de rolprent gaat heten, wordt een van de duurdere Nederlandse films, zoveel is duidelijk.

Er zijn dan ook nogal wat kosten, en niet alleen aan materiaal. Voor de gelouterde scenarioschrijfster Marieke van der Pol bijvoorbeeld, bekend van onder meer De Tweeling. Voor regisseur Diederik van Rooijen (Penoza). En voor de cast, volgens de Belgische mede-producent Zilvermeer Productions onder anderen Jacob Derwig en Barry Atsma.

De NL Film-website meldt nog altijd: “De opnamen staan gepland voor 2014.” De Belgische partner lijkt beter op de hoogte: “Shoot fall 2016.” Dat lijkt ook een stuk logischer, gezien de verdere planning. Vooralsnog staat als premièredatum 24 september 2017 genoteerd. U krijgt tegen die tijd 110 minuten Walraven en Gijs van Hall aangeboden in een theater bij u in de buurt.

Ik beschik overigens over nog wat vertrouwelijke, tranentrekkende informatie aangaande ‘Wally’ van Hall die het uitstekend zou doen in de slotscène van deze beoogde blockbuster. Wellicht maak ik het nog wereldkundig. Ik dacht zelf aan 25 september volgend jaar.

picknick-gezin-van-hall-eind-jaren-30De broers Walraven, Floor, Beppo, en Gijs van Hall
Walraven (links) en Gijs (rechts) van Hall