Klein oorlogsleed

De Zaandamse aannemer Reinder Kakes heeft het niet zo op de nationaal-socialisten. Geen wonder dat de Zaandamse NSB-groepsleider L. van Westervoort op 19 december 1941 een brief opstelt met de tekst:

“Kameraad,

Bij informatie is komen vast te staan, dat de heer R. Kakes, Westzijde 262b, te Zaandam, fel anti-N.S.B. is. Zijn uitlatingen en houding moeten dit bevestigen.

Hou Zee!

De Groepsleider.”

Aanleiding voor de notitie is wellicht een akkefietje dat twee maanden eerder speelt. In het najaar van 1941 gooien de eveneens op de Westzijde wonende broers Reijling de winkelruiten in van kapper J. de Boer (Westzijde 236) en sigarenhandelaar Th. van Doorn (Westzijde 211d). Beide middenstanders staan bekend als NSB’ers. Anderhalve week later ontvangt Kakes een brief van NSB-burgemeester Cornelis van Ravenswaay. De reden daarvoor, zo laat de burgemeester aan Kakes weten, is ‘uw bekende politieke gezindheid’, waardoor ‘aan te nemen is dat gij handelingen als die waardoor de schade is aangericht bevordert of goedkeurt’. Als straf dient de aannemer voor 1 december 180,25 gulden te betalen aan de Zaandamse gemeente-ontvanger. “Bij nalatigheid zal worden overgegaan tot gerechtelijke tenuitvoerlegging, waarbij lijfsdwang kan worden toegepast”, eindigt de burgemeester zijn brief. Kakes neemt geen risico en betaalt. Een met Kakes sympathiserende wethouder, voorheen zelf aannemer, regelt echter dat de vermeende ruitentikker na korte tijd zijn geld terugkrijgt. Reinder Kakes komt ongeschonden de oorlog door en weet zich in latere oorlogsjaren onder meer verdienstelijk te maken door in de Zaanstreek schuilplaatsen te bouwen voor  onderduikers.

NSB-burgemeester Cornelis van Ravenswaay