Oorlogsmuseum in Zaandam?

Jolande Withuis, onderzoekster bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, hield onlangs een lezing bij de viering van 25 jaar Verzetsmuseum. Ik citeer de eerste twee alinea’s van haar behartenswaardige betoog:
“Een van mijn favorieten in de collectie van het jarige Verzetsmuseum is de kartonnen kerstboom die in gevangenschap werd gefröbeld door verzetsman Carel Steensma (1912-2006), Steensma, een meivlieger die in 1940 boven Rotterdam een aantal Duitse vliegtuigen wist te treffen, wilde in september 1941 met twee anderen in een bootje de oversteek naar Engeland maken. Dat liep mis, Bij een Duitse beschieting kreeg hij een kogel in zijn been. Hij kwam via de gevangenis in het beruchte Nacht-und-Nebelkamp Natzweiler terecht, waar zijn geïnfecteerde been zonder narcose door een medegevangene werd geamputeerd. Het is bijna niet te geloven, maar Steensma overleefde vervolgens ook nog Dachau. Hij kon nooit meer vliegen en later ook geen cello meer spelen.
In de kerstboom, vervaardigd in de gevangenis aan de Amsterdamse Weteringschans, drukte de protestantse Steensma de hoop uit die hij aan zijn geloof ontleende. Hij maakte het boompje van verduisteringskarton, in reepjes gesneden met een vork die hij geduldig had gescherpt aan de betonnen celvloer. De versieringen kwamen van het zilverfolie om zijn medicijnen; de sneeuw was zijn verbandgaas. Overdag werd het boompje verstopt, maar Kerstavond 1941 zongen de gevangenen van zijn cel rond het boompje kerstliedjes.”
Het Verzetsmuseum in Amsterdam beschouwt Steensma’s kerstboompje als een topstuk. En terecht. De woorden ‘verzetsman’, ‘Dachau’ en ‘cello’ wekten mijmeringen bij me op. Een paar jaar geleden wijdde ik in een boek over de Zaanse illegaliteit een hoofdstuk aan de Zaandamse verzetsman George Louis Jambroes. Deze wiskundeleraar betoonde zich niet alleen -al vanaf 1940- een fel tegenstander van de nazi’s, maar was ook een begeesterd cellist. Met regelmaat hoorden zijn buren op het stille Apolloplantsoen de werken van Brahms voorbij drijven, zijn favoriete, Duitse componist. Zo nu en dan verzorgde hij met het Zaandamsch Symphonie Orkest recitals.

Jambroes ontvluchtte Nederland, belandde na een lange reis in Groot-Brittannië en werd in opdracht van de Nederlandse regering in ballingschap opgeleid tot geheim agent. De regering zag in hem de uitgelezen persoon om het Plan for Holland uit te voeren, een poging om een landelijk dekkend, ondergronds leger op te zetten. Als gevolg van het Englandspiel werd de missie een jammerlijke mislukking. Jambroes viel in handen van de Duitsers. Na ruim twee jaar gevangenschap werd hij begin september 1944 met tientallen collega-agenten op wrede wijze om het leven gebracht in het Oostenrijkse concentratiekamp Mauthausen. Jambroes’ gevangenisjaren werden beheerst door herinneringen aan zijn vrouw, zijn jonge zoon Erik en zijn cello.

Cello

In het kader van mijn te schrijven boek (voor de liefhebbers: Vrijgevochten. Zaans verzet in nationaal perspectief 1906-1945) sprak ik met Erik Jambroes. Die overleed korte tijd na ons laatste gesprek. Zijn partner vroeg me vorig jaar of ik een mooie bestemming wist voor de bewaard gebleven cello van George Jambroes. Ik stelde het Zaans Museum -dat een hoekje heeft over het Zaans verzet- voor om de cello in ontvangst te nemen, maar daar had men geen belangstelling. FluXus-directeur Harry Swinkels was wel enthousiast. Als het goed is, speelt er nu een leerling van de muziekschool op de meer dan zeventig jaar oude cello van verzetsman George Louis Jambroes.

Eerder had ik het Zaans Museum ook al benaderd over een andere mogelijke schenking. De familie van een Zaanse verzetsstrijder had me gevraagd of ik een plekje wist voor de gevangeniskleding van een familielid. De man had geruime tijd doorgebracht in kamp Dachau en na de bevrijding zijn kampkleding bewaard. Maar ook hiervoor gold dat het Zaans Museum bedankte voor de eer.

Aan de hand van de cello kan de dramatische geschiedenis van het Englandspiel worden verteld. Aan de hand van de kampkleding het verhaal van verzet en gevangenschap. In beide gevallen is er een duidelijke Zaanse connectie. Het Amsterdamse Verzetsmuseum weet op prachtige wijze aan de hand van dit soort voorwerpen de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog te vertellen. Het Zaans Museum helaas niet.

Hembrugterrein

Een tijdje terug heb ik de gemeenteraad het idee aan de hand gedaan om op het Zaandamse Hembrugterrein een oorlogs- en vredesmuseum op te zetten. Waar kan dat beter dan op het grondgebied van Nederlands oudste (want ruim 325 jaar overeind gebleven) munitie- en wapenfabriek? Daarbij hoeft niet alleen aandacht te zijn voor de Tweede Wereldoorlog, maar kunnen ook de andere conflicten waarvoor de Artillerie Inrichtingen grondstoffen leverde onder de aandacht worde gebracht. De basiscollectie is al aanwezig, in de vorm van de privécollectie die een voormalige A.I.-medewerker ter plekke heeft opgebouwd.

Het Verzetsmuseum trekt jaarlijks vele tienduizenden bezoekers. Een oorlogs- en vredesmuseum -waarover Nederland nog niet de beschikking heeft- kan ook zulke bezoekersaantallen halen. De Zaanstedelijke raadsmeerderheid toonde zich vorig jaar enthousiast over het idee, maar vooralsnog is het daar blijven steken. Binnenkort maakt B&W de jongste plannen met het in desolate staat verkerende gebied bekend. Ik ben benieuwd of daarin ook een museum wordt genoemd.

George Louis Jambroes (1905-1944)