Berichten

Nee, mijn boek is niet verfilmd (of toch?)

Ik ben het een beetje zat. Dat mijn boek over Walraven van Hall de basis vormt voor Bankier van het verzet; geen punt. Maar doe dan niet alsof die biografie totaal geen rol speelt bij het maken van de speelfilm.  

Het is alweer een jaar of tien geleden dat Rutger Hauer aankondigde een Engelstalige speelfilm te willen regisseren over Walraven van Hall, de Zaanse verzetsheld die door velen wordt gezien als de spin in het web van de Nederlandse illegaliteit. Aangezien ik Van Halls leven had geboekstaafd, namen de twee door Hauer uitgekozen beoogde scenarioschrijvers contact met me op. Begrijpelijk, er bestond geen ander levensverhaal van enig formaat over de Nederlandse aanvoerder van de ondergrondse. We maakten een rondje door Zaandam. Ik wees plekken aan die belangrijk waren in het leven van de Zaandamse bankier/verzetsman. En ik beantwoordde vragen. Waren er destijds NSB’ers binnen de familie Van Hall? Gebruikte Walraven wapens tijdens zijn illegale jaren? Had hij ooit een buitenechtelijke relatie? En zo verder.

De scenaristen in spe waren eerlijk: het was lastig om het merendeels ‘papieren’ verzet van de hoofdpersoon te verfilmen en ze zochten daarom naar smeuïge details. Ik moest ze teleurstellen: Van Hall was uitermate heldhaftig en balanceerde regelmatig op de rand, maar veel sappigs in de vorm van schietpartijen en seksuele escapades zat daar niet bij.

NL Film

De film die Rutger Hauer wilde regisseren kwam er nooit. Iets met geldgebrek, begreep ik. In het najaar van 2011 vernam ik dat er wellicht toch nog een speelfilm zou uitkomen over ‘Wally’ van Hall. NL Film, een van Nederlands grootste productiebedrijven, had zich over het verhaal ontfermd. Ik stuurde het bedrijf een mailtje. “Indien NL Film met het oog op het produceren van de film geïnteresseerd is in mogelijke bronnen en archieven, geschikte filmlocaties en andere informatie die de research vergemakkelijken, kan daarover desgewenst contact met mij worden opgenomen”, schreef ik. Nog dezelfde dag kwam er een hartelijke reactie: “Wij stellen dit erg op prijs. Uw mail stuur ik hierbij door naar Sytze van der Laan die momenteel gesprekken voert met de researcher die voor ons aan deze film werkt. Hij neemt in de toekomst graag contact met u op.”

Het bleef een half jaar stil aan de andere kant van de lijn. Toen vroeg ik schriftelijk of er al iets meer bekend was. “Ik heb uw mail doorgestuurd naar Sytze van der Laan. Hij neemt contact met u op”, luidde het dit keer iets kortere antwoord. Inmiddels zijn we vijf jaar verder. Sytze van der Laan, door NL Film ingehuurd als producent van de film, zoekt blijkbaar nog altijd naar mijn digitale adres of telefoonnummer. Of wellicht had hij het te druk met de afwikkeling van zijn directeurschap bij de Nederlandse Film- en Televisie Academie, dat kan ook.

Gaandeweg vernam ik steeds vaker dat mijn boek een rol speelde bij het financieren en maken van de miljoenenfilm. Een lid van de familie Van Hall vertelde dat de enthousiaste producent bij haar op bezoek kwam met mijn biografie in zijn hand (“Het zat helemaal vol geeltjes.”). Schrijfster Jessica Durlacher bestelde mijn boek. Ze ging daarmee vervolgens samen met ega Leon de Winter op bezoek bij toenmalig bankdirecteur Gerrit Zalm, in een poging om geld los te peuteren voor de film. En Marieke van der Pol had het boek uiteraard ook naast haar computer liggen toen ze het script schreef voor Bankier van het verzet.

Peter R. de Vries

Iedereen kan de literatuur en archieven induiken en daar op zoek gaan naar Van Halls levensverhaal. Zolang er in Bankier van het verzet geen scenes voorkomen die alleen ik kon schrijven -dankzij exclusieve bronnen bijvoorbeeld-, staat het een ieder vrij om Van Hall vorm te geven zoals hij of zij wil. Toen er enkele jaren geleden een film werd gemaakt over de ontvoering van Freddy Heineken verkondigde Peter R. de Vries dat het script gebaseerd was op zijn publicatie over die ontvoering. Hij zei juridische stappen te overwegen, maar uiteindelijk is het daar nooit van gekomen. De Vries besefte waarschijnlijk dat hij het in de rechtbank zou afleggen.

Begin 2017 startten de opnames van de Van Hall-film. De hoofdrollen zijn in handen van goede acteurs. Barry Atsma speelt Walraven, Jacob Derwig diens broer Gijs. In Van der Pols scenario had ik ook wel vertrouwen. Zij heeft, onder meer met De Tweeling, bewezen uitstekende scripts te kunnen schrijven. Hopelijk is haar verhaal overeind gebleven bij de opnames, die eind april eindigden. Laten we het er op houden dat ik mijn twijfels heb. Het aantal via Facebook en Twitter verspreide foto’s van filmscènes waarop geweren en pistolen in beeld zijn, is ontelbaar. Een betrokkene beschreef hoe voor het oog van de camera tezamen met Walraven van Hall een vrouw werd geëxecuteerd, daar waar dat in werkelijkheid niet plaatsvond. Er kwam een fictieve naam voorbij van een belangrijke bijrolspeler. Barry Atsma poseerde op Twitter met een stevige gezichtswond, een blessure die Van Hall tijdens zijn oorlogsjaren niet had. Enzovoort.

In het voorjaar van 2017 raakte ik in gesprek met een dame die betrokken is bij de distributie van de Van Hall-film. Ze toonde me enkele foto’s waarop Jacob Derwig op de filmset door mijn boek bladert. Het was de zoveelste aanwijzing dat de filmploeg en de publicatie nooit ver van elkaar verwijderd waren. In diezelfde week plaatste Barry Atsma een tweet met een foto van mijn boek. Het bericht bleef nog geen tien minuten in de lucht. Toen werd het boek vervangen door een plaatje van het monument voor Van Hall in het Amsterdamse Beursgebouw. Ik vermoed zomaar dat iemand Atsma in de tussentijd liet weten dat de biografie niet in beeld mocht.

Tweetversie 1…

…en versie 2, een paar minuten later.

Naarmate de premièredatum dichterbij komt, krijg ik steeds vaker de opmerking hoe leuk het is dat mijn boek wordt verfilmd. Dat wordt het dus niet. Formeel dan. Toch wil ik bij dezen alvast twee dingen verklappen. Eén: Bankier van het verzet zal zelfs bij benadering niet zo integer zijn als de man die daarin centraal staat. En twee (in alle bescheidenheid): het boek is beter.

De lange aanloop naar de speelfilm over Walraven van Hall

Rutger Hauer poogde jarenlang tevergeefs om het levensverhaal van de Zaandamse verzetsheld Walraven van Hall te verfilmen. Hij was de eerste niet. Nu volgt er een herkansing, in de vorm van een miljoenenproductie met een ware sterrencast.

Walraven van Hall (kleur)Walraven van Hall

Changing fortunes luidde de filmtitel die Rutger Hauer in gedachten had. Het moest een internationale productie worden over de man die tot aan zijn voortijdige dood in februari 1945 de vaderlandse illegaliteit leidde. In januari 2010 kreeg ik de twee beoogde scenarioschrijvers van de film over Walraven van Hall op bezoek. We maakten een rondje langs Zaandamse locaties waar deze verzetsbankier woonde en werkte. En ik beantwoordde een aantal vragen. Die stelden me niet gerust. Of Van Hall een wapen had. Of er NSB’ers in zijn familie waren. Hoe de relatie met zijn echtgenote was. Of hij wellicht een handicap had. De scenaristen-in-spe kwamen er eerlijk voor uit: het zou niet meevallen om het door Van Hall gepleegde ‘papieren’ verzet filmisch interessant te maken. Zijn ondermijning van het nazisme mocht ongekend effectief zijn geweest, maar veel seks en schieten kwam daar niet bij te pas. En dat was, bioscoop-technisch gesproken, toch wel een tikje jammer.

Het was de tweede keer dat ik werd benaderd met filmplannen. In maart 2006 was ik al verwikkeld in een mailwisseling met een filmproducente die me vroeg ‘of het mogelijk is om de rechten te kopen van het boek [dat ik dat jaar over Van Hall publiceerde] met als doel er een film van te maken’. Ze voegde er weinig geruststellend aan toe: “Bij mijn weten is het verhaal in feite openbaar en ik neem aan dat er misschien helemaal niet over ‘rechten’ gesproken kan of hoeft te worden.” Het contact eindigde een maand later met de boodschap dat ze weer van zich zou laten horen ‘zodra ik voorstellen kan doen’.

NL Film

Enfin, Rutger Hauer kreeg de financiering niet rond voor het eerste echte product waarover hij de regie zou voeren, tot zijn diepe droevenis. En die vage filmproducente is ook al een decennium uit beeld verdwenen. Een film over Walraven van Hall leek definitief van de baan. In het najaar van 2011 vernam ik echter dat productiemaatschappij NL Film de handschoen opnam. Ze hadden daar een miljoenenproductie in gedachten. NL Film was een van Nederlands grootste productiemaatschappijen. En, ook niet onbelangrijk, Walravens kinderen waren enthousiast. Wat kon er nog misgaan?

Ik mailde NL Film: als ze behoefte hadden aan informatie en materiaal waren ze welkom. Niet alle gegevens die ik had gevonden met het oog op mijn biografie Walraven van Hall, premier van het verzet (1906-1945) waren in het boek verwerkt, dus wie weet kon de producent nog wat gebruiken. “Wij stellen dit erg op prijs”, luidde de reactie. “Uw mail stuur ik hierbij door naar Sytze van der Laan, die momenteel gesprekken voert met de researcher die voor ons aan deze film werkt. Hij neemt in de toekomst graag contact met u op.” De toekomst bleek bij NL Film een rekkelijk begrip, want producent Van der Laan liet tot op heden niets van zich horen. Dat mijn boek in de tussentijd via NL Film wel een ronde maakte langs tal van betrokkenen bij de film zie ik maar als second best.

Subsidies

Op financieel gebied pakte NL Film het beter aan. In april 2015 kenden de NPO, CoBO en het Nederlands Filmfonds maar liefst €1,8 miljoen toe om de productie mogelijk te maken. Dat komt bovenop de ruim €1,2 miljoen die sinds 2013 in zes tranches is uitgekeerd via het Netherlands Film Production Incentive. Bankier van het verzet, zoals de rolprent gaat heten, wordt een van de duurdere Nederlandse films, zoveel is duidelijk.

Er zijn dan ook nogal wat kosten, en niet alleen aan materiaal. Voor de gelouterde scenarioschrijfster Marieke van der Pol bijvoorbeeld, bekend van onder meer De Tweeling. Voor regisseur Diederik van Rooijen (Penoza). En voor de cast, volgens de Belgische mede-producent Zilvermeer Productions onder anderen Jacob Derwig en Barry Atsma.

De NL Film-website meldt nog altijd: “De opnamen staan gepland voor 2014.” De Belgische partner lijkt beter op de hoogte: “Shoot fall 2016.” Dat lijkt ook een stuk logischer, gezien de verdere planning. Vooralsnog staat als premièredatum 24 september 2017 genoteerd. U krijgt tegen die tijd 110 minuten Walraven en Gijs van Hall aangeboden in een theater bij u in de buurt.

Ik beschik overigens over nog wat vertrouwelijke, tranentrekkende informatie aangaande ‘Wally’ van Hall die het uitstekend zou doen in de slotscène van deze beoogde blockbuster. Wellicht maak ik het nog wereldkundig. Ik dacht zelf aan 25 september volgend jaar.

picknick-gezin-van-hall-eind-jaren-30De broers Walraven, Floor, Beppo, en Gijs van Hall
Walraven (links) en Gijs (rechts) van Hall

 

 

Walraven van Hall, premier van het verzet

Historici als Loe de Jong en Geert Mak bestempelden Walraven van Hall als de centrale man van de illegaliteit gedurende de Tweede Wereldoorlog. Desondanks zakte deze Zaandamse ’bankier van het verzet’ langzaam weg in de vergetelheid. Op 10 februari 2006, zijn honderdste geboortedag, verscheen er een biografie over Zaandammer ‘Wally’ van Hall (in 2014 heruitgegeven in een aangevulde editie).

Walraven van Hall komt op 10 februari 1906 ter wereld in een welgesteld, liberaal Amsterdams particiërsgezin. Onder zijn voorvaderen bevinden zich tal van Kamerleden, gemeentebestuurders en bankdirecteuren. Wally, zoals zijn roepnaam luidt, kiest echter een andere route en besluit om zeeman te worden. Hij bezoekt de Zeevaartschool op Terschelling en monstert vervolgens aan bij de Koninklijke Hollandsche Lloyd. Vier jaar lang reist hij als koopvaardij-officier tussen met name Europa en Zuid-Amerika. In 1929 worden zijn ogen niet meer goed genoeg bevonden voor de grote vaart. Hij treedt in de voetsporen van zijn vader en wordt bankier. Hij werkt anderhalf jaar in New York en grijpt dan de kans om bankdirecteur te worden in Zutphen. In 1932 trouwt hij met Tilly den Tex, ook al een telg uit een roemrijk bankiersgeslacht, met wie hij drie kinderen krijgt.

In maart 1940 treedt Van Hall in dienst bij de Zaandamse bankfirma Weduwe J. te Veltrup & Zoon, gevestigd aan de Westzijde 47. Hij betrekt diezelfde maand een vlakbij gelegen herenhuis, aan de Westzijde 42 (op de plek waar nu het Holland Handelshuis staat). Als commissionair in effecten reist hij dagelijks naar de Amsterdamse effectenbeurs. Naast zijn werk wordt Van Hall vrijwilliger bij de plaatselijke Luchtbeschermingsdienst, in 1939 opgericht ter voorbereiding op de dreigende oorlog.

Nederlandse Unie

Als reactie op de Duitse bezetting van Nederland ontstaat de Nederlandse Unie. Deze nieuwe volksbeweging wil het vooroorlogse verzuilde denken doorbreken en de ‘nationale eenheid’ bevorderen. Ruim anderhalf jaar schippert de Unie tussen toegeven aan de steeds verdergaande eisen van de bezetter en het volgen van een eigen koers. Desondanks groeit de organisatie uit tot de grootste politieke partij ooit, met 600.000-900.000 leden. De meeste mensen sluiten zich aan uit weerzin tegen de nationaal-socialistische partijen NSB, NSNAP en Nationaal Front. Van Hall wordt in november voorzitter van de nieuwe afdeling Zaandam, zijn stadgenoot Jaap Buijs secretaris/penningmeester. In mei 1941 opent de Nederlandse Unie een winkel aan de de Gedempte Gracht 10. Voorin zijn kranten, speldjes en ander propagandamateriaal verkrijgbaar, in een achterzaaltje vindt kadervorming plaats. “Het thans bereikte aantal van duizend leden voor Zaandam is nog veel te gering”, spreekt Van Hall tijdens de opening de achterban toe.

Buijs en Van Hall missen zelfs het kleinste stukje affiniteit met de bezetter en haar aanhang. Ze roepen het Unie-bestuur op om stelling te nemen tegen de NSB en Buijs laat het partijsecretariaat weten ‘liever geen loten voor de Winterhulp te willen verkopen’. “Van de verkoop mag niets worden verwacht”, geeft hij als reden op. In dat beeld past ook de vaderlandslievende actie van een Zaandamse Uniehuis-medewerker. Uit een Unie-verslag: “In Zaandam liep de conciërge van de winkel een proces-verbaal op, omdat hij van de op het trottoir voor de winkel geklodderde leuze ‘1 jaar Unie is 1 jaar verraad’ alleen het eerste gedeelte had weggeschrobd.” Van Hall zal de selectieve schoonmaakactie ongetwijfeld met een glimlach hebben waargenomen.

In december 1941 hebben de Duitsers genoeg van de wispelturige Nederlande Unie. De organisatie wordt verboden. Relatief veel Unie-leden belanden vervolgens in de illegaliteit. Zo ook Van Hall. Begin 1941 is hij al gestart met het inzamelen van geld voor slachtoffers van de Februaristaking en datzelfde jaar raakt hij betrokken bij de Zeemanspot, een hulporganisatie voor de gezinnen van koopvaardij- en marinepersoneel dat vanuit Groot-Brittannië bijdraagt aan de geallieerde oorlogsvoering. Samen met zijn broer Gijs -de latere burgemeester van Amsterdam- slaagt Walraven er in om tonnen aan giften en leningen bij elkaar te krijgen. “Wanneer anderen, die er misschien direct meer voor in aanmerking komen, het niet aandurven om te steunen, dan moeten zij dat zelf weten, maar ik denk er niet aan om mijn makkers, waarmee ik samen gevaren heb, nu in de steek te laten”, zegt de oud-zeeman tegen een vriend.

Nationaal Steunfonds

In de loop van 1942 wordt duidelijk dat steeds grotere aantallen nazi-slachtoffers hulp nodig hebben. De beide Van Halls richten daartoe samen met oud-Philipsmedewerker Iman J. van den Bosch het Landrottenfonds op. Walraven stelt voor om uit oogpunt van veiligheid -hoe meer leners, hoe groter de kans op verraad- leningen lager dan 25.000 gulden niet langer te accepteren. Die opzet lukt wonderwel, door aan te kloppen bij banken en vermogende Nederlanders. De organisatie groeit in 1943 uit tot een landelijk netwerk. De steun wordt uitgebreid naar gezinnen van gijzelaars en gevangenen, nabestaanden van geëxecuteerden, ontslagen ambtenaren, familie van Arbeidsinzet-onderduikers en (via een speciale Vakgroep J, met in het bestuur onder andere Zaandammer Remmert Aten) 8000 à 9000 joden. Een door Van Hall uitgedacht, ingenieus administratiesysteem voorkomt misbruik van de verzamelde gelden.
Uit de Zeemanspot en het Landrottenfonds ontstaat na verloop van tijd het Nationaal Steunfonds. Deze ondergrondse bank, waarvan Walraven de onbetwiste leider is, financiert gedurende de oorlog naar schatting 150.000 personen in nood. Daarnaast gaan er vele miljoenen naar illegale organisaties als de Persoonsbewijzencentrale, spionagegroepen, het gewapend verzet en bladen als Vrij Nederland, Trouw, Het Parool en De Typhoon. De bloeiperiode van het NSF breekt aan als de Nederlandse regering in ballingschap in september 1944 oproept tot de spoorwegstaking. Het fonds neemt de salarisbetaling op zich van de 33.000 stakende spoormedewerkers, een last van 5-6 miljoen gulden per maand. Walraven en Gijs van Hall zorgen dat er op grote schaal schatkistpromessen worden vervalst. Met deze waardepapiereen weten ze De Nederlandsche Bank onder leiding van nationaal-socialist M. Rost van Tonningen 51 miljoen gulden afhandig te maken. Het is tot vandaag de dag de grootste bankfraude ooit in Nederland.

In het laatste oorlogsjaar raakt Walraven betrokken bij de oprichting van de Stichting 1940-1945, de Binnenlandse Strijdkrachten (dat eveneens door het NSF wordt betaald) en een landelijke campagne om Duitse dwangarbeid te voorkomen. Hij houdt zich verder onder meer bezig met de hulp aan geallieerde piloten, de leverantie van explosieven aan het verzet en de bemiddeling tijdens conflicten binnen de landelijke illegaliteit. Aan zijn rol als intermediair houdt hij de bijnaam ‘olieman’ over. Vanwege zijn enorme inzet, charisma en kennis van zaken zal premier Schermerhorn na de oorlog Van Hall betitelen als de ‘volstrekt centrale en leidende figuur van het verzet’. Een andere minister-president, Drees, gebruikt vergelijkbare woorden.

Hoewel het NSF uiteindelijk meer dan 100 miljoen gulden onder haar beheer heeft en relatief makkelijk aan voedsel en kleding kan komen, weigeren Van Hall en zijn directe medewerkers gebruik te maken van hun ‘privileges’. Walravens gezondheid gaat dan ook snel achteruit tijdens de hongerwinter van 1944-’45. Geert Mak beschrijft in zijn boek ‘Een kleine geschiedenis van Amsterdam’ de vermoedelijk laatste keer dat de dan 11 jaar oude Attie haar vader ziet. “Het moet op een koude avond in de laatste oorlogswinter zijn geweest, zij wist de datum niet meer precies, dat Walraven van Hall -beter bekend als Van Tuyl, soms als Barends of Oom Piet- opgebrand na maanden van keihard werken, onverwacht bij zijn vrouw en drie kinderen de keuken binnen kwam zeilen. Hij kwam zelden meer thuis in die maanden, dat was te gevaarlijk geworden. Hij had een barre tocht achter de rug, op een fiets met houten banden van Amsterdam naar Zaandam, en hij was bekaf. Zijn vrouw probeerde hem op te warmen, wat te eten te geven. Ten slotte klom ze resoluut op een stoel. Achter uit de keukenkast haalde ze de laatste twee suikerklontjes, zorgvuldig bewaard voor het meest extreme noodgeval. En die mocht hij toen hebben.”

Op 27 januari 1945 wordt Van Hall gearresteerd, het gevolg van verraad in eigen kring. In de gevangenis aan de Amsterdamse Weteringschans belandt hij in de cel naast zijn vriend Jaap Buijs, die twee weken eerder is opgepakt. Op 12 februari 1945, twee dagen na zijn 39ste verjaardag, sterft Van Hall in Haarlem voor een vuurpeloton, als represaille voor een aanslag op een Duitse officier. Enkele maanden na de bevrijding wordt zijn lichaam aangetroffen in de Kennemerduinen. De olieman krijgt dichtbij de vindplaats zijn laatste rustplaats, op de Erebegraafplaats in Bloemendaal.

cawdshgr.jpg

‘Wally’ van Hall op de Zeevaartschool van Terschelling (links voor).