Berichten

Het eerste joodse slachtoffer uit de Zaanstreek

Begin 1941 waren de Zaanse joden nog niet verdreven naar het Amsterdamse Judenviertel. Dat zou pas een jaar later gebeuren. Veel Amsterdamse joden volgden toen zelfs nog dagelijks de omgekeerde route, van Amsterdam naar Zaandam. Ze werkten bij Verkade (om koekjes en chocola in te pakken), in de essencefabriek van Polak en Schwarz of op het Hembrugterrein, waar de Artillerie-Inrichtingen wapens en munitie produceerden. Bij dat laatste bedrijf hadden in 1941 zelfs meer dan twintig joden een baan, bijna allemaal afkomstig uit de hoofdstad. Een van hen was Samuel Waterman.

De ongehuwde, 30-jarige Samuel woonde nog bij zijn moeder, een 66-jarige weduwe. De twee leefden in een door en door joodse omgeving, de verpauperde Lepelstraat. Elke dag reisde Samuel naar de Artillerie-Inrichtingen in de uiterste zuidpunt van Zaandam, waar hij werkte als houtdraaier.

Waarschijnlijk heeft hij op vrijdag 21 februari 1941 voor het laatst achter zijn draaibank gestaan. In de voorgaande dagen waren er rellen geweest in de Amsterdamse Jodenhoek, veelal uitgelokt door de vechttroepen van de NSB. Topoverleg tussen Heinrich Himmler, Arthur Seyss-Inquart en Hanns Albin Rauter leidde tot de beslissing dat er hard diende te worden ingegrepen. De nazi’s zouden als straf en ter waarschuwing 425 joden van 20-35 jaar oud oppakken. In de middag van 22 februari grendelden de Duitse Ordnungspolizei het gebied rond het Waterlooplein af en haalde met grof geweld honderden joodse mannen uit huizen en van straat. Omdat met die allereerste Nederlandse razzia niet het beoogde aantal van 425 werd bereikt, herhaalden de troepen een dag later hun mensenjacht, zij het op iets kleinere schaal.

Hoewel Samuel Waterman een paar honderd meter van het afgezette gebied woonde, belandde ook hij in de Duitse fuik. Onbekend is hoe en waar dat gebeurde. Toen de directie van de Artillerie-Inrichtingen  in het voorjaar van 1942 bij de Joodsche Raad informeerde hoe het ging met haar ruim twintig joodse werknemers -ze waren inmiddels allemaal ontslagen, op last van de nazi’s- luidde het antwoord op 4 mei dat er inmiddels één van hen was overleden: Samuel Waterman. Het duurde niet lang of alle mannen die in het weekend van 22/23 februari 1941 waren opgepakt bleken te zijn overleden. Beter gezegd: vermoord in het beruchte Mauthausen. Samuel en de andere ‘gijzelaars’ waren van Amsterdam in vrachtwagens naar kamp Schoorl gevoerd. Terwijl ze daar verbleven brak op 25 (Amsterdam) en 26 februari (onder meer de Zaanstreek) de Februaristaking uit, het eerste en laatste grootschalige protest tegen de jodenvervolging.

Op donderdag 27 februari werden de opgepakte jongens en mannen op transport gesteld. Vanaf Alkmaar ging het per trein richting Amsterdam. Rijdend over de Hembrug heeft Samuel wellicht een laatste blik kunnen werpen op zijn oude werkplek. Een van de weinige overlevenden van de razzia’s, Max Nebig, vertelde over deze treinreis naar een toen nog onbekende eindbestemming: “Om de paar minuten kwam er een mof binnen, die dan tegen ons begon te schreeuwen: Aufstehen, sitzen, aufstehen, sitzen, aufstehen, sitzen… steeds vlugger… Zij schenen een bijzondere voorkeur te hebben voor mensen met brillen, die sloegen ze namelijk recht in het gezicht.”

De trein stopte uiteindelijk in Weimar, van waar de inzittenden in looppas de acht kilometer naar concentratiekamp Buchenwald moesten afleggen. Sinds hun vertrek uit Schoorl hadden ze nog niets te eten gekregen. De Amsterdammers moesten in Buchenwald barakken bouwen of -de minderheid- aan het werk in de steengroeve. Drie maanden later waren er 77 gevangenen gestorven als resultaat van de ontberingen. De overigen werden begin juni 1942 naar vernietigingskamp Mauthausen gevoerd, in Oostenrijk.    Samuel Waterman hield het daar slechts een week vol. Hij werd het eerste joodse slachtoffer met een duidelijke Zaanse connectie en een van de allereerste vermoorde joden uit Nederland. In de navolgende jaren zouden er ruim honderdduizend volgen, onder wie enkele honderden uit de Zaanstreek.    afbeelding 2 Poppelsdorf (Isaak)
De joodse werknemers van de Artillerie-Inrichtingen (maart 1941)


Kaart van Samuel Waterman (12-6-1910/30-5-1941) uit de tijd dat hij op de Waterloopleinmarkt werkte