Leven Marcus Bakker hing aan zijden draadje

Het is bij mijn weten een onbekend hoofdstuk in het levensverhaal van Marcus Bakker (1923-2009), de bekendste politicus die de Zaanstreek ooit telde. Dat dit communistisch kopstuk  toch nog 85 jaar oud werd mag, op basis van hetgeen ik onlangs in de archieven aantrof, een klein wonder heten. Want in 1943 was de Sicherheitsdienst naarstig op zoek naar Bakker. Indien deze boekhouderszoon uit de Zaandamse Slachthuisbuurt conform de SD-opzet in Duitse handen was gevallen, dan had hij de oorlog waarschijnlijk niet overleefd.

In november 1943 ontdekte Francisca de Munck-Siffels -een jonge vrouw die in de Zaandamse Havenbuurt woonde en net als Bakker lid was van de illegale Communistische Partij Nederland- dat haar man vreemdging. Met haar eigen zuster nog wel. Franci de Munck stapte daarop woedend naar de Sicherheitsdienst. Ze bracht niet alleen haar man aan, maar ook tal van andere (vermeende) communisten. In de nacht van 22 op 23 november 1943 reed ze met de SD door de Zaanstreek en wees her en der adressen aan van partijgenoten en verzetsmensen. Een groot aantal van hen werd opgepakt, zeven zouden het niet overleven. In de maanden daarna ging Franci door met haar verraderswerk. Haar verhaal is hier te lezen.

Marcus Bakker had in 1943 staatsexamen Latijn en Grieks gedaan. Hij wilde doorgaan met zijn studie, maar de oorlog gooide roet in het eten. In november van dat jaar werd hij CPN-lid. Het was zo ongeveer het minst gunstige moment om dat te doen, gezien het feit dat Franci de Munck-Siffels haar woede die maand ging botvieren op de communistische aanhang in de regio. Maar dat kon Bakker toen natuurlijk niet weten. De 20-jarige student beperkte zich niet tot een lidmaatschap sec. Hij begon ook te publiceren in het ondergrondse communistische blad De Waarheid en werd zodoende actief binnen de illegaliteit. En daarmee een begerenswaardig jachtobject van de nazi’s.

Bij het Nationaal Archief vond ik in een strafdossier een interessant citaat over Bakker. Het is net na de bevrijding geschreven en afkomstig van een politieagent die tijdens de Tweede Wereldoorlog werkzaam was in Zaandam. Deze Johannes Gerardus van der Meij (1915-1979) was zelf niet brandschoon in zijn handelen, maar tipte naarmate de oorlog vorderde wel af en toe de Zaanse verzetsbeweging over op handen zijnde nazistische activiteiten. Afgaand op Van der Meijs naoorlogse getuigenverklaring zou dat de redding betekenen van Marcus Bakker. Ik citeer: “Mej. Siffels had opdracht van de SD om de zoon van Bakker, boekhouder van het slachthuis te Zaandam, tel. 4646 op te sporen. Daartoe is zij ten huize van Bakker gaan informeren of deze thuis was. Onmiddellijk werd door mij de heer Bakker op de hoogte gebracht van de juiste stand van zaken. Zoon nimmer gearresteerd.”

In een andere verklaring herhaalde Van der Meij zijn betrokkenheid bij de ontsnapping van Marcus Bakker: “[SD-helper Gerard] Kuiters vertelde voorts aan ondergetekende dat de zoon van de heer C.C. Bakker, boekhouder aan het Openbaar Slachthuis te Zaandam, wonende te Zaandam, op het terrein van dit Slachthuis, zou worden gearresteerd wegens illegale werkzaamheden. Tot driemaal toe heeft ondergetekende de heer Bakker, die een goede bekende van hem was, gewaarschuwd als er gevaar voor zijn zoon dreigde en deze is ook nimmer gearresteerd.”

Dat van die ‘driemaal’ kon vader Bakker zich niet herinneren, zo bleek uit een brief die hij in juni 1947 schreef. Maar verder onderschreef hij Van der Meijs verhaal. Een paar fragmenten uit zijn brief: “In het jaar 1943 deed mijn oudste zoon belangrijk illegaal werk voor de ‘groep. In die tijd was als verraadster werkzaam voor de Duitse Gestapo mej. Siffels, die er voornamelijk werk van maakte om werkers uit deze groep te verraden. Op een avond kwam een jonge vrouw kwasi onschuldig informeren of mijn bedoelde zoon thuis was. Zij werd door mijn vrouw te woord gestaan. Deze kreeg enerzijds de indruk dat het onbekende bezoek niet voor ons bedoeld was, maar vertrouwde anderzijds de zaak niet. Mijn vrouw deelde haar mede dat onze zoon niet thuis was en vroeg haar, waarvoor zij eigenlijk kwam. De bezoekster maakte zich er van af met de verontschuldiging dat zij zich in het adres vergist had en vertrok. Onmiddellijk deelde mijn vrouw mij haar wantrouwen mede.”

Dat wantrouwen bleek terecht. Kort daarna belde Van der Meij op met het dringende advies om Marcus te laten onderduiken. Eerst anoniem, maar toen vader Bakker vroeg wie hij aan de lijn had noemde hij alsnog zijn naam. Een dag later zocht Bakker senior contact met de politieman. “Hij vertelde mij toen dat hij, v.d. Meij, blijkbaar door de Grünen nogal werd vertrouwd, want hij moest als chauffeur met de auto van deze heren en in gezelschap van mej. Siffels naar een drietal adressen gaan. De auto moest op enige afstand van de woning wachten en mej. Siffels moest met een smoesje er achter trachten te komen of de gezochte thuis was. Als dit zo was, zou het slachtoffer later op de avond worden opgehaald. Ik herhaalde dat dit geen betrekking kon hebben op mijn zoon, omdat deze nergens mee te maken had. Hij antwoordde dat ze moesten zijn bij Bakker in de Slachthuisstraat en dat er niemand anders van deze naam in die straat woonde. Hij meende daarom verplicht te zijn, mij telefonisch te waarschuwen, hoewel dit niet van gevaar ontbloot was. Hij deelde mij verder mede dat hij ook de mensen van de andere adressen gewaarschuwd had. Dringend raadde hij mij aan mijn zoon een poosje te laten onderduiken, ook als mijn zoon geen illegaal werk deed, omdat als de Grünen iemand eenmaal te pakken hadden, deze niet zo spoedig weer los kwam. Wij hebben deze waarschuwing ter harte genomen en mijn zoon is inderdaad toen enige weken op een adres in Amsterdam ondergedoken geweest. Dit was toen noodzakelijk omdat mijn zoon wel illegaal werk deed voor de ‘Waarheid’-groep en omdat bij mij thuis ook nog wel iets te grijpen was voor deze heren. Na enige weken is mijn zoon voorzichtig-aan weer teruggekomen en heeft het illegale werk nog krachtiger ter hand genomen. Wij hebben later noch van mej. Siffels, noch van de Grünen meer enig bezoek gehad. Waarschijnlijk zijn ze toen het spoor bijster geraakt.”

Marcus Bakker wist dus dankzij Van der Meij te ontsnappen aan arrestatie en een langdurig verblijf in de gevangenis, met mogelijk het executiepeloton of een concentratiekamp als vervolg. Of hij ooit heeft geweten dat hij zo dicht aan de rand van de afgrond stond is mij niet bekend.

File:CPN-fractievoorzitter Bakker bij een interpellatie in het Tweede Kamerdebat over de uitspraak van rechter Stheeman over - NL-HaNA 2.24.01.05 0 925-3894 WM153.jpg

2 antwoorden
  1. Ruurd Vanderveen
    Ruurd Vanderveen zegt:

    Mijn broer Jelle ziet Bakker met zijn vrouw in ons warenhuis(Assen) lopen op zoek naar de boekenafdeling.(80erjaren)Hij spreekt ze aan en we gaan boven op het advertentie-kantoor zitten kletsen en koffiedrinken.Een hartelijke man en we zijn trots dat onze maatschappij zo’n man heeft kunnen voortbrengen.Hoe meer kennis over het verleden,hoe meer dimensie.Het koffiedrinken van toen krijgt nog meer ontroering.
    Ruurd Vanderveen,Assen.

    Beantwoorden
  2. Margriet van Engelen
    Margriet van Engelen zegt:

    Marcus Bakker, we kenden hem van de debatten in de Tweede Kamer. De humor waarmee hij zijn argumenten naar voren bracht, was altijd de vrolijke noot van het geheel. De populariteit van zijn persoon, ook bij velen die geen aanhangers waren van de C.P.N. was groot. Hij kwam een keer in Ammerstol spreken, een dorp naast onze woonplaats Schoonhoven en mijn man is speciaal vanwege de humoristische opmerkingen die te verwachten waren er heen gegaan. Heel leuk was, dat Marcus Bakker toen wij in Zaandam kwamen wonen hij patient van mijn man werd. De persoonlijke verhouding was prima, dat was duidelijk.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.