George Jambroes doet verslag

Op deze site heb ik al eerder teksten geplaatst over en van de Zaandamse verzetsman George Louis Jambroes (1905-1944). Hij ontvluchtte in het najaar van 1941 Nederland en slaagde er via Zwitserland, Spanje en Portugal in om Groot-Brittannië te bereiken. Van daar keerde hij in opdracht van de Nederlandse regering in ballingschap als spion terug naar Nederland. Hij werd slachtoffer van het Englandspiel en werd in september 1944 in Mauthausen om het leven gebracht. Tien dagen na zijn geslaagde ontsnapping uit Nederland deed hij in Genève verslag van zijn oorlogs- en verzetservaringen in en om Zaandam. Hieronder de (nooit eerder gepubliceerde) tekst, die een goed, zij het soms wat te patriottisch en naïef beeld geeft van Jambroes’ ervaringen gedurende de eerste anderhalf jaar bezetting. Ik heb zijn verhaal overgezet in modern Nederlands, maar verder is het onaangepast. 

“Na de oorlog heb ik in september 1940 mijn betrekking als wiskundeleraar aan het Lyceum te Zaandam opgevat. Onder mijn collega’s heerste een angstige stemming als gevolg van de door de Duitsers toegepaste terreur. IJverig ondersteund door spionage en verraad van de zijde der NSB’ers. Een gevolg hiervan was dat de schooljeugd, die zonder uitzondering de koningin en het vaderland trouw is gebleven, in dit opzicht niet de steun ontving die zij van hun opvoeders mochten verwachten. Als enige onder de leraren die aan de oorlogshandelingen had deelgenomen, achtte ik het mijn plicht de jeugd in te lichten over het verraad voor, in en na de oorlogsdagen en hen te waarschuwen voor de geraffineerde propagandazwendel waarmee de Duitsers en hun handlangers de geestelijke grondslagen van ons volksleven zouden trachten te vergiftigen.

In oktober kwam ik, zij het na enig zoeken, in aanraking met een geheime organisatie, het LOF (Legioen Oud-Frontstrijders), die zich ten doel stelde betrouwbare soldaten in militair verband te organiseren, volgens het volgende schema:

district-gewest (4)-blok (16)-vak (64)-wijk (256)-sectie (1024).

Elke sectie zou uit 5 man, wonend in elkaars nabijheid, bestaan. Wapens zouden centraal voor bepaalde groepen opgeslagen worden, terwijl voor doorzending van berichten zorg zou worden gedragen. Mijn opdracht luidde in het zuid-oostelijke deel van Noord-Holland ten noorden van het IJ de organisatie uit te breiden. Ik bemerkte al spoedig dat vele verenigingen met hetzelfde doel bestonden, zodat ik mij beperkte tot pogingen tot coördinatie, die zeer moeilijk waren ten gevolge van de, overigens volkomen gerechtvaardigde, voorzichtigheid waarmee ieder te werk ging. Onder het personeel van de Hembrug bestond een sterke organisatie. Ook de, toen reeds ontbonden, Vrijwillige Burgerwacht bestond nog ‘illegaal’, terwijl er, als onderdeel van een wijdvertakte landelijke organisatie, een vereniging bestond die zich ‘Ordedienst’ noemde. Ook een groep van personen die werkloze, gedemobiliseerde militairen steunde werkte onder deze vermomming in dezelfde richting. Deze versplintering werd door sommigen als een voordeel beschouwd, daar de Gestapo dan nooit de leiding van het geheel zou kunnen grijpen. Maar ik voor mijzelf heb wel eens gevreesd dat op het beslissende ogenblik de Hollanders er evenmin wijs uit zouden kunnen worden als de Duitsers. Echter is zeker dat overal in het land contact tussen deze groepen bestond.

Inmiddels begonnen de Duitsers met de Jodenvervolging, met het politieke doel het Nederlandse volk kunstmatig in een grote en een kleine groep te splitsen, deze groepen tegen elkaar op te hitsen en de grootste in de armen van de NSB te drijven. Deze methode moge bij het cultureel en politiek zeer laagstaande Duitse volk succes gehad hebben, van dit ogenblik dateert het taaie en onbreekbare verzet van het Nederlandse volk tegen de overweldigers.

Op 25 februari 1941 brak in Amsterdam onder het trampersoneel de grote staking uit als protest tegen de Jodenvervolging. Deze staking breidde zich uit tot Haarlem, Zaandam, Utrecht, Hilversum en andere plaatsen en was volkomen algemeen. In Zaandam trachtte ik, na een bezoek aan Amsterdam te hebben gebracht, de staking tot de scholen en het administratieve gemeentepersoneel uit te breiden. Dit mislukte. Daar ik mij echter persoonlijk gebonden had een voorbeeld te geven, ben ik op 26 februari niet naar de school gegaan.

De staking was een moreel succes. Na acht maanden van onzekerheid bleek het Hollandse volk een massaal en onverzettelijk blok te kunnen vormen. De twijfelachtige resultaten van acht maanden verraad, huichelarij en ogendienarij van de NSB’ers werden in één slag vernietigd. WA en NSB werden van de straat weggevaagd, zodat zelfs de uniformen en insignes tijdelijk door de Duitsers verboden moesten worden. Sindsdien wachten de Hollanders kalm en in het besef van hun kracht de dag der uiteindelijke afrekening af, die een chirurgische vernietiging zal brengen van het kankergezwel dat in het lichaam van ons volk onder de naam NSB ontstaan is.

De nieuwe ‘burgemeester’ van Zaandam, de NSB’er Van Ravenswaaij, liet zich tegenover de politie-autoriteiten ontvallen dat hij van mijn activiteiten op de hoogte was en beschuldigde mij van geheime organisatie, anti-Duitse propaganda, staking en aanzetten tot staking, blijkens het voorgaande niet geheel zonder reden. Ik werd onmiddellijk gewaarschuwd en ben op 16 maart 1940 verdwenen. Sindsdien heb ik mij in Breukelen, Overveen, Bussum en Hilversum verborgen gehouden. De ‘burgemeester’ van Zaandam heeft een verklaring getekend waarin hij mij vermoedelijk overleden verklaarde. Men heeft mij niet gezocht, voor zover ik weet geen huiszoeking gedaan en mijn vrouw niet ondervraagd. Op 5 juli 1941 zou ik met een vliegtuig naar E.[ngeland] vertrekken, met medewerking van de G.S. III, maar dit is niet doorgegaan, om mij onbekende redenen. Tenslotte heb ik mijn vlucht zelf geregeld en ben met mijn vriend L. Tas op reis gegaan. Voor onze wederwaardigheden moge ik verwijzen naar het verslag van de heer Tas.

Ik ben uitvoerig geweest in de beschrijving van mijn persoonlijke ervaringen, niet omdat zij op zichzelf bijzonder belangrijk zijn, maar om een indruk te geven van de sfeer waarin het illegale werk geschiedt. Ik ga nu over tot een beschouwing van meer algemene zaken.

Voedselsituatie. De vleesrantsoenen veroorloven één keer per week een maaltijd met vlees. De boterrantsoenen (c.q. vetrantsoenen) zijn kort voor mijn vertrek verminderd en zijn ten enenmale onvoldoende. De helft van het brood wordt droog of met kwark (wrongel) of jam (ook gerantsoeneerd) genuttigd. Het broodrantsoen is enige weken geleden verminderd. Eieren zijn alleen voor zieken beschikbaar. Clandestien bedraagt de prijs 25 cent. Kaas is zonder vet (20+). Melk is alleen voor kinderen tot 4 jaar beschikbaar. De anderen krijgen taptemelk, door het volk dadelijk ‘Victoriawater’ genoemd. Het aardappelrantsoen is op het ogenblik 3 kg. per week. De kwaliteit is dikwijls slecht, zodat een groot deel voor consumptie ongeschikt is. In de groentevoorziening is in augustus een ernstige stagnatie ingetreden, ten gevolge van conflicten tussen de groentehandelaren en de commissaris voor de prijsbeheersing. De boeren lieten toe dat de stadsbevolking groenten en aardappelen van het land haalde. Koffie en thee zijn op, ook de surrogaten zijn gerantsoeneerd. Voor kinderen zijn met een breed gebaar cacaokaarten uitgereikt, maar een toewijzing is daarop niet gevolgd. Rookartikelen zijn zeer schaars. De winkels zijn slechts enige uren per week open. De clandestiene markt bloeit welig, de prijzen zijn zeer hoog en voor de arbeidersbevolking onbetaalbaar. De laatste tijd valt een toenemende neiging tot verzet tegen leveranties aan Duitsland onder de boeren te constateren. Vooral op de Veluwe worden de voorraden dikwijls in brand gestoken. Op de fabrieken worden aan het personeel bonloze maaltijden uitgereikt. Rijwielbanden worden slechts bij zeer hoge uitzondering verstrekt. Vereist is dat men 15 km. van het werk woont en geen trein of bus ter beschikking heeft (NSB’ers kunnen echter voor propagandadoeleinden gemakkelijker aan banden komen). Hetzelfde geldt voor schoeisel. Vooral voor kinderen met groeiende voeten is dit een groot ongerief.

Sabotage. Het doorsnijden van telefoonleidingen van de Weermacht is voor een maand in Twente veelvuldig voorgekomen. De Duitsers zetten dan willekeurige personen, meestal notabelen, op wacht, eisen de inlevering van messen en scharen en in één geval van… radiotoestellen. Een hospitaaltrein is ten zuiden van Utrecht verongelukt. Er wordt in de fabrieken niet of langzaam gewerkt. In blikken met geconserveerde levensmiddelen worden gaatjes geprikt.

Aanslagen. In april werd in Haarlem een Duitse spoorwegbeambte door een schot in de hals zwaar gewond. In Bussum is in juni een Duitse soldaat met messteken gewond. In Hilversum is op een schildwacht geschoten. Deze schoot terug en beweerde de dader geraakt te hebben. Daar een gewonde niet is gevonden, heeft men een aantal doktoren opgepakt en geruime tijd vastgehouden. In Utrecht is een WA-man doodgestoken. Bij de begrafenis, die door de NSB in een reclameoptocht met het lijk werd omgezet, kreeg een tweede een messteek in de long. Ik vermoed dat vele van deze gevallen geheim gehouden worden.

Illegaal propagandamateriaal. Door het comité ‘Vrij Nederland’ werd lange tijd een gestencild blad van die naam uitgegeven. Dit comité is echter gearresteerd. Op dit ogenblik verschijnt wekelijks een keurig gedrukt blad ‘Het Parool’ in een oplaag die ik op 20.000 exemplaren heb horen schatten. De verspreiding geschiedt gedeeltelijk per post, waarbij men als afzender de naam van een of andere NSB’er opgeeft. Het blad is uitstekend geredigeerd, stelt zich op als algemeen Nederlands standpunt en geniet een enorme populariteit. Aan de aanvraag kan niet voldaan worden en één exemplaar gaat de hele buurt rond. Het wordt waarschijnlijk door 20.000 mensen gelezen. Andere bladen worden van sociaal-democratische en communistische zijde verspreid. In de Boterdiepstraat (A’dam) hebben twee ‘Nederlandse’ rechercheurs een inval gedaan in een perceel, waar de zoon des huizes bezig was met verzending van 2000 exemplaren aan de hand van een lijst met adressen. Hij smeet één ervan van de trap, boven op de andere. Er werd geschoten en de vader, die tussenbeide wilde komen, werd dodelijk getroffen. De zoon is ontsnapt.

Radio. De overgrote meerderheid van ons volk luistert naar Londen. Zij die geen ultrakorte golf hebben construeren een ‘moffenzeef’, een draaibare raamantenne met blokcondensator, die in de meeste gevallen de storing geheel wegwerkt. De condensatoren waren in april al uitverkocht. Om 7 uur ‘s avonds zijn de straten leeg. Hollandse radio hoort men nergens, ook niet op de mooiste zomeravonden, als alle ramen openstaan. Het is dan merkwaardig stil in de steden. Op een fabriek vroeg iemand aan het personeel hoe laat de BNO uitzond (nieuwsberichten van Hilversum). Niemand kon de tijden opnoemen.

Toen indertijd een opname van het vertrek van een deel van het vrijwilligerslegioen naar Rusland zou worden uitgezonden ‘vergiste’ men zich in de studio en men kreeg een opname van de Zaanse kermis te horen. Twee andere platen van een dergelijke festiviteit zijn spoorloos verdwenen en nooit meer teruggevonden. Ir. Dubois is volkomen betrouwbaar en verdient de harde noten niet die men in Londen over hem gekraakt heeft. Ik kan dit met zekerheid verklaren, daar mijn zwager, technisch leider van de Nederlandsche Radio, zeer met hem bevriend is en mij dit gezegd heeft.

Illegale organisaties. Deze treden uiterst voorzichtig op, onthouden zich van directe actie op het ogenblik, organiseren hun mensen en kopen wapens. Berichten voor de geallieerden worden regelmatig doorgegeven. Het is voor mij interessant na te gaan wat hiervan terecht is gekomen. Eén ding hebben zij alle gemeen, een schromelijk geldgebrek, waarbij mijn indruk is dat zij die over geld beschikken te kort schieten in het steunen van deze verenigingen, de goeden niet te na gesproken. Ik noemde reeds de Ordedienst en het LOF, waarvan echter verschillende leiders gearresteerd zijn. Verder de Watergeuzen, tegen wie het eerste proces in maart 1941 is gevoerd, en de Oranjegarde. (…)

Rest mij nog een aardige geschiedenis te vertellen. Mengelberg, wiens pro-Duitse sympathieën bekend zijn, vindt het erg onplezierig dat het publiek niets meer van hem moet hebben en grijpt elke gelegenheid aan om zich te verdedigen. Zo zei hij aan een diner: ‘Mijne heren, gelooft u mij toch, ik heb nooit aan politiek gedaan, ik ben volkomen apolitiek.’ Waarop één der aanzittenden antwoordde: ‘Mijnheer Mengelberg, dat is wel mogelijk, maar uw A is een beetje gezakt, u doet aan Aspolitiek.’ Onze dirigent moet de avond verder in zwijgzaamheid doorgebracht hebben.

Genève, 24 oktober 1941”

George Jambroes (collectie Erik George Jambroes) George Louis Jambroes

 

2 antwoorden
  1. Ed Huijg
    Ed Huijg zegt:

    Goed om dit te lezen, omdat ik de naam van Jambroes tegenkwam op een bord onderaan de dodentrap van Mauthausen. De naam Jambroes was/is voor mij een bekende naam. De vrouw van mijn oude studievriend heet Jambroes en haar man vertelde mij (later) dat zij inderdaad een oom heeft die in het verzet zat en vermoord is in Mauthausen. Dit concentratiekamp heeft veel indruk op mij gemaakt. Mijn vader heeft maar 2 tot 3 weken in Kamp Amersfoort gezeten, omdat mijn moeder hem eruit heeft weten te krijgen! Zijn broers zeiden bij zijn vrijlating dat hun broer niet in orde was. In het bovenstaande stuk van George Louis Jambroes wordt ook gesproken over zijn vriend L. Tas, die mogelijk de Amsterdamse psychiater Louis Tas was. Ik heb geruime tijd boven de woning van zijn zus Mw. Eva Schermerhorn-Tas gewoond in de Johannes Verhulststraat 218 (2 hoog). Een lieve, aardige vrouw. Ed Huijg

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.