De Zaanse liquidaties: NN

NN (?/Wormerveer, 30-7-1944)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog brachten Zaanse verzetsstrijders meer dan twintig collaborateurs, zwarthandelaren en andere gevaarlijk geachte personen om het leven. In mijn boek ‘Korte metten. De Zaanse liquidaties (1940-1945)’ worden deze liquidaties uitgebreid beschreven. Ook de mislukte en verzonnen aanslagen alsmede de dilemma’s die deze beslissingen over leven en dood met zich meebrachten komen in ‘Korte metten’ uitgebreid aan bod.
Het 148 pagina’s tellende boek is te bestellen in de boekhandel, via Bol.com of door overmaking van €17,95 op rekening NL34 ASNB 0708 004 326 ten name van E. Schaap in Zaandam (o.v.v. ‘Korte metten’).

Hieronder het hoofdstuk over de eliminatie van een onbekende man.

Naarmate Hitlers oorlog slechter verliep werd de jacht op mannen voor de Arbeitseinsatz grimmiger. Degenen die in handen vielen van de bezetter gingen in eerste instantie naar een strafkamp in Amsterdam, waar hen nogal eens een weinig zachtzinnige behandeling ten deel viel. De meeste mannen deden dan ook hun uiterste best om onder te duiken of valse papieren te regelen die een niet voor uitzending geschikte ziekte of leeftijd vermeldden. De Raad van Verzet vernam op 30 juli 1944 dat er in Wormerveer een razzia gaande was. Jan Brasser: ‘In de loop van die zondag werden we gewaarschuwd. Twee jongens uit Assendelft en ik.’ Eigenlijk zou Joop Jongh er ook bij zijn, maar die was op de afgesproken dag niet thuis.

De drie – naast Brasser ook Teun Jonker en Mijndert van der Horst – gingen per fiets en stevig bewapend op de geüniformeerde bewakers en hun gevangenen af. De laatste groep betrof jonge mannen die net van het voetbalveld kwamen. Ze waren eerst meegenomen naar het politiebureau en werden inmiddels verder vervoerd. Van der Horst: ‘De jongens werden door vier bandieten overgebracht van het politiebureau naar de marechausseekazerne aan het eind van de Wandelweg.’ Brasser: ‘We kwamen bij het politiebureau en daar stonden wat vrouwen en meisjes en een enkele volwassen man. Die zei: “Waar komen jullie voor?” Ik zei: “We hebben gehoord dat er jongens opgepakt zijn.” “Ja, dat klopt”, zei ie. “Daar gaan ze!”’

Het was rond 19.00 uur, maar nog lang niet donker. De drie RVV’ers hadden dus goed zicht op de groep arrestanten toen die over de Wormerveerse Wandelweg reden. De verzetsstrijders fietsten hen achterna. Over het aantal gevangenen lopen de meningen overigens uiteen. In een naoorlogs BS-rapport wordt gesproken over zestien arrestanten, Brasser heeft het over ‘een stuk of tien jongens’, RVV’er Henk de Wit – die de slachtoffers later zou opvangen – over veertien gevangenen, Mijndert van der Horst over zestien. In het politierapport van die dag was sprake van slechts vijf opgepakte mannen.

Hoe dan ook, de gevangenen werden bewaakt door – in de woorden van Brasser – ‘twee gelaarsde Herren voor en twee achter’. Brasser zette aan, haalde in en schoot een SD’er (zelf heeft hij het in zijn gebundelde memoires over SS’ers) aan de staart van de groep neer. Hij wist ook één van de op kop rijdende bewakers te raken. Beide mannen vielen op de grond. Brasser: ‘Ik richtte meteen op de rechts voor rijdende, zo half draaiend op de fiets. Maar die vent remde, want die had natuurlijk de schoten gehoord en toen kon ik niet schieten. Er waren van die gearresteerde jongens die tussen hem en mij in kwamen. Alles stopte en viel over de straat.’

Tijdens de ontstane schotenwisseling en in de daarop volgende chaotische situatie werden er ook onschuldigen geraakt. Los arbeider Gerardus Hendricus (‘Gerrit’) van Heijningen (27) slaakte een gil en stortte neer. Hij, zelf ook actief in de RVV en toevallig in Wormerveer toen hij werd aangehouden, was dodelijk getroffen. Ook de 51 jaar oude Wormerveerder Willem Schaap, wiens zoon Bertus tot de arrestanten behoorde, stierf ter plekke. Hij was op de Wandelweg om Bertus te voorzien van wat persoonlijke documenten. De derde dode was een van de SD’ers. Zijn naam is onbekend. Uit het politierapport van 30 juli 1944: ‘19.15. Verzoekt de opp. luitnt. van Politie te Wormerveer assistentie van een ziekenauto, daar een konvooi arrestanten (5 man) onder geleide van 2 politieambtenaren A.C.D. was overvallen op weg naar Zaandam, waarbij enige doden en gewonden waren gevallen.’

Henk de Wit, die op deze avond ter hoogte van Plein 13 vanuit de bosjes meedeed aan het vuurgevecht: ‘We hebben net zo lang geschoten tot die jongens gevlucht waren.’ Mijndert van der Horst: ‘Na deze geslaagde aanval heeft er nimmer meer een razzia te Wormerveer plaatsgevonden, hetgeen een geweldige opluchting onder de bevolking teweegbracht en een grote sympathie voor de verzetsbeweging.’ De bevrijde gevangenen doken onder en ontsnapten zodoende aan de arbeidsinzet.

Zij waren niet de enigen die moesten schuilen. Dokter Honig uit Koog aan de Zaan noteerde in zijn dagboek: ‘Bij vuurgevecht 1 burger en 1 onderduiker gedood. Dr. Hazenberg en Dr. Nolst Trenité, die aan gewonden ondergrondse hulp verleenden, moesten onderduiken.’ Artsendochter Els Nolst Trenité: ‘Mijn vader had zondagsdienst. [Hij] is er bij geroepen en heeft eerste hulp verleend. Hij raakte toen in woordenwisseling met de Duitsers, die een gewonde onderduiker naar een lazaret in Amsterdam wilden vervoeren (waaruit niet meer te ontsnappen zou zijn), maar mijn vader hield voet bij stuk en wilde dat jong naar de St. Jan [een Zaandams ziekenhuis] hebben – zogenaamd omdat dat dichterbij was, in werkelijkheid omdat directeur dr. Levend dan wel zou zorgen dat er weer een onderduikadres gevonden zou worden.’

Er ontstond nu een gevaarlijke situatie voor de arts. Els Nolst Trenité: ‘Er was behalve Willem Schaap ook een Duitse officier dodelijk gewond geraakt. En dat moest gewroken worden.’ Op 31 juli werd haar moeder ’s morgens anoniem gebeld. ‘Mevrouw, ze zoeken uw man, laat hij niet thuiskomen’, was de boodschap. ’s Avonds volgde het tweede telefoontje: ‘Mevrouw, als ze vanavond uw man niet vinden, komen ze u en de kinderen of anders de inboedel [halen].’ De dokter verliet in allerijl zijn woning. Toen de Duitsers er binnenvielen stond zijn glas warme melk nog op tafel. Het aan de Zaanweg gelegen huis van de familie Nolst Trenité werd vervolgens leeggeroofd. Pas na de oorlog werd bekend dat de onbekende beller een collaborateur met gewetenswroeging was.

Ook in een brief van Guurtje Krigee-Schoone, die aan de Wandelweg 87 woonde, kwam de bevrijdingsactie aan bod. De geëmotioneerde Wormerveerse schreef op 3 augustus een gedetailleerd ooggetuigenverslag aan haar in Zaandijk ondergedoken zoon: ‘Ze hadden er 9 te pakken en die werden vervoerd van politiebureau naar kazerne. Ber Schaap was er ook bij, hoewel die zijn papieren goed waren, maar hij had ze thuis. Wij hebben die jongens niet zien gaan, maar wel de oude [Willem] Schaap, want die zou die papieren even naar de kazerne brengen, dus die reed er vlak achter. En toen, tussen ons en Plein 13, werd het een schietpartij. (…) We zagen mensen waanzinnig hollen en toen we niemand meer zagen en het schieten ophield, haalden we de deur open en overal lagen fietsen en 3-4 mensen lagen onbeweeglijk op de straat. Wat is dat erg.’

De Duitsers konden deze brutale verzetsdaad niet ongewroken voorbij laten gaan. Enkele dagen later werd een ‘Bekanntmachung’ op de muren geplakt met een mededeling namens de Höhere SS- und Polizeiführer und General-kommissar für das Sicherheitswesen. ‘Voor de boosaardige en valse moordaanslag op leden van de bezettingsmacht in Wormerveer op 30.7.1944 werd een aantal zich in arrest bevindende terroristen en saboteurs op 4.8.1944 standrechtelijk geëxecuteerd’, luidde de SD-boodschap. Namen van de slachtoffers bleven achterwege op de plakkaten.

Er heeft op 4 augustus echter maar één standrechtelijke executie plaatsgevonden waarbij ‘een aantal’ mensen is doodgeschoten. Die vond plaats in concentratiekamp Vught. Rond 21.00 uur stonden daar die dag elf verzetsstrijders voor het vuurpeloton. Ze waren daags tevoren uit hun Amsterdamse cellen gehaald en naar Vught gebracht. Geen van allen waren ze betrokken bij de Wormerveerse bevrijdingsactie van vier dagen eerder. ‘Als voor een openbare vermakelijkheid trokken vele SS mede ter executieplaatse’, wist de in Vught woonachtige boswachter De Groot te melden over deze fusillade. ‘Voor de afmars werd de veroordeelden gelast hun bovenkleding af te leggen.’ Het elftal was slachtoffer van Hitlers Niedermachunsgbefehl van 30 juli 1944, waarmee de rechtspraak tegen ‘saboteurs’ verviel en mensen zonder vorm van proces ter dood gebracht konden worden.

B) Staand v.l.n.r. Henk de Wit, Jan Jongh, Jan Brasser, burgeme
Staand v.l.n.r Henk de Wit, Jan Jongh, Jan Brasser en burgemeester Albert Slager van Wormerveer (mei 1945)

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.