De Zaanse oorlogsmisdaden van de ‘onovertroffen psychopaath’ Gerard Kuiters

Gerard Kuiters was in 1943 onder meer verantwoordelijkheid voor de arrestatie van de Zaandamse verzetsstrijder Sjef Swolfs. Die moest dat met de dood bekopen. Desondanks werd Kuiters na de oorlog opmerkelijk licht bestraft. In een volgend boek –over de Zaanse verzetsvrouw/verraadster Francisca de Munck-Siffels – wijd ik een hoofdstuk aan deze Amsterdamse handlanger van de Sicherheitsdienst. Hierbij alvast een (voor deze gelegenheid ietwat aangevulde) voorpublicatie.

Het zijn in de zomer van 1957 vrolijke foto’s die de Nederlandse, Britse en Franse kranten sieren. “Gerard Kuiters, een 40-jarige Amsterdammer, is er gisteren in geslaagd in één uur en 24 minuten op waterski’s het Kanaal van Calais naar Dover over te steken”, meldt het Algemeen Dagblad op 2 augustus in een uitgebreid bijschrift. Het zal niet de laatste keer zijn dat Kuiters de krantenkolommen haalt. De sportieveling schuwt de journalisten bepaald niet. In 1966 mag ‘de zorgzame Kuiters’ in Het Vrije Volk zijn verhaal kwijt over een tamme panter die hij op het balkon van zijn bovenwoning verzorgt. Binnenshuis heeft hij ook nog een chimpansee. “Die aap en die panter heb ik geruild met de inboorlingen van van Tanganjika.” De chimpansee – Otto genaamd – komt zeven jaar later nog eens terug in een reportage van het Nieuwsblad van het Noorden. Het beest reist regelmatig mee in een van de sportvliegtuigen die zijn baas verhuurt. Kuiters: “Zeer geïnteresseerd kijkt hij naar de aarde en ik geloof zelfs dat hij soms een plaats herkent.” In de tussenliggende jaren haalt Kuiters onder meer de krant met inmiddels twee chimpansees die mee-eten in een restaurant en fungeren als collectanten voor het Koningin Wilhelminafonds. En in november 1971 wordt hij zelfs met een van zijn apen gastvrij onthaald in Willem Duys’ veelbekeken tv-programma Voor de vuist weg.

Nieuwsblad van het Noorden (3-8-1957)

Het Vrije Volk (15-10-1966)

Het Vrije Volk herinnert in 1966 in een vragen oproepend bijzinnetje (Kuiters is ‘niet smetteloos uit de laatste oorlog gekomen’) aan een inmiddels vrij ver verleden van de excentrieke, aandachtzoekende Amsterdammer. De andere dagbladen zwijgen bijna zonder uitzondering over hetgeen hij tussen 1940 en 1945 heeft uitgespookt. Er is één uitzondering. Begin jaren zestig wijdt De Waarheid een reeks artikelen aan Gerard Kuiters en diens vriend, de roemruchte en minstens zo kleurrijke crimineel ‘Pistolen-Paultje’ Wilking. Het duo beheert een oude Duitse Schnellboot, die volgens dit dagblad ‘evenals toen op nazi-bestek’ vaart. Op het schip zou sprake zijn van wapenhandel en aan boord zouden zich regelmatig oud-nazi’s vervoegen. Dat De Waarheid zich maandenlang – door de Koude Oorlog overigens als enige medium – vastbijt in Kuiters’ bezigheden heeft nog een reden: “De SD’er houdt er van om de mensen met bruut geweld te terroriseren. Ook wat dat betreft is Gerard Kuiters nog dezelfde als in 1943, toen hij de verzetsstrijder Sjef Swolfs voor het vuurpeloton bracht.” Swolfs hing het communistische gedachtegoed aan, net als De Waarheid.

NSB

Gerardus Kuiters – Gerrit Box voor intimi, een samenvoeging van zijn stiefvaders achternaam en zijn vaardigheden in het vuistvechten – komt in 1917 ter wereld in een Amsterdams gezin met een zenuwzieke moeder en een alcoholische TBC-lijder als vader, die ook nog eens jong overlijdt. Als achttienjarige sluit hij zich aan bij de NSB. Na de bezetting treedt Kuiters in dienst bij het Nationalsozialistische Kraftfahrkorps. Op 11 februari 1941 raakt hij gewond ‘op het Waterlooplein bij de onlusten welke door joden, bolsjewisten en de Engelse geheime dienst waren uitgelokt’. Dat de gevechten die dag worden uitgelokt door de Weerafdeling van de NSB laat hij onvermeld. De gespierde straatvechter roert zich ook binnenshuis. Een paar keer per week vliegen serviesstukken en meubilair door de woonkamer en slaat hij om zich heen. Zijn vrouw houdt er vele psychische en fysieke littekens aan over.

Drie dagen na de antisemitische knokpartij op het Waterlooplein – hij ligt dan nog in het Binnengasthuis – bestraft de rechter Kuiters met twee jaar cel wegens grootschalige fietsendiefstal. Hij wordt na zijn veroordeling vastgehouden in de ‘bijzondere inrichting’ van de Scheveningse gevangenis, ‘daar ik het te kwaad had met mijn zenuwen’. Die spelen hem wel vaker parten, zo toont naoorlogs onderzoek aan. De behandelend psychiater bestempelt de Amsterdamse monteur als ‘een wilszwakke, psychopathische persoonlijkheid met hysterische trekken en neiging tot explosieve agressiviteit.’ Een andere arts noemt hem zelfs ‘een onovertroffen psychopaath.’

Een deel van zijn straf moet Kuiters in Duitsland ondergaan, als dwangarbeider bij een hoogovenfabriek. Zodra hij even op verlof mag, vertrekt hij naar Nederland. Doorgaan met het zware werk aan de andere kant van de grens ziet hij niet zitten. Terug in Amsterdam voorziet hij in zijn levensonderhoud door groente, fruit en alcohol te verkopen, vooral aan medewerkers van de Sicherheitsdienst. Kuiters’ dubieuze verleden en zijn vlucht uit Duitsland zijn de dienst onbekend; zijn handelswaar vindt gretig aftrek.

Euterpestraat

Wanneer hij zichzelf eind november bij het SD-hoofdkwartier in de Euterpestraat aanbiedt als vertrouwensman gaat de deur daar op een kier. Kriminalsekretär Emil Rühl: ‘Daar hij bij het NSKK zou zijn geweest en gedurende enige tijd voor de NSB had gewerkt, gaf ik hem te verstaan dat ik geen orders voor hem had, wel echter gaarne eventueel inlichtingen van hem zou ontvangen, zodra hij iets wist.’ De SD heeft eerder die maand in en rond de Zaanstreek een grote slag geslagen. Als gevolg van verraad zijn tientallen mensen opgepakt. De meesten waren voor de CPN actief binnen de illegaliteit. Een paar kopstukken zijn echter ontkomen, onder wie Sjef Swolfs. De Sicherheitsdienst heeft er veel voor over om hem alsnog in handen te krijgen. Rühl praat Kuiters bij over Swolfs, zijn connectie met de Raad van Verzet en zijn betrokkenheid bij aanslagen. Ook een ‘zwarte jeneverstokerij’ in Swolfs’ woning komt aan bod. Kuiters ‘heb ik voorts gezegd dat de Sicherheitspolizei prijs stelde op de arrestatie van vorenbedoelde J. Swolfs en ik heb verdachte opdracht gegeven om vast te stellen wanneer en waar Swolfs door deze politie kon worden gearresteerd.’

Op woensdagmiddag 8 december rijdt de nieuwbakken V-Mann voor zijn eerste klus naar Zaandam. Zijn bestemming is een bescheiden rijtjeswoning aan de Zuiddijk 168. Nadat hij daar heeft aangebeld, opent Lien Swolfs de deur. Voor haar staat een fors gebouwde, keurig ogende man. Blauwe ogen, fronsende blik, scheiding in het donkere haar. ‘Kuiters’, stelt hij zich voor. Hij haalt een briefje tevoorschijn. Daarop is de naam ‘De Beer’ geschreven, leest Lien, ‘een illegaal werker die wij kenden en die bij ons het volste vertrouwen had.’ Haar man heeft zelfs gezegd dat mensen met deze referentie per definitie integer zijn. Ze laat de bezoeker daarom binnen. Kuiters verzint dat hij een ondergedoken voormalige ‘krijgsgevangene’ is, in de hoofdstad noodgedwongen clandestien bonnen koopt en van zijn kennis Sjef Swolfs een paar flessen jenever wil overnemen. Zijn gastvrouw moet hem teleurstellen; haar echtgenoot verblijft elders en ze heeft geen drank op voorraad. Ze kan wel zorgen dat er ‘s avonds alcohol – in de kelder gestookt en bedoeld om de schamele inkomsten aan te vullen – klaarstaat. Ze vraagt Kuiters om over een paar uur naar de Bloemstraat te komen. Daar, in haar moeders huis, houden Sjef en zij zich sinds de arrestatiegolf eerder die maand het grootste deel van de dag en vooral ‘s nachts schuil.

Sjef Swolfs

Kuiters neemt tijdelijk afscheid van Lien Swolfs en maakt een afspraak met de plaatselijke korpschef. ‘Ik belde hem op met de woorden een gewichtige zaak te hebben, waarna hij mij uitnodigde bij hem te komen.’ In het politiebureau toont hij de nationaalsocialistische hoofdcommissaris een kaart. Die moet bewijzen dat hij voor de Wehrmacht heeft gewerkt. Verder bluft hij dat de Sicherheitsdienst hem heeft opgedragen om Sjef Swolfs te arresteren. Hij vraagt daartoe om assistentie.

Hoewel de Amsterdammer die avond twee agenten meekrijgt, blijken ze uiteindelijk niet nodig. Het lukt hem om de klus alleen af te handelen. Swolfs is weliswaar verrast door de komst van de onbekende man naar zijn onderduikadres, maar diens geloofwaardige verhaal trekt hem al snel over de streep. Het loopt zelfs uit op een bijna amicale ontmoeting. Lien Swolfs: ‘Kuiters liet nog foto’s zien, waarop hij op een motor zat, met zijn vrouw en zuster. We hadden een heel vriendschappelijk onderhoud met hem.’ De bezoeker koopt drie flessen drank. Omdat de avondklok het hem onmogelijk maakt om op tijd terug te zijn in Amsterdam vraagt Kuiters het echtpaar Swolfs om hem de weg te wijzen naar hotel Reitsma. Dat bevindt zich op loopafstand; niets is logischer dan hem even te vergezellen.

Politiebureau

Het hotel ligt schuin tegenover het hoofdbureau van politie, en dat weet Kuiters. Bij de plaats van bestemming aangekomen, trekt hij plotseling zijn pistool en schreeuwt: ‘Handen omhoog.’ ‘Mijn man smeet de fiets weg, om te trachten te ontvluchten’, zegt Lien Swolfs. ‘Dit lukte niet. Voor het politiebureau ben ik in elkaar gezakt, anders had mijn man daar nog geprobeerd weg te komen.’ Wanneer de toegang tot het bureau naar Kuiters’ zin niet snel genoeg opengaat, steekt hij zijn vuurwapen omhoog. Het schot dat hij lost echoot door de verduisterde, lege straten van het stadshart. In het bureau schrikken dienders op, precies zoals de schutter beoogt. De voordeur draait alsnog open, het drietal wordt binnengelaten.

Lien en Sjef Swolfs ondergaan een eerste verhoor. Dat behelst vooralsnog alleen de illegale distilleerderij. Na nog wat formaliteiten te hebben afgehandeld, brengen Kuiters en twee agenten de arrestanten naar Amsterdam. In de gevangenis aan de Amstelveenscheweg blijkt geen plaats te zijn. Het loopt inmiddels tegen middernacht, de begeleiders krijgen trek. Ze zetten daarom koers naar de etage van Kuiters. Hij maakt zijn vrouw wakker. Zij zorgt dat er brood met spek op tafel komt. Het echtpaar Swolfs moet verdragen dat de sfeer met de minuut jovialer wordt. Er klinkt gelach, er wordt gedronken en op de radio naar toepasselijke muziek gezocht. Gelaafd en gespijsd stappen de mannen na de nachtelijke maaltijd weer in de auto. Sjef Swolfs dient, nog altijd geboeid, achterin plaats te nemen. Zijn vrouw zit op de bijrijdersstoel. De volgende halte wordt de Euterpestraat, vijf minuten verderop. Daar blijken nog wel cellen leeg te staan. Vanaf hier is er voor het echtpaar geen weg terug.

Paspoortaanvraag van Gerard Kuiters, 12-5-1943 (Stadsarchief Amsterdam)

Na de bevrijding moet Kuiters zich verantwoorden voor zijn oorlogsmisdaden. Die betreffen niet alleen de arrestatie van Sjef en Lien Swolfs – de eerste wordt veroordeeld tot de doodstraf, zijn echtgenote moet negen maanden doorbrengen in de gevangenis en concentratiekampen –, maar ook het oppakken van zes werknemers van de Hempont en twee medewerkers van de Noritfabriek in Zaandam. Hun misdrijf was het verbergen van radio’s. Een Amsterdammer die in zijn handen viel, zou de oorlog net zomin als Sjef Swolfs overleven.

Wanneer Kuiters op 18 februari 1949 in Amsterdam voor het Bijzonder Gerechtshof staat, bevinden zich daar geen geüniformeerde zaalwachters. De reden, volgens dagblad De Typhoon: “Nu hij is ondergebracht in een krankzinnigengesticht in Avereest kan hij geen uniform meer zien. Dan gaat-ie huilen, dan begint hij mensen armen te breken, dan is hij in staat van twee hoog door een venster op straat te stappen.” Kuiters heeft verband om zijn armen . Kort tevoren heeft hij geprobeerd zijn polsen door te snijden. Tijdens de zitting barst de verdachte om de haverklap in tranen uit en houdt hij verwarde betogen. Volgens de Typhoon-verslaggever acteert hij. Hij is de enige niet. “De leden van het Hof noemden hem een simulant. Een man die nu de zenuwlijder speelt, maar die in oorlogstijd dingen aan de hand haalde waar een man die niet met armen in verband liep twintig jaar voor zou hebben gehad.”

‘Krankzinnig’

Simulant of niet, Gerard Kuiters komt er vanaf met een straf van drie jaar en acht maanden cel, gelijk aan zijn voorarrest. Wel wordt hij ter beschikking gesteld van de regering. De Typhoon, sarcastisch: “Als hij over, laten we zeggen een jaar, dat verblijf daar welletjes vindt, geen polsen meer doorsnijdt, geen ruiten meer ingooit, dan zal hij misschien normaal worden. Want bepaald krankzinnig was hij niet.”

Heel ver zit de journalist van dienst er niet naast. Kuiters’ TBR eindigt al in 1953. Vanaf dat jaar kan hij zich weer vrij bewegen. Eenmaal ontslagen uit de psychiatrische kliniek begint hij onmiddellijk een carrière als motorcoureur en speedbootracer. In de jaren ’60 bouwt hij een vloot aan huurvliegtuigen en daarmee een klein vermogen op. Waterskiënd en met wilde dieren poserend haalt hij keer op keer de krant. Over zijn vele misdaden wordt niet meer gerept. De man die tijdens zijn naoorlogse hechtenis verminderd toerekeningsvatbaar is verklaard, blijkt in zijn tweede levenshelft eens te meer een berekenende sjacheraar.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.