De Zaanse liquidaties: Karel Tromp

Karel Tromp (Uitgeest, 10-12-1898/Uitgeest, 3-5-1945)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog brachten Zaanse verzetsstrijders meer dan twintig collaborateurs, zwarthandelaren en andere gevaarlijk geachte personen om het leven. In mijn boek ‘Korte metten. De Zaanse liquidaties (1940-1945)’ worden deze liquidaties uitgebreid beschreven. Ook de mislukte en verzonnen aanslagen alsmede de dilemma’s die deze beslissingen over leven en dood met zich meebrachten komen in ‘Korte metten’ uitgebreid aan bod. Het 148 pagina’s tellende boek is te bestellen in de boekhandel, via Bol.com of door overmaking van €17,95 op rekening NL34 ASNB 0708 004 326 ten name van E. Schaap in Zaandam (o.v.v. ‘Korte metten’).

Hieronder het hoofdstuk over de eliminatie van Karel Tromp.

Overste Johan Wastenecker, de BS-leider boven het Noordzeekanaal, besteedde in zijn logboek slechts één regel – de allerlaatste – aan Karel Tromp. Daarbij beperkte hij zich ook nog eens tot diens initialen: ‘3/5-’45: K.T. verrader geëlimineerd.’ Deze vader van elf kinderen werd dus door Wastenecker, die toen zijn hoofdkwartier had in de Zaandamse Oostzijde, beschouwd als een verrader. Maar van wie of wat? En waarom moest hij zo kort voor de bevrijding worden gedood?

In krantenberichten uit de jaren ’20 en ’30 zijn enkele snippers terug te vinden over het slachtoffer. In zijn jeugd kwam Tromp een paar keer in aanraking met justitie, wegens diefstal en geweldpleging. Hij kreeg eenmaal een rijontzegging van drie maanden – de reden is onbekend – en kort daarna, in 1930, brandde zijn huis aan de Middenweg tot de grond toe af. Het is summiere, maar weinig hoopvol stemmende informatie over deze Karel Tromp. Tien jaar na de woningbrand was Nederland in nationaalsocialistische handen en bevond Tromp zich blijkbaar aan de verkeerde kant van de geschiedenis.

Dat laatste wordt bevestigd in een rapport van de Gewestelijke Sabotage-afdeling de dato 26 april 1945. ‘Zondag 22 April deden een tiental Grüne Pol. invallen bij drie illegale werkers te Uitgeest, waaronder twee leden van de NBS. Eén van hen, alsmede zijn aanstaande, werd gearresteerd, de beide anderen konden tijdig gewaarschuwd worden. Hierna werden huiszoekingen verricht bij een viertal burgers benevens in de Melksuikerfabriek. Bij de burgers werden kleine hoeveelheden voedsel gevonden en meegenomen. Als verrader kan worden genoemd Karel Tromp, Meldijk, Uitgeest. Tr. staat als zeer ongunstig bekend, hij is een dronkaard, is enige keren veroordeeld geworden wegens diefstal, en heeft tot Dolle Dinsdag als opzichter aan de kustverdedigingswerken gefungeerd.’

In de navolgende regels werden enkele voorbeelden genoemd van Tromps verraad, met name het met een SS’er bespreken van adressen waar voedsel te halen viel. ‘Als bijzonderheid nog het volgende: enige maanden geleden is Tromp bij een poging tot inbraak betrapt door enige burgers, waar hij deze poging deed. Bij beiden is de Grüne geweest en heeft, na huiszoeking, voedsel meegenomen. Tevens is de Grüne geweest bij de burgers wiens namen A. door Tromp heeft horen noemen tegen de SS-man. Ik verzoek opdracht K. Tromp te mogen elimineren.’ De ‘ik’ in het rapport was Jan Jongh alias Joop. Met de hand geschreven staat er onder het rapport: ‘Goed bevonden door G.C.-B.S.’

Dankzij een overgeleverde notitie van Jan van den Eng (alias ‘Lieshout’) aan Jan Jongh is er iets meer duidelijk over de achtergrond van de aanslag: ‘Donderdag 3 mei 1945. Hierbij deel ik u mede dat Karel Tromp hedenmiddag plusminus 12.15 uur is terechtgesteld voor zijn verraderswerk, bewezen door de overval van Grünen d.d. 22 april 1945 op diverse illegalen.’ Van den Eng maakte niet duidelijk op welke overval hij doelde, maar de Binnenlandse Strijdkrachten zagen blijkbaar voldoende aanleiding om twee dagen voor de bevrijdingsfeesten losbarstten wraak te nemen. Daarbij waren in ieder geval de Zaankanters Leen Muts en Henk de Wit betrokken.

Er is nog een aantekening bewaard gebleven over het gewelddadige voorval. ‘Donderdag, 3 mei 1945. Vanmorgen, tussen de middag, kwamen er vier gemaskerde mannen bij K.T. aan huis en vroegen om de man te spreken. Hij kwam naar de deur en ze schoten hem dood’, schreef de Uitgeestse Lucia Jacoba Maas-Henneman in haar dagboek. ‘Hij werd verdacht van verraad in verband met de likwidatie zondag veertien dagen geleden door de groene Duitse politie van iemand die verdacht werd van communistische terreur. Van die gedode man werden de vrouw, de schoonmoeder en de vader meegenomen voor verhoor. De nacht daarop werden huiszoekingen gedaan en nog vijf of zes mensen opgepakt.’

Veertig jaar na de oorlog vertelde Margaretha (‘Maartje’) van Tongeren-Smit in het boek Uitgeest 1940-1945 over haar rol in dit verhaal. Ze was betrokken bij de verspreiding van illegale communistische lectuur en haalde geld op voor onderduikers. Op 22 april 1945 werden zij en haar zwager Co van Tongeren gearresteerd, volgens Maartje van Tongeren het gevolg van verraad. ‘Op de bewuste zondagmorgen kwam het buurmeisje, Truus Broerse, bij ons binnenrennen en zei dat er Duitse soldaten in de straat waren. Mijn zwager, ook in het verzet, maakte aanstalten om snel te verdwijnen. Hij had de klink van de poort in zijn hand, doch deze werd vanaf de andere kant omgedraaid door de Grüne Polizei.’ Maartje en Co werden afgevoerd naar Wormerveer. Daar vond een verhoor plaats. ‘Ze noemden bepaalde namen en vroegen of ik die kende. Ik zei dat we in een dorp woonden waar iedereen elkaar kent. “Wanneer heeft u Jan Brasser voor het laatst gezien?” Ik antwoordde dat het gehele dorp op een bepaalde moment werd geëvacueerd en ik Jan Brasser nimmer meer had gezien.’

Het gearresteerde tweetal kwam er genadig vanaf. Na twee nachten in de cel mochten ze terug naar huis. Een van hun plaatsgenoten had minder geluk. Simon Twisk (15-3-1912) was al eens aangehouden. Hoewel hij niet bekendstond als verzetsman werd hij toen wel als zodanig gearresteerd en afgevoerd. Tijdens een gevangenentransport sprong hij uit de trein, waarna hij onderdook bij zijn schoonouders, die in de Tuinstraat in Uitgeest woonden. In de vroege ochtend van 23 april viel de Sicherheitsdienst, vermoedelijk na te zijn getipt, de woning binnen waar Twisk verbleef. Uit Uitgeest 1940-1945: ‘Siem kroop van angst onder het bed en schreeuwde “Niet schieten, niet schieten!” Ze schoten toch, sleepten het dode en verminkte lichaam onder het uitroepen van de grofste verwensingen onder het bed vandaan. Een tuinarbeider werd gedwongen een gat te spitten, waarin Siem werd begraven.’ De illegaliteit haalde het lichaam enkele dagen later weg. Op de bevrijdingsdag werd Simon Twisk voor de tweede keer ter aarde gesteld, dit keer op de begraafplaats bij de hervormde kerk.

Karel Tromp werd verantwoordelijk gehouden voor het verraad en de daarop volgende arrestatie van Maartje en Co van Tongeren en de dood van Simon Twisk. Hij moest het met zijn leven bekopen. Terecht, volgens Maartje van Tongeren, die de laatste oorlogsweken ondergedoken zat uit angst voor een nieuwe inval: ‘Enkele dagen voor de bevrijding voor de bevrijding heeft de verrader zijn straf niet kunnen ontlopen.’ De man die de trekker overhaalde en zo Twisk vermoordde, de Duitse onderofficier R. Uhle, bleef op vrije voeten, ondanks Nederlandse uitleveringsverzoeken in de naoorlogse jaren.

B) Simon Twisk (De Tijd, 12-2-1947)

Dagblad De Tijd, 12-2-1947

2 antwoorden
  1. Hans Wijte
    Hans Wijte zegt:

    Ik ben geboren en getogen in Uitgeest en ken er eigenlijk elke straat of pad wel; van de Tuinstraat heb ik echter nog nooit gehoord en ook staat die naam niet vermeld in het boekje van V. Krah over straat en veldnamen in Uitgeest.

    Wordt hier mogelijk de Tulpstraat bedoeld?

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.