George Jambroes doet verslag

Op 18 maart 1942 kwam, na een lange zwerftocht door Europa, de Zaandamse leraar George Louis Jambroes (Amsterdam, 22-4-1905/Mauthausen, 7-9-1944) aan in Groot-Brittannië. Net als alle andere Engelandvaarders werd hij daar onderworpen aan een zwaar verhoor. Hij doorstond dat en andere tests zo goed dat de Nederlandse regering in ballingschap in hem de uitgelezen persoon zag om het Plan for Holland uit te voeren, een poging om een landelijk dekkend, ondergronds leger op te zetten. Als gevolg van het Englandspiel werd de operatie een grandioos fiasco. Jambroes landde per parachute in Nederland, werd onmiddellijk gevangengenomen en een paar jaar later op gruwelijke wijze vermoord in concentratiekamp Mauthausen.

Hieronder, voor het eerst geopenbaard, de belangrijkste onderdelen uit het verhoor dat George Jambroes op 23 maart 1942 in Engeland onderging en waarin hij veel wist te vertellen over de ontluikende vaderlandse illegaliteit.

Ik belijd geen godsdienst. Ik ben vroeger lid geweest van de SDAP, doch ongeveer 8 jaar geleden ben ik daar uitgetreden. Tijdens den oorlog was ik reserve 1e luit. M.a. 15e R.A., gelegerd te Woudenberg-Scherpenzeel. Ik had een cursus gevolgd voor vuurregelingsdienst. Wij hebben tijdens den oorlog nog de stelling bezet bij Vianen en na de capitulatie zijn wij  naar Driebergen gegaan om daar mijn vacantie door te brengen. Begin September 1940 heb ik mijn leeraars-werkzaamheden hervat te Zaandam.

Mijn eerste contact met geheime organisaties verkreeg ik door Mr. Th. J. Eskens, advocaat en procureur, Frederiksplein 46 te Amsterdam, C., die mij het adres gaf van den reserve-officier van den  motordienst Nout, wonende Duivelandscheweg no. 111 te Den Haag. Ik heb hem eens ontmoet; hij was werkzaam bij een garage. Ik zou later meer van hem hooren, wat echter niet gebeurd is. Zooals ik later vernam, zou hij gearresteerd zijn.

Daarna ontmoette ik den heer Althof, oud-redacteur van ‘Het Volk’, die betrokken bleek te zijn met Nout vnd. en bij het LOF. Op deze wijze kwam ik in aanraking met den leider van het LOF, den heer De Tourton Bruijns, inspecteur der Domeinen, te Amsterdam. Met hem heb ik geregeld samengewerkt en iederen Woensdagmiddag hadden wij op zijn kantoor een bespreking met nog andere leden, waarvan ik de namen nooit gehoord heb. Door het LOF was een kaartsysteem aangelegd van de leden d.m.v. waarschuwingskaarten der belasting en volgens den heer De Tourton Bruijns was dit volkomen veilig.

Er was sprake van een fusie tussen het LOF en een andere geheime organisatie, nl. den ‘Orde Dienst’. Zo heeft De Tourton Bruijns op 1 januari 1941, vermoedelijk te Bloemendaal, een bijeenkomst bijgewoond tusschen leden van de OD en het LOF, maar tot een fusie is het toen niet gekomen en vóór ik moest vluchten was dit nog altijd hangende.

Na de stakingen en relletjes in Amsterdam, eind Februari 1941, heb ik De Tourton Bruijns nog gesproken en het was hem toen bekend dat de Duitschers verdenkingen tegen hem hadden. Hij was toen al gewaarschuwd dat een arrestatie elk oogenblik kon volgen, doch hij wilde niet vluchten, waarom weet ik niet.

In Zaandam kwam ik al spoedig in aanraking met den OD en wel met Coté, onderwijzer, wonende te Zaandam aan het Frederik Hendrikplantsoen. De OD had al vele leden en noemden als bezwaar van het lid zijn van het LOF het kaartsysteem der leden. Het opmerkelijke is echter, dat ik meer namen hoorde van leden van den OD dan van het LOF.

De res. kapitein van den Generalen Staf, Voorhoeve, wonende bij zijn moeder, Vossiusstraat 28 te Amsterdam, zat ook in het LOF. Hij is een zoon van professor Voorhoeve en een broer van Ernst Voorhoeve, den bekenden NSB-propagandist. Hij is echter volkomen betrouwbaar. (…) Ik had een geheel plan opgesteld voor indeeling der organisatie, voor welk plan ook bij den OD veel belangstelling bestond. Te Zaandam en omstreken had ik de volgende 4 blokcommandanten:

1e. Luit. Schouten, wonende Oostzaan, A.110d. Deze heeft zich gedurende de mobilisatie en den oorlog doen kennen als een zeer goed officier.

2e. Rem. Aten Jr. wonende Frans Halsstraat 31 te Zaandam, van de bekende houthandel-familie, die zich uit deze leidende functie terug wilde trekken zoodra voor hem een beteren plaatsvervanger was gevonden.

3e. Iemand wiens naam ik mij niet kan herinneren, wonende aan den Zuiddijk te Zaandam, tegenover Simon de Wit.

4e. Kramer, onderwijzer, wonende aan het Gasplein te Wijdewormer, ook een res. Officier en leider van een R.K. jonggezellen vereeniging.

Verder stond ik in contact met:

1e. Een jongeman, ook diens naam ben ik kwijt, en wonende Krugerstraat 50 te Zaandam, die ziekenverpleger was geweest in den  oorlog en die werkloozen om zich heen verzamede en hen steunde met geld, wat hij overal opscharrelde, zoodat deze menschen niet naar Duitschland hoefden. De heer Van Boven, ambtenaar ter secretarie te Zaandam, had mij zijn adres gegeven en ik gebruikte hem als camouflage voor mijn werkzaamheden in het LOF door hem te helpen met de geldinzameling.

 2e. Ir. G. van Bussbach, 1e luit. van speciale diensten V.L. Spoorwegdienst, ingenieur der Ned. Spoorwegen te Zaandam, die reeds voor mij aangesloten was bij het LOF.

3e. Lucas, wonende in een der Burgemeestersstraten te Zaandam, bestuurslid van den BVL die voor 100% betrouwbare leden van den BVL er uithaalde en ze bij elkaar bracht.

4e. Soepboer, chef van den bewakingsdienst van het terrein van de ‘Hembrug’, die onder het personeel een organisatie heeft gesticht van 200 man. Ik heb Soepboer in contact gebracht met De Tourton de Bruijns, terwijl ook Coté met hem gesproken heeft. Uiteindelijk is echter besloten, dat Soepboer’s organisatie niet opgenomen zou worden in het LOF of den OD, in verband met haar speciaal karakter.

De zoon van dr. Scholten, gemeentesecretaris te Zaandam, electro-technisch ingenieur, was ook aangesloten bij het LOF. Hij heeft thans een betrekking bij de PTT te Den Haag. Van den OD ken ik nog de heer Zwart, eigenaar van de garage ‘Zwart’ te Wormerveer, Plein no. 13 en twee mariniers te Zaandam, waarvan een is genaamd Gillekus, die in radio-verbinding zou staan met Engeland. B. Glazenberg [moet zijn Glazenburg, E.S.], leeraar wiskunde en boekhouder aan het Lyceum te Zaandam, wonende nabij Zaandam, was een verbindingsman in het LOF en OD.

(…) Door de NSB, en wel door Jan Hooft, expediteur van beroep en thans bewaker van het NSB-kringhuis te Zaandam, werd een lijst opgesteld van menschen, die aan de staking hadden deelgenomen. Op het stadhuis moest ook zoo’n lijst opgesteld worden. Zij wilden mij daar echter de hand boven het hoofd houden en vermeldden mij niet, hoewel ik gestaakt had. [NSB-Burgemeester] Van Ravenswaay heeft echter op het stadhuis verklaard, dat ik wel gestaakt had en toen praatte hij zijn mond voorbij, waarschijnlijk om indruk te maken, door te zeggen, dat hij ook wist, dat ik mij schuldig had gemaakt aan anti-Duitsche propaganda in de klas en dat ik ook getracht had de andere leraaren van het Lyceum over te halen om te staken (wat allemaal juist is en wat het laatste betreft, moet ik verraden zijn door een leraar, daar ik in een leraaren-vergadering hierover gesproken had). Bovendien meldde hij nog, dat hij wist, dat ik mij bezig hield met het werk voor geheime organisaties.

Dat er veel gepraat werd, moge blijken uit het feit, dat op de fabriek van Sabel te Zaandam onder de arbeiders gesproken werd over ‘de organisatie Jambroes’, wat ik juist vernam, voordat ik gewaarschuwd werd, dat Burgemeester Van Ravenswaay te veel over mij wist.

Op 16 maart 1941, des zondags, kreeg ik dit bericht, afkomstig van Coté c.s. en wel door mevr. Eskens-Krabbé, ‘Burcht-Apotheek’ aan den Zuiddijk te Zaandam. Mijn vrouw was in het ziekenhuis en ik ben per fiets vertrokken naar Schroers, Nieuweweg no. 7 te Tienhoven, welk adres zij mij gegeven hadden. Schroers is fortwachter, oud-sergeant KNIL en lid van den OD. Hij is gehuwd met een zuster van Van As, wonende te Utrecht, die een vooraanstaande functie bekleedt bij den OD. Na een paar dagen verscheen Van As, die mij een koerier gaf, die zich noemde Gerrit Oud. Ik ben nooit te weten gekomen of dit al dan niet zijn juisten naam was. Op genoemd adres ben ik 10 dagen geweest en ben toen overgegaan naar Overveen en wel naar de familie Van den Berg, wonende Schoonoordlaan no. 14 aldaar. Van den Berg is piano-stemmer van beroep en in de verte familie van Gerrit Oud. Ik ben daar gebleven tot begin mei.

Voor rantsoenbonnen, welke ik natuurlijk noodig had, werd gezorgd door mevr. Eskens-Krabbé. De eenige moeilijkheid was geld, ook bij den OD, tenzij Gerrit Oud een deel van het geld opmaakte, dat voor mij bestemd was, daar hij nogal eigenaardig was.

Ik vernam nu uit een rapport van den OD, opgemaakt door Rose, werkzaam bij de verffabriek van Pieter Schoen te Zaandam, wonende te Haarlem, dat den volgenden morgen na mijn vertrek, doordat ik niet op school was gekomen, de rector van het Lyceum met den heer Zoeter, teekenleeraar van dit Lyceum, bij mij thuis waren geweest. Zoeter was direct naar het schuurtje gegaan om te zien of ik per fiets was weggegaan en hij zou hebben gezegd: ‘Jambroes moet gevonden worden’, terwijl hij toen ook den naam van De Tourton Bruijns schijnt te hebben genoemd. Mijn vrouw vertrouwt hem echter volkomen; ik heb haar later nog gesproken.

Over Zoeter kan ik u nog mededeelen, dat hij gehuwd is me een Weensche, wier naam, voor zoover ik mij herinner, is Horowitz. Het gerucht gaat, dat zij bezoek heeft gehad van een Weensche, die Gestapo-agente zou zijn. (…) Begin mei 1941 ben ik weer teruggegaan naar Breukelen voor tien dagen, alwaar ik ook mevr. Van As toen gesproken heb. Mijn volgende schuilplaats was toen te Bussum en wel ten huize van den heer Aué, kunstschilder, wonende Simon Stevynweg no. 32 aldaar. Hij is ook familie van Gerrit Oud, terwijl de nougatman Aué van de kermissen een oom van Gerrit Oud is. Daar ben ik geweest tot 5 juli 1941, op welken datum ik per vliegtuig zou vertrekken naar Engeland. Gerrit Oud had daar heele verhalen over en het laatste vliegtuig zou van de Lek opgestegen zijn. Gerrit Oud en ik gingen per trein naar Amsterdam, alwaar wij op het perron ontmoetten een anderen koerier met een inspecteur van politie uit Nijmegen, die ook op de vlucht was. Indien ik mij goed herinner was de naam van dien inspecteur van politie Annekink. Hier kregen Annekink en ik een nieuwen koerier en gingen wij weer per trein naar Bussum. Aldaar kwam er weer een koerier bij, een Indisch type, die een blauw jasje droeg en daarom door ons ‘de blauwe’ genoemd werd. Met zijn vieren gingen we per trein naar Hilversum en buiten het station werden we opgewacht door iemand, die wij ‘de zwager’ noemden en die ons bracht naar Schoevers, Planetenstraat 79 te Hilversum, kantoorbediende bij Polak&Schwarz’s Essencefabriek te Hilversum. Aldaar is een conferentie gehouden en werd gezegd, dat voorloopig van het plan niets kon komen.

Annekink ging met den ‘zwager’ mee, terwijl ik werd gebracht naar de familie Van ’t Hoff, wonende Kam. Onnesweg 469 te Hilversum. Van ’t Hoff was chemicus bij Polak& Schwarz’s Essencefabriek. Dit zou maar voor een paar dagen zijn, doch ik ben daar gebleven tot 14 october 1941. (…) De heer Madsen, oud-marine-officier, is mijn zwager en hij is nog steeds bij den Nederlanschen Radio Omroep. Hij behoorde tot den Staf van de AVRO en hij wilde na de reorganisatie er wel uitgaan, wat hem echter niet werd toegestaan, waarna hij een verklaring heeft gevraagd en gekregen, dat hij geen ontslag mag nemen. (…) Dr. W.H. Beekhuis, arts, wonende Ooievaarstraat 66 te Zaandam, is gehuwd met een Duitsche vrouw en op haar verzoek heeft hij den plaatselijken Ortskommandant ingekwartierd. Hij was voor volledige annexatie van Nederland bij Duitschland. (…) Ds. J. Chr. Fritzsche, Herv. Predikant, wonende Westzijde 174 te Zaandam, stond op de zwarte lijst als te zijn pro-Duitsch. Hij verklaarde geen NSB’er te zijn, maar wel pro-Duitsch. Hij heeft voor den oorlog gesolliciteerd voor predikant bij de Nederlandsche kolonie in Berlijn.

Londen, 25 maart 1942, de luit. ter Zee II K.M.R. A. Wolters.”

George Jambroes in 1942 in Londen, kort voor zijn vertrek naar Nederland

1 antwoord
  1. Joke Madsen
    Joke Madsen zegt:

    George Jambroes was mijn oom, de oudste broer van mijn moeder, ik ben blij dat er met de herdenking van a.s 25 januari aandacht aan hem wordt besteed… Eindelijk..Wij zijn met het verhaal opgegroeid, maar verder hoorden we er niet veel over….
    Joke Madsen

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.