Maker Zaans oorlogsverslag eindelijk bekend

De Duitse bezetter was nauwelijks verslagen of een van de honderden Zaanse verzetsmensen zette zich aan het schrijven van zijn (of was het haar?) oorlogsmemoires.  De auteur was goed ingevoerd in de illegaliteit. Maar wie was het?

Hij/zij tikte niet minder dan negentig A-viertjes vol met herinneringen aan het regionale verzet en gaf daarbij blijk over veel informatie te beschikken uit de hogere echelons van de illegaliteit. Waar dat wenselijk werd geacht, gebruikte hij/zij overigens veelal de schuilnamen van verzetsstrijders. In de kantlijn van het manuscript -het voor zover mij bekend langste Zaanse verslag uit en over de Zaanse ondergrondse- werden met een pen de echte namen van de betreffende personen genoteerd.

Na de oorlog belandde het op overwegend dunne vellen papieren getypte document bij het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (het huidige NIOD). Daar is het te vinden als Doc. II – inventarisnummer 345. Maar ook bij het NIOD bleef onbekend wie de schrijver was van het gedetailleerde, heldere verslag over het Zaanse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

In Dagblad Zaanstreek van 5 mei 2006 wijdde redacteur Rob Swart een uitgebreid artikel aan het oorlogsmanuscript. “Wie de negentig pagina’s heeft gemaakt en wanneer, dat is niet bekend”, schreef Swart. “Maar het was iemand die heel dicht bij de leiding van het Zaans verzet opereerde of daar misschien deel van uitmaakte.” Rob Swart citeerde uitgebreid uit het levendig geschreven document en haalde daarbij regelmatig ene ‘Schagen’ aan. In de kantlijn van de tekst staat gekrabbeld dat dit het oorlogspseudoniem was van ‘AW Sabel’. Deze Sabel was betrokken bij tal van verzetsactiviteiten. Hij bleek direct en indirect betrokken bij executies van verraders, het loskrijgen van gevangen genomen verzetsmensen en gijzelaars, overvallen op bevolkingsadministraties en het verbergen van gestrande geallieerde vliegeniers. Hij onderhield contact met Zaandammer Walraven van Hall (‘Van Tuyl’) -de spin in het web van het nationale verzet- en met in de Zaanstreek wonende, landelijk opererende illegalen als Jaap Buijs (‘Ruys’) en Remmert Aten (‘de Lange’). Maar Sabel sprak indien nodig ook met de uiterst foute NSB-burgemeester Cornelis van Ravenswaay. Zou deze Zaandammer de auteur van het NIOD-manuscript kunnen zijn?

August Willem Sabel was directeur van de gelijknamige verffabriek aan de Westzijde, op de plek waar tegenwoordig muziekschool FluXus zit. Over Sabel (17-10-1899/24-8-1980) verscheen in 1984 een 36 pagina’s tellende brochure, geschreven door een geschiedenisleraar van het Zaanlands Lyceum,  J.J. ‘t Hoen (1931-1988). “Tijdens de zomer van 1975 heb ik uitgebreide gesprekken gevoerd met de heer A.W. Sabel, die, op grond van zijn aandeel in het verzet gedurende de Duitse bezetting, na de oorlog een zilveren erepenning der gemeente Zaandam heeft ontvangen. Op basis van de daarbij verkregen inlichtingen schreef ik een verslag, dat daarna door hem is nagelezen en van kanttekeningen voorzien”, schreef ‘t Hoen in zijn voorwoord.

Welicht doordat ‘t Hoen zijn aantekeningen lang liet liggen alvorens ze uit te werken, wemelt zijn in september 1984 verschenen brochure De Zaanstreek gedurende de bezettingstijd (1940-1945) – Herinneringen van een ereburger der gemeente Zaandam van de fouten. Namen zijn verkeerd geschreven, data kloppen niet en veel beschreven gebeurtenissen vonden niet of anders plaats. Maar interessant is wel de door ‘t Hoen beschreven banden tussen de Zaandamse politie en het Zaanse verzet, alsmede de gedetailleerde beschrijving van een razzia rondom de Zaandamse Burcht, begin februari 1945. Sabel heeft als direct betrokkene bij zowel die politiecontacten als bij de afhandeling van de Duitse razzia J.J. ‘t Hoen voorzien van een aantal details die ook zijn te vinden in het NIOD-manuscript. Het lijkt er daardoor inderdaad sterk op dat August Sabel de producent was van de negentig velletjes oorlogsverslag.

In augustus 2008 nam Jeanne van Ammers contact met me op.  Ze was op zoek naar de naam van de Ortskommandant die het gedurende de oorlog in Zaandam voor het zeggen had. Ik wist die naam niet, maar wees haar onder meer op het geschrift van de onbekende Zaanse verzetsman. Die had namelijk wat woorden gewijd aan de Ortskommandantur. Het toeval wil, zo bleek een paar weken later, dat de vader van mevrouw Van Ammers bevriend was met August Sabel en tijdens de oorlog gebruikmaakte van diens illegale diensten. Mevrouw Van Ammers legde de tekst van ‘t Hoen naast het NIOD-document en kwam tot de voorzichtige conclusie dat August Sabel inderdaad wel eens de auteur kon zijn geweest. Om helemaal zeker te zijn ging ze langs bij een nicht van Sabel, Carolien. Die had nog een giro-overschrijving in huis met daarop het handschrift van haar oom. De conclusie lijkt onontkoombaar: August Willem Sabel is de maker van NIOD-doc. II – inventarisnummer 345. Het bewijs vindt u hieronder.

Of is het toch anders? Eind 2009 kwam ik in contact met de zoon van een Zaanse verzetsstrijder. We wisselden wat informatie uit. Ik gaf hem onder meer een kopiefragment van het NIOD-document. Korte tijd later mailde mijn gesprekspartner me dat het verslag ook te vinden was in het archief van het ministerie van Defensie (BRIOP Hoensbroek, OD-archief A100b) én in het archief van de Stichting 1940-1945. In het BRIOP-exemplaar ontbreken overigens de namen in de kantlijn. Een kopie ervan is bij het NIOD beland, aldus mijn zegsman. Die me er tevens op wees dat in het stuk de naam J.H. op den Velde consequent verkeerd is geschreven (‘Op te Velde’), terwijl August Sabel die naam wel steeds op de juiste wijze schreef.

Het is dan ook niet Sabel die het verslag maakte (zij het dat hij wel de juiste namen in de kantlijn van zijn eigen exemplaar plaatste). Volgens het archief van de Stichting 1940-1945 was J.G. van Marle (alias ‘Wouters’) de schrijver. Van Marle kreeg na Dolle Dinsdag de leiding over de Binnenlandse Strijdkrachten in de Zaanstreek. Deze reserve-ritmeester woonde destijds in Aerdenhout en had de grootste moeite om de regionale LO/LKP, Raad van Verzet en Ordedienst te bundelen, gehecht als die waren aan hun eigen werk- en denkwijzen. Het was ook Van Marle die op 3 mei 1945 de opdracht kreeg om in Zaandam met de Duitsers te spreken over een onvoorwaardelijke overgave. Van Marle had aan het eind van de oorlog zicht op vrijwel de gehele Zaanse illegaliteit en was in staat om er een uitgebreid verslag over te schrijven. Gezien het bovenstaande kan het dan ook nauwelijks anders of hij was degene die het Zaanse oorlogsverslag schreef.

handschrift-august-willem-sabel

Foto Jeanne van Ammers

Johann G. van Marle