Berichten

De dood van een slagersknecht

Het neerslaan van de Februaristaking kostte in de Zaanstreek één persoon het leven. Op 26 februari 1941 werd slagersknecht Jan Keijzer dodelijk getroffen door een Duitse kogel.

Jan Keijzer (Middelie, 26-7-1920) groeide op in zijn geboortedorp, maar ging kort voor de bezetting van Nederland in de leer bij de Zaandamse slager Jan Honingh. Die had zijn winkel en woning aan de Hoogendijk 50. Kort tevoren was een eerdere knecht vertrokken en Honingh kon wel een nieuwe hulp gebruiken. Keijzer nam zijn intrek bij het echtpaar Honingh en hun kinderen, vastbesloten om het slagersvak onder de knie te krijgen.


Hoogendijk 50 (het witte pand) na de oorlog

Op 26 februari 1941 was Jan niet aan het werk. Net als vrijwel alle andere Zaanse ondernemingen hield slagerij Honingh die woensdag de deuren gesloten. Een etmaal eerder had de tegen jodendeportaties en Duits machtsmisbruik gerichte Februaristaking de Zaanstreek bereikt. Waar op dinsdag de werkonderbreking nog beperkt bleef tot enkele duizenden arbeiders, leek het de 26ste wel alsof iedereen zich bij de revolte aansloot. Dicht opeengepakt liepen de mensen door de Westzijde en over de Dam. Sommigen vergeleken het tafereel later met de viering van Derde Pinksterdag, het jaarlijkse Zaanse feest dat herinnerde aan het verdrijven van de Spaanse bezetter, vier eeuwen eerder. Gezinnen wandelden ’s middags in hun zondagse kleding langs de gesloten etalages in het stadshart. De sfeer was vrolijk en strijdbaar, alsof de Duitse bezetting zijn laatste uren inging.

In de namiddag ging Jan Keijzer naar een collega-slagerij, die van Kluft. Het was slechts enkele tientallen meters lopen van Hoogendijk 50 naar de om de hoek gelegen Nicolaasstraat 7. Pieter Honingh: “M’n vader had nog tegen hem gezegd dat hij maar beter niet de straat op kon gaan, omdat het er zo’n rommeltje was. ‘Ga maar uitbenen’, had hij hem gezegd. Maar ja, Jan ging toch kijken. (…) Op een gegeven moment waarschuwde mijn moeder dat er koffie was, maar Jan kwam niet. Hij was zonder wat te zeggen toch de deur uitgegaan. (…) Hij kende de mensen van Kluft, dus daar ging hij heen.”

http://images.memorix.nl/zaa/thumb/250x250/b00e7fee-62be-420d-b4b0-2ebee3c825cb.jpg Slagerij Kluft na de oorlog

Te beleven viel er inderdaad genoeg. Vanuit slagerij Kluft had je een goed zicht op de Dam, het drukste stukje Zaandam. Er werd daar geestdriftig gepraat en gespeculeerd. Even verderop joegen mensen NSB’ers op. De angstige nationaalsocialisten zochten een veilig heenkomen. In het verlengde van de Nicolaasstraat sneuvelden ramen bij ‘deutschfreundlichen’. De Zaandamse politie deed weinig om de opwinding in goede banen te leiden. De meeste agenten konden zich wel vinden in de vrijheidsgedachten achter de staking. Het wachten was op ingrijpen door de Duitsers.

Ordnungspolizei

Vader en zoon Kluft en Jan Keijzer stonden samen met een andere slagersknecht, Jan Hein, voor de winkel vlakbij de hoek Nicolaasstraat/Hoogendijk. Cornelis Kluft sr. had uit voorzorg de luiken van de slagerij gesloten. Het was inmiddels even na vier uur ’s middags. “Plotseling zag ik vanaf de Hoogendijk (…) een groot aantal personen hard de Nicolaasstraat inlopen, waaruit ik begreep dat vanaf de Hoogendijk de mensen verjaagd werden”, vertelde Kluft later die dag. Het groepje deed uit voorzorg een paar stappen naar achteren, van de stoep naar de deuropening van de slagerij. Jan Hein: “Plotseling kwam vanaf de Hoogendijk een groot aantal mensen hard lopende langs ons heen, dat zich in alle richtingen verspreidde. Vermoedende dat er iets bijzonders ging gebeuren, ging ik met mijn patroon en Keijzer in de winkel staan.” Kluft sr.: “Nog maar juist binnen zijnde zag ik, terwijl de deur nog openstond, een auto van de Duitse Ordnungspolizei met grote snelheid op de Hoogendijk in de richting van de Damstraat rijden.”

Vanuit het winkelportiek konden ze de grijs geschilderde militaire vrachtwagen duidelijk zien. In de laadbak bevonden zich een stuk of twintig Duitse leden van de Ordepolitie. Kluft: “Vóór ik bedoelde auto zag, hoorde ik van dichtbij meerdere schoten lossen. (…) Degenen die zich het dichtst bij de cabine bevonden, stonden met het gelaat voorwaarts, terwijl de rest zich zittend of geknield met het gezicht in achterwaartse richting bevond. Allen hadden het geweer in aanslag. Toen deze wagen ongeveer ter hoogte reed van dr. Bax, Hoogendijk no. 16 alhier, zag ik dat een der daarop aanwezige militairen zijn geweer aan de schouder bracht, in onze richting aanlegde en een schot loste. Ik sprong onmiddellijk achter de stenen muur naast mijn winkelraam en mijn knecht en Keijzer sprongen achterwaarts in de winkel en vielen op de grond.”

Czaar Peter

Er werd zowel over de hoofden van demonstranten heen als gericht gevuurd. Na de oorlog vertelde een andere getuige: “Ik liep bij het Czaar Peter-standbeeld in Zaandam toen er een vrachtwagen met een ploeg moffen erop al schietend de Dam op kwam rijden. Ik hoor nog het geratel van de kogels op dat ijzeren bord boven de Hema. Als ik langs het standbeeld fiets, dan kijk ik altijd nog even naar de gerepareerde kogelinslagen.” De munitie sloeg gaten in gevels en belandde in woningen. Het bleef echter niet bij materiële schade.

Jan Hein: “Plotseling hoorde ik een schot, waarna ik mij achterover de winkel liet vallen. Ik hoorde iets langs mijn hoofd fluiten en meende, toen ik op de grond lag, dat ik gewond was. Het suisde steeds in mijn linkeroor. Keijzer, die links naast mij in de winkel had gestaan, viel gelijk met mij. Toen ik opstond, zag ik dat hij aan zijn kin bloedde. Van schrik heb ik mij hierover niet bekommerd, doch ik ben eerst in de woonkamer achter de winkel gegaan.”

Cornelis Kluft reageerde wel alert en verleende eerste hulp: “In verband met de hevigheid van de bloeding trachtte ik de wond dicht te drukken, waarna ik zag dat het bloed ook uit zijn mond kwam. Ik zei enige malen tegen hem dat hij dat bloed moest uitspuwen. Keijzer knikte slechts met zijn hoofd en heeft verder geen teken van leven meer gegeven.” De twintigjarige Jan stierf, liggend in een almaar groeiende bloedplas, binnen enkele minuten. Enkele door Jan Hein te hulp geroepen verpleegsters van het St. Janziekenhuis konden niets meer betekenen.

 Jan Keijzer rond 1940

De kogel had Keijzers gezicht geraakt en zijn lichaam aan de achterkant verlaten. In de woorden van de Zaandamse arts/lijkschouwer Willem Levend: “Er bestaat een inschotopening rechts aan de kin en een uitschotopening aan de rugzijde ter hoogte van de zesde halswervel. Dood ten gevolge van het bekomen letsel.”

Het fatale stukje metaal had ook de betimmering van een achterliggende koelkast doorboord, een gat geslagen in de betegeling aan de binnenkant van de koeling en een lat gespleten, om te eindigen in een stuk kalfsvlees. Jan Honingh peuterde de zwaar beschadigde geweerkogel nog dezelfde avond uit de kalfsbil en gaf het bewijsmateriaal mee aan een politieman. Later kreeg hij het door een agent achterovergedrukte voorwerp terug. Het zou nog 75 jaar door het gezin worden bewaard, om vervolgens te worden overhandigd aan een lid van de familie Keijzer.

De Zaandamse politie nam contact op met de burgemeester van Middelie, die op zijn beurt Keijzers’ ouders inlichtte. Om zeven uur ’s avonds identificeerden zijn haastig naar Zaandam gereisde moeder en een zwager het slachtoffer. Zijn lichaam mocht van Zaandam naar Middelie worden vervoerd en daar begraven, mits daar geen openlijk rouwbeklag aan werd gekoppeld. De Officier van Justitie gaf op 27 februari schriftelijk toestemming voor een begrafenis, waarna burgemeester Drost regelde dat Jan Keijzer naar zijn voormalige woonplaats werd vervoerd. Op 1 maart werd hij, gedragen door de buren en slechts begeleid door naaste familie, op de begraafplaats van Middelie ter aarde besteld. Andere aanwezigen waren niet welkom. Jan droeg het witte slagersjasje dat hij de dag van zijn dood ook aanhad.

In een Zaanse krant verschenen twee rouwadvertenties, van zowel ‘de Buren en de Zaandamsche Slagersvereeniging’ als van de familie Honingh. Opvallend is dat in beide berichten werd gesproken over ‘een noodlottig ongeval’, als betrof het een dodelijke aanrijding. Het omfloerste taalgebruik sloot aan bij hetgeen de familie in Middelie van overheidswege te horen kreeg.

Voor zijn moeder kwam de dood van Jan Keijzer zo hard aan dat ze in oktober 1941 zelf ook overleed, slechts 60 jaar oud. Haar echtgenoot, Jacob, stierf een jaar later vereenzaamd. Het was 25 december 1942, een dag voor de verjaardag van zijn zoon Dirk. Kerstmis zou in de familie Keijzer nooit meer een feestdag zijn.

(Met dank aan de heer D. Keijzer)

Op 25 februari 2017 verschijnt mijn boekje De Februaristaking in de Zaanstreek. Daarin is voor het eerst gedetailleerd beschreven hoe de Februaristaking in deze regio uitpakte. De publicatie bevat ook vier unieke, in 2016 gevonden stakingsfoto’s uit Zaandam. Tot dan toe waren er slechts twee, in Amsterdam gemaakte foto’s waarvan onomstotelijk vaststaat dat ze de Februaristaking weergeven.
De Februaristaking in de Zaanstreek (64 pagina’s, €12,50) is verkrijgbaar via elke boekhandel en bij Uitgeverij Noord-Holland.

 

Meer ‘Zaanse’ Stolpersteine dan gedacht

De Zaanstreek telt slechts twee Stolpersteine, messing gedenktekens waarop de tijdens de Tweede Wereldoorlog al dan niet omgekomen joden uit deze regio staan vermeld. Ze liggen in de stoep voor Westzijde 262, waar tot begin 1942 het echtpaar Marcus en Geertruida Polak woonde. Op 17 september van datzelfde jaar werden ze in Auschwitz vergast.

Deze twee struikelstenen zijn de enige Zaanse, een schamel aantal. In heel Europa heeft de Duitse kunstenaar Gunter Demnig, de bedenker van de Stolpersteine, inmiddels 57.000 van deze plaatjes (laten) neerleggen. Daarvan bevinden zich er minstens vierduizend in Nederland. Dat maakt het minieme aantal van één paar Zaanse plaatjes helemaal armoedig. Wat het nog pijnlijker maakt is dat op de steen voor oud-leraar Polak de sterfdatum verkeerd vermeld staat.

Het is niet zo dat er de afgelopen jaren niet is geprobeerd om meer Zaanse struikelstenen geplaatst te krijgen. Diverse particulieren -veelal familieleden van omgebrachte joden- waagden een poging, maar liepen vast op bureaucratische of andere hobbels. Een werkgroep (waarin ik ook zitting had) onderzocht in 2014/’15 uitvoerig of het mogelijk was alle vermoorde en tot zelfmoord gedreven Zaanse joden een Stolperstein te ‘geven’. Gunter Demnig kon echter niet garanderen dat het zou lukken om de ruim 170 benodigde stenen te produceren en te leveren. En de werkgroep wilde geen keuze maken wie er wel en wie niet zo’n monumentje zou worden toebedeeld.

Duitsland

In de Zaanstreek zijn dus slechts twee struikelstenen te vinden. Opvallend -en nauwelijks bekend- is echter dat buiten deze regio het drievoudige aan Stolpersteine bestaat met de namen van joden die hier woonden. Ze bevinden zich allemaal in Duitsland, het land dat ze veelal in de jaren dertig verlieten. Allen hoopten tevergeefs op een veilig onderkomen in de Zaanstreek.

Hieronder staan afbeeldingen van alle acht ‘Zaanse’ Stolpersteine. Tussen haakjes de plaats waar ze liggen en verder de namen van de slachtoffers en wat details over hun woonplaats. Wellicht dat er over een paar jaar vele foto’s aan toegevoegd kunnen worden. Gemaakt in het buitenland of toch ook -dat zou een prachtig eerbetoon zijn- in de Zaanstreek.

Marcus Marcus Marcus Polak 
Truus
(Zaandam)
Marcus (‘Max’) Louis Polak (Veendam, 16-7-1884/Auschwitz, 17-9-1942) en Geertruida (‘Truus’) Regina Polak-van Rhijn (Hoogeveen, 14-6-1897/Auschwitz, 17-9-1942) woonden sinds 1934 aan de Zaandamse Westzijde. Hij gaf tot aan zijn afgedwongen ontslag les op het Gemeentelijk (‘Zaanlands’) Lyceum. In mei 2009 plaatsten drie achternichten van Truus Polak samen met Gunter Demnig de beide struikelstenen voor het huis aan de Westzijde.

emma Emma Juchenheim. (Fotocollectie B. Zwart) Emma Juchenheim
(Vlotho)
De weduwe Emma Juchenheim-Steinberg (Vlotho an der Weser, 27-1-1855/Sobibor, 16-4-1943) vluchtte op 22 oktober 1935 uit haar Duitse geboorte- en woonplaats naar haar dochter en schoonzoon in Zaandam. Daar, bij Bernard en Selma Eisendrath, vond ze tot de dag dat de nazi’s Nederland binnenvielen een zekere mate van rust. Nog geen drie jaar later werd ze in Sobibor vergast.

Hans Hans Juchenheim Hans Juchenheim
(Vlotho)
Hans Juchenheim (Vlotho, 29-10-1928/Dachau, 2-6-1945) was een kleinzoon van Emma. Zijn ouders mochten Duitsland niet verlaten, Hans en zijn zus Lore in maart 1939 na veel soebatten wel. Via een omweg kreeg Hans onderdak bij zijn oom, tante en oma in de Botenmakersstraat 108. Toen hun ouders eind 1941 in het kader van de ‘werkverschaffing’ naar Polen gestuurd zouden worden, keerden Hans en Lore terug naar Duitsland. Hans maakte als enige van zijn familie de bevrijding mee, maar stierf als gevolg van vlektyfus op 2 juni 1945 alsnog in een nevenkamp van Dachau.

Albert Albert Levy (collectie Joods Monument) Albert Levy
(Langerwehe)
Albert Levy (Langerwehe, 5-11-1905/Dachau, 24-1-1945) woonde tot februari 1936 in Duitsland. Hij sloeg toen op de vlucht en belandde eind van dat jaar in Zaandam. Daar trad hij twee jaar later in het huwelijk met de eveneens joodse Jenny Weiss, eveneens een vluchtelinge. Jenny werd op 8 oktober 1944 vergast in Auschwitz, Albert stierf kort voor de bevrijding in Dachau.

Josef
(Langerwehe)
Josef Levy (Langerwehe, 14-12-1901 /Auschwitz, 30-9-1942) ontvluchtte net als zijn broer Albert Duitsland en kwam in 1937 naar Zaandam. De broers zetten op de Burcht een modezaak op en ze maakten damesceintuurs. Op 3 februari 1942 werd Josef als nummer 1 van een groep van 63 Zaandamse joden ingeschreven in Westerbork. Ruim zeven maanden later stierf hij in Auschwitz.

edith Edith Seligmann-Silberbach-Oostzaan Edith Seligmann
(Bad Salzuflen)
Edith Seligmann-Silberbach  (Schatmar, 21-3-1906/Auschwitz, 30-9-1942) kwam weliswaar in Duitsland ter wereld, maar werd al begin 1928 -dus ruim voor Hitlers machtsovername) ingeschreven in Nederland. Op 13 februari 1939 trouwde ze in haar nieuwe woonplaats Oostzaan met Heinz Seligmann. Drieënhalf jaar later vonden ze samen de dood in Auschwitz.

Hertha Hertha2 Hertha Speier, ongeveer 1920
(Fritzlar)
Hertha Poppert-Speier (Fritzlar, 11-11-1913/Frankrijk, 16-12-1991) is in dit rijtje de enige die de Shoa zou overleven. Ze was met haar man Erich Karl in 1932 uit Duitsland geëmigreerd en bouwde samen met hem in de Zaandamse Botenmakersstraat een goed lopende dameshoedenfabriek op. Erich stierf op 14 mei 1943 in de gaskamer van Sobibor, Hertha overleefde meerdere kampen.

 

Oorlogspad. Adresboek van de bezette Zaanstreek

De synagoge veranderde in een paardenstal. Op de Westzijde bewogen verzetsstrijders en nazi’s zich behoedzaam langs elkaar. De Krommenieërweg herbergde verrassend veel collaborateurs. In Oostzaan bloeide de zwarte slacht. Rond de Zaanbrug liquideerde de illegaliteit steeds meer vijanden naarmate de bevrijding dichterbij kwam. En zelfs toen de oorlog al vele maanden voorbij was, ging papierfabriek De Eendracht in Wormer gewoon door met het vernietigen van joods roofgoed.

Het is een bijna willekeurige greep uit de talloze Zaanse gebeurtenissen gedurende de bezettingstijd. Aan de hand van ruim 250 adressen toont Oorlogspad. Adresboek van de bezette Zaanstreek wat de jaren 1940-1945 betekenden voor de Zaanse inwoners. Het geeft een indringend en soms onthullend beeld van de uitersten waarmee ze vijf jaar lang te maken kregen. Deze door Erik Schaap gemaakte plattegrond van het ‘schuldig landschap’ in oorlogstijd is aangevuld met een uitgebreide inleiding en tientallen veelal nooit eerder gepubliceerde foto’s van bezetting en verzet, vervolging en bevrijding. De publicatie is vanaf heden verkrijgbaar in elke Nederlandse boekhandel en via onder meer Bol.com.

Uitgever: Brave New Books
Jaar van uitgave: 2016
Auteur: Erik Schaap
Aantal pagina’s: 174
Prijs: €17,95
ISBN: 9789402147292

Omslag 'Oorlogspad'