De zoektocht van de Nederlandse Unie

Al snel na de bezetting van Nederland begon de Duitse machthebber met het verbieden en inkapselen van politieke partijen. Als reactie daarop ontstond er in juni 1940 een nieuwe partij, de Nederlandse Unie. De Unie schipperde in haar korte bestaan tussen loyaliteit aan de bezetter en de roep om een onafhankelijk vaderland en groeide uit tot de grootste politieke partij ooit. Voorzitter van de Zaandamse afdeling werd Walraven van Hall, die later zou uitgroeien tot de spin in het web van het nationale verzet.
Onderstaande tekst is een fragment uit mijn in 2006 verschenen en in 2014 herdrukte boek Walraven van Hall. Premier van het verzet (1906-1945).

Op 17 mei 1941 opent het ‘Voorlopig Plaatselijk Comité-Zaandam’ een Uniehuis in het stadscentrum, op de Gedempte Gracht. Voorzitter Van Hall houdt een toespraak, ‘waarin hij uiting gaf aan zijn dankbaarheid jegens de leden, die zich bijzonder beijverd hebben om het Uniehuis zo keurig in te richten en waarin hij uitsprak dat vanuit dit huis een grote actie tot ledenwerving zou kunnen beginnen, omdat het thans bereikte aantal van duizend leden voor Zaandam nog veel te gering is’. De winkel is dagelijks geopend. In een achterzaal kan worden vergaderd. Ook gaat er een afdeling voor sociale zaken van start.

Van Hall ontvangt de Unie-oprichters Einthoven (in juni) en De Quay (eind augustus) in de winkel. Daar spreken de twee leiders hun achterban toe. De Zaanstreek is een dwarse regio. Linkser dan gemiddeld, en daarmee vaker geneigd om zich af te zetten tegen de Duitsers en hun handlangers dan de landelijke Unieleiding lief is. In het provinciale partijblad verschijnt daarom in mei 1941 een mededeling die, zoals zo vaak bij de Nederlandse Unie, een dubbele boodschap in zich heeft. “De Zaan is een district met uithoudingsvermogen en energie. Het gaat moeilijk in de Zaan. De trouw en aanhankelijkheid aan vroegere organisaties is uiteraard een onmiskenbaar goed. Daarom is ons Uniewerk er niet gemakkelijk, maar daarom niet minder mooi. (…) Het parool voor de Zaan moet zijn: de aanhouder wint! Uw moeilijke werk zal beloond worden.” De boodschap valt te lezen als een steunbetuiging aan het Zaanse Uniebestuur, maar ook als een aanmoediging om de dwarse achterban in toom te houden. De werkzaamheden verlopen ook in een ander opzicht niet gladjes.

Secretaris Jaap Buijs moet het gewestelijk secretariaat al snel berichten dat de Grüne Polizei af en toe de voorraad Uniekranten in beslag neemt’. De inhoud ervan wordt te kritisch bevonden. In de weekrapportage van begin augustus schrijft Buijs: “Wij hebben een inval gehad in de winkel. Resultaat nihil.” Eind augustus: “Door deze berichten wij u dat in de nacht van zaterdag op zondag in onze winkel de deur is opengetrapt, de etalage is vernield, de etalagekast zwaar is beschadigd, brochures en afstandskaartjes zijn meegenomen en de offerbus is gestolen.” Er is één troost, aldus een mededeling in een hoek van het briefpapier: “Schade wordt vergoed door de gemeente Zaandam, volgens telef. mededeling van hr. v. Hall.”

Contraproductief

Het machtsmisbruik van Grünen en NSB werkt contraproductief op Buijs en Van Hall. Maar geven zij gehoor aan de oproep van het driemanschap om zich niet in te laten met illegale activiteiten? Het lijkt er bepaald niet op. De twee Zaanse vrienden missen zelfs het kleinste stukje affiniteit met de bezetter en van loyaliteit kan geen sprake zijn. Een voorbeeld uit december 1940 maakt dat al duidelijk. Die maand gaat er een kettingbrief door ambtelijk Nederland. Enkele zinnen daaruit: “Waarschijnlijk zal aan ons binnenkort een verklaring voorgelegd worden van ongeveer de volgende inhoud: Sympathiseert gij met de NSB of haar beginselen, staat gij daar neutraal tegenover of is zij u antipathiek? Indien ieder die de NSB antipathiek is daar rond voor uitkomt, doen zij ons niets. In Den Haag is onder de desbetreffende ambtenaren afgesproken dat zij hun naam onder laatstgenoemde vraag (dus anti) zullen plaatsen.”

De anonieme brief vervolgt met het verzoek om tegen de NSB te ageren en de oproep aan vijftien collega’s door te geven. Namens het plaatselijk Uniebestuur schrijft Jaap Buijs aan het gewestelijk secretariaat: “Waar ik heden van een ambtenaar vernam dat velen ‘neutraal’ willen invullen als een in de circulaire bedoelde enquête komt, is mijn vraag of het niet goed zou zijn als ons blad hierover ook een oordeel gaf. Immers, wanneer werkelijk deze vragen worden gesteld, zou het een ramp zijn als men uit lafheid in grote meerderheid ‘neutraal’ opgaf.” Om zijn weerzin tegen de zwarthemden van Anton Mussert nog eens te benadrukken, heeft Buijs de laatste zin stevig onderstreept. Secretaris Aberson probeert hem gerust te stellen: “Er bestaat geen gegronde aanleiding te veronderstellen dat er werkelijk een dergelijke verklaring van NSB-zijde aan alle ambtenaren zal worden voorgelegd.”

Een ander voorbeeld van de Zaandamse weerstand is de boodschap van Buijs aan het secretariaat ‘liever geen loten voor de Winterhulp te willen verkopen’. “Van de verkoop mag niets worden verwacht”, geeft hij als reden op.

Verzet 

Als Tonny Eggink vroeg in dat eerste oorlogsjaar zijn vriend ‘Wally weer ontmoet, is die vol vuur over de vijand, zoekend naar middelen om zich verdienstelijk te kunnen maken’. Met enige regelmaat stuurt de landelijke Unieleiding haar onvermoeibare propagandist voor Noord-Holland, Hemmo Leeuw, naar Zaandam. Ten huize van de Van Halls adviseert dit voormalige SDAP-raadslid over de partijactiviteiten en licht hij desgewenst de artikelen toe die in het landelijke partijblad De Unie verschijnen. Al snel komen er ook andere zaken ter sprake, zoals het vervalsen van persoonsbewijzen. Leeuw zal uiteindelijk, net als Walraven en diens broer Gijs, eerst met behulp van de Nederlandse Unie en vervolgens via andere organisaties steeds dieper in het illegale werk belanden.

Betekent het dat de broers de Nederlandse Unie verlaten, indachtig het bevel van de Unieleiding? Ook daarvan is geen sprake. Buijs neemt in mei 1941 zelfs plaats in het gewestelijk bestuur. Het is zeker dat de Unie wordt gebruikt als dekmantel voor clandestiene bezigheden. De bezetter staat vooralsnog vergaderingen toe in de Uniehuizen, mits die de twintig deelnemers niet overstijgen. Bekend is dat in de relatieve beslotenheid van dergelijke kringvergaderingen (tegenwoordig zouden we ze gespreksgroepen noemen) soms stevige discussies plaatsvinden over de problemen die de Duitse bezetting met zich meebrengt. Als vanzelf ontstaat er zicht op hen die bereid zijn om tegenstand te bieden aan de heersende malaise. In dat beeld past ook de vaderlandslievende actie van een Zaandamse Uniehuismedewerker. Uit een verslag van gewestelijk secretaris Aberson aan het driemanschap: “In Zaandam liep de conciërge van de winkel een proces-verbaal op, omdat hij van de op het trottoir voor de winkel geklodderde leuze ‘1 jaar Unie is 1 jaar verraad’ alleen het eerste gedeelte had weggeschrobd.” Van Hall zal de selectieve schoonmaakactie ongetwijfeld met een glimlach hebben waargenomen. In augustus 1941 vernielen en beroven tegenstanders van de Nederlandse Unie de partijwinkel in Zaandam. “Een mooie reclame aan ’t begin van de huisbezoekcampagne”, schrijft Uniesecretaris Jaap Buijs cynisch aan het gewestelijk secretariaat.

De politieke vrijheid of wat daarvan over is, wordt overigens steeds verder ingeperkt. Het Rijkscommissariaat maakt bekend dat vrijwel alle vooroorlogse politieke partijen per 5 juli 1941 zijn ontbonden. Uitgezonderd zijn de NSB, de NSNAP, het Nationaal Front en de Nederlandse Unie. De drie eerstgenoemde staan min of meer op één lijn met de bezetter, de laatste is te populair om in één klap op te heffen. Bijna elke Noord-Hollandse plaats heeft inmiddels een afdeling, in totaal zo’n honderd. De bezetter accepteert het Uniegemanoeuvreer in de marge, het zoeken naar een middenkoers nog wel, maar slechts voor korte tijd en steeds meer aan beperkingen gebonden. Vanaf 28 juli 1941 staan de Duitsers niet langer toe dat de Unie in het openbaar affiches ophangt, bladen verspreidt en partijspeldjes toont.

Op 14 december van dat jaar worden alle werkzaamheden van de Nederlandse Unie verboden. Hetzelfde geldt voor het Nationaal Front en de NSNAP. De NSB, die op deze dag haar tienjarig bestaan viert, mag als enige politieke partij blijven bestaan. Na de journalistieke is nu ook de politieke gelijkschakeling een feit. Voor Buijs en Van Hall, tot aan de Unie-oprichting onbekenden voor elkaar, maar al snel ten diepste verbonden in de strijd tegen de bezetter, is de maat al lang vol. “Toen de Unie in 1941 werd verboden, was bij ons een grote haat gegroeid tegen de Duitsers, veroorzaakt door de verdrukking en de wrede maatregelen die ze tegen ons volk en vooral ten opzichte van de joden hadden genomen”, noteert Buijs. “Toen de Unie werd verboden, bespraken wij wat wij verder zouden kunnen doen. Wij besloten in de illegaliteit te gaan.” De strijd tegen de vijand wordt geïntensiveerd.

picknick-gezin-van-hall-eind-jaren-30.jpg
Walraven van Hall met familieleden