De Europese zwerftocht van George Louis Jambroes

Vrijwel meteen na de bezetting van Nederland keert George Louis Jambroes (1905-1944) zich tegen het Duitse machtsapparaat. De Zaandamse wiskundelaar raakt betrokken bij het Legioen van Oud-Frontstrijders en doet mee aan de Februaristaking. Geen wonder dat de Sicherheitsdienst belangstelling krijgt voor deze oproerkraaier. Jambroes besluit te vluchten. Met zijn Haagse vriend Louis Tas, een joodse zakenman die eveneens in de illegaliteit actief is, doet hij een succesvolle poging om via België, Frankrijk, Zwitserland, Spanje en Portugal naar Groot-Brittannië te reizen. Tas, voordien eigenaar een technisch installatiebedrijf, zal daar de bevrijding meemaken. Jambroes wordt geheim agent en in die hoedanigheid per parachute boven Nederland gedropt. Het Englandspiel is echter in volle gang: de nazi’s arresteren Jambroes en vermoorden hem begin september 1944 in kamp Mauthausen. 

Over Jambroes’ rol in het Englandspiel is inmiddels veel geschreven. Hoe hij en Tas dwars door bezet Europa reizen en zo na een week Zwitserland bereiken, een uiterst riskante onderneming met een laag slagingspercentage, is tot nu toe niet of nauwelijks bekend. Daarom hieronder het door Louis Tas (Amsterdam, 23-8-1904) geschreven, niet eerder gepubliceerde reisverslag. Het wordt voorafgegaan door zijn motieven om op de vlucht te slaan.

“De overwegingen welke mij leidden tot het besluit deze reis te aanvaarden waren verschillend van aard. Toen de oorlog uitbrak had ik vele opdrachten van de Kon. Ned. Marine, oplossen ventilatieproblemen a.b. kruisers , torpedojagers, onderzeeboten, kanonneerboten etc. alsmede levering ventilatoren, tachometers, oliestookinr. etc., en had derhalve weermachts-industrieverlof gekregen. De oorlog heb ik echter als vrijwilliger meegemaakt.

De capitulatie had mij moreel diep getroffen en ik ben niet in staat geweest door aanpassing tot een berustende of afwachtende houding over te gaan. De voortzetting van bestaande of mij nieuw opgedrongen orders thans voor de Deutsche Kriegs-Marine was mij ondragelijk geworden. Ik zocht contact met diverse vaderslandslievende groepen, doch vond daarin niet voldoende bevrediging door het allicht juiste voorbereidend karakter op lange termijn. Daar ik verder, ofschoon nooit tot een andere dan de Protestantse Kerkgenootschap behoord hebbende, onder de vele uitgevaardigde Jodenwetten viel, waren mijn zakelijke en persoonlijke mogelijkheden tot activiteit tot het uiterste minimum beperkt.

Terwijl de terreur en vervolgingen met de dag groeiden, werd mij bij de D.K.M. bekend dat de SS een onderzoek naar mij instelde, o.a. in verband met mijn regelmatig bezoek aan België. Het intussen opgevatte plan kreeg hierdoor de stimulans en mijn vriend Jambroes en ik besloten onze krachten in dienst van het land te stellen. De Nederlandse organisatie waarmede ik in contact stond had juist onlangs verbinding kunnen krijgen met de Franse die voor repatriëring van gevluchte krijgsgevangenen zorgt en deze zeer nauwkeurige en doeltreffende inlichtingen zijn ons van grote waarde gebleken. De heer J[ambroes] stond in verbinding met een reserve-kapitein die ons vergezelde tot Esschen (B.) en die zich terwille van de goede zaak bezighield met het verder helpen van jongelui naar Portugal. De uitwisseling van informatie bleek voor beide partijen nuttig.

Scannen0034
Thans volgt aan de hand van het tijdrooster een beknopt reisverslag.

14-10: De reis werd zonder bagage aangevangen teneinde het passeren der grenzen te vergemakkelijken. Behalve de grensoverschrijdingen en de daarbij behorende marsen verliep de reis tot Heer-Agimont op de Fr.-B. grens vrijwel volgens spoorboekje. Wij overnachtten in Givet bij een mijner vrienden. Een vermakelijk detail in Heer-Agimont is het feit dat van de negen aldaar uitstappende reizigers later acht frauduleuze grenspassagiers bleken te zijn; n.l. 2 Fransen en nog 4 Holl. die wij in Nancy uit het oog hebben verloren.

In Givet vonden wij steun en onderdak op een genoemd adres en hiermede was het eerste contact met de Franse organisatie verkregen. Wij werden op echt Franse elegante zwier langs troepen Duitse controleposten naar de trein gedirigeerd en kwamen ‘s avonds in Charleville aan. Hier brachten 2 Holl. de koude nacht onder de blote hemel in een bloemperkje door, terwijl wij de wachtkamer als verblijf kozen. Het was een lange, lugubere nacht in de stikdonkere, gelukkig volle wachtkamer, met een kans op controle die dankzij de dronkenschap v.d. beambte niet plaatsvond. 

Hier wil ik mij veroorloven in een pikant detail te treden ten bewijze van het raffinement waarmede onze Franse vrienden de Duitsers om de tuin leiden. Wij vonden het opgegeven café-adres niet, om de eenvoudige reden dat dit nummer niet bestond. Wij vervoegden ons dus met een onnozele vraag aan het laatste huis in de straat (ook een café) en werden toen naar het juiste adres gezonden.

In Nancy  werden ons in 6 uur tijds door [een] vrouwelijk lid der Fr. organisatie, een moderne Jeanne d’Arc, valse identiteitsbewijzen verschaft en besloten werd de volgende dag naar Besançon te reizen. In verband met de route en onze voorkeur moge worden opgemerkt dat behalve de kortheid ook de overweging van 2 extra controlelijnen dwars door Frankrijk die bij Dôle eindigen ons deze reisweg voorschreven.

In Besançon zouden wij ons aansluiten bij een gids die wel bijna in massaverband over de demarcatielijn loodst. Dit geschiedde de volgende avond. Het gezelschap dat in een klein plaatsje het perron vulde, ca. 30 man w.o. 2 vrouwen en 2 kinderen, bleek ons nachtelijk reisgezelschap te zijn. Wij gingen om 7 u. op weg, blindelings volgend zonder een woord te spreken, en kwamen om 12 u. ca. na een soort cross-country achter de demarcatielijn, inclusief de vrouwen en de 2 door mannen gedragen kinderen. Velden, greppels, poelen, prikkeldraadafzetting waren hierbij overschreden.

Na een uur rust legden wij te voet de ca. 25 km. af in gezelschap van een jonge Fransman, om ‘s morgens in Poligny te komen, alwaar wij per trein de reis naar Lyon voortzetten. Wij trachtten aldaar met de Ned. consul in contact te komen, doch vergeefs. Hierna moesten wij onze eigen weg volgen, daar verdere gegevens ontbraken. Wij besloten naar Annecy te reizen en in die omgeving de Zwitserse grens te overschrijden.

Aldaar heeft een incident mij van mijn vriend gescheiden. Bij de controle v.d. uitgang deden ook gendarmes dienst en terwijl ik ongehinderd passeerde, werd J. bevolen te wachten. Ik stelde mij op een caféterras op, vrezende een arrestatie van J. Deze laatste wist door rustig optreden en aanvankelijke gehoorzaamheid de waakzaamheid van de gendarme in slaap te wiegen en koos het juiste psychologische ogenblik om zich te verwijderen en via een hoge puntige omheining op een ander punt van het station in de stad te verdwijnen. Daar ik trots mijn zoeken hem niet eerder dan in Genève bij de consul terugvond, vervolgde ik mijn route. Na enige tijd naar mij te hebben uitgezien besloot hij terecht (zijn signalement was met het identiteitsbewijs bekend) zijn reis onverwijld voort te zetten. Hij vermeed hierbij de grote wegen en begaf zich door de velden naar Juvigny en vandaar naar Jussy, vanwaar hij, te voet steeds, ‘s avonds om ca. 7 uur in Genève aankwam. Hij begaf zich naar en bevriend adres en vervoegde zich de volgende dag bij de Ned. consul.

Nadat ik mijn vriend was kwijtgeraakt heb ik tot zonsondergang in de stad en op de wegen naar hem vergeefs gezocht en besloot toen de volgende dag op eigen gelegenheid de reis voort te zetten. Ik vertrok dus ‘s morgens vroeg te voet, koos St. Cergue als operatiepunt, gezien de gunstige bebossing, en was op het punt de grens te overschrijden, die uit een dubbele prikkeldraadversperring bestond, toen twee zich als Zwitsers aandienende houthakkers mij vriendelijk aanboden een gemakkelijker punt te wijzen. Zij ontpopten zich echter direct daarop als Franse douaniers en namen mij, na mij van 3400 frs. te hebben ontlast, mede naar de douanepost. Ik had de hoop echter geenszins opgegeven en profiteerde, na twee minder gunstige kansen te hebben verworpen, van een opening in het grenshek juist tegenover de Franse douanepost om tussen de douaniers weg te spurten en mij na een korte vervolging (waarbij een hunner zich zelfs royaal op Zwitsers grondgebied begaf) in veiligheid te stellen. Ik moest hierbij een jas en diverse bezittingen achterlaten, teneinde mij niet te bemoeilijken. Trots welwillende bijstand van de Zwitserse grensambtenaar heb ik echter noch geld, noch goederen terugontvangen.

Ik mag niet nalaten de ontvangst door de Zwitsers als onovertrefbaar gastvrij en behulpzaam te releveren. Zij deden het menselijk mogelijke om mij te helpen, voort te helpen en noodden mij zelfs aan tafel. Via Jussy begaf ik mij naar Genève en meldde mij ‘s middags bij de Ned. consul.” 

George Jambroes in Londen, 1942 (collectie Erik George Jambroes)George Jambroes na aankomst in Londen

2 antwoorden
  1. Gerard Nieuwenhuis
    Gerard Nieuwenhuis zegt:

    Goed verhaal en nu weet ik wat Heer Jambroes gedaan heeft. dit had mijn interesse omdat ik hier in 1953 in deze straat ben geboren.

    gerard nieuwenhuis

    Beantwoorden
    • Erik Schaap
      Erik Schaap zegt:

      Geachte heer Nieuwenhuis,
      Dank voor uw reactie. Het hele verhaal over George Jambroes’ oorlogsactiviteiten is te lezen in mijn boek Vrijgevochten. Zaans verzet in nationaal perspectief (140-1945).

      Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.