Berichten

De katholieke Zaanstreek in verzet

Ter gelegenheid van een door Monumenten Spreken gemaakte documentaire over het oorlogsmonument bij de Bonifatiuskerk in Zaandam schreef voormalig pastor Pim Ligtvoet een inleiding. Hieronder is zijn verhaal te lezen over het katholieke verzet in de Zaanstreek tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Boni

Vanmiddag spreken we over katholiek verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Zaanstreek. Daar ligt een probleem voor mij, want de houding van de katholieke kerk tegenover het nationaalsocialisme heeft geen goede naam. Maar we doen dit naar aanleiding van een sprekend monument waar ik jaren lang op weg naar het lokaal van DISK langsfietste: het Christus Koning-beeld aan de Oostzijde in Zaandam. Ook hier ligt een probleem, want je ziet er niet aan af dat het een ook maar iets met verzet te maken heeft. Wel dat het Christusbeeld aan het afbrokkelen is.

Katholieken en nationaal-socialisme

Waarom roept de combinatie katholiek-nationaalsocialisme problemen op? Simpel gezegd hierom: de houding van de katholieke kerk leek weinig principieel. ‘Als het de katholieke zaak maar goed doet is zelfs een pact met de duivel geoorloofd’. En dan zien we beelden van Duitse bisschoppen die de Hitlergroet brengen, van prelaten die door middel van verdragen met fascistische dictators als Mussolini, Hitler, Franco en Salazar de belangen van de katholieke kerk gauw veilig stellen, en van een paus die over de jodenvervolging zwijgt en oorlogsmisdadigers via het Vaticaan laat ontsnappen naar Latijns Amerika. Dat is even slikken. Toch zegt dat niet veel over de katholieke kerk in Nederland. Daarover later.

Godsdienstig monument

Dan het monument. Het Christus Koningbeeld is inderdaad geen verzetsmonument. Het is de vervulling van een gelofte. ‘Als onze parochie, de St. Bonifatius, en onze stad, Zaandam, gespaard blijft richten we een beeld voor Christus op.’ En er werd gelijk 10.000 gulden voor geofferd. De gelofte werd gedaan in december 1944, aan het eind van een week ‘volksmissie’. Dat betekende ‘s avonds kerkdiensten met een zware preek door twee paters redemptoristen. Na afloop trokken ze door naar het Kalf waar vermoedelijk ook een gelofte werd afgelegd. Zaandam werd in de laatste maanden van de oorlog niet meer gebombardeerd en zo kwam er na de oorlog uit dankbaarheid een gedenksteen bij de Maria Magdalenakerk in het Kalf en een Christus Koningbeeld in Zaandam.

Het monument is daarom op de eerste plaats godsdienstig. Dat blijkt ook uit de woorden bij de onthulling op 31 oktober 1948, feest van Christus, ‘Koning van het Heelal’. De roemruchte Typhoon schrijft erover. Pastoor van der Marck [i] zegt dat het monument een oproep op tot vrede is. Vrede met de Sovjet-Unie? Vrede met Indonesië? Nee, de waarachtige, innerlijke vrede. De pastoor verduidelijkt het met de Franse zin Christ avant tout, ‘Christus vóór alles’. Alleen knielen voor koning Christus brengt vrede. Ook als je niets met Christus en met knielen hebt? Ja, ook dan. Bekeert u.

De figuren op de reliëfs aan weerszijden van het beeld geven het voorbeeld. De arbeider met gevouwen handen, de soldaat, de middenstander met aktentas en de priester knielen richting de Koning. En aan zijn linkerhand, verschil moet er zijn, knielen een meisje met haar zusje, een grootmoeder, een moeder met kind en een kloosterzuster. Hun hoofden gericht op het Christusbeeld. Openbaar knielend en biddend volk. En dat zou vrede brengen aan de Rode Zaan? Zeker niet. Maar laten we nog iets beter naar de reliëfs kijken. We zien geen vredige schapen, maar parochianen van de Bonifatiuskerk. In december 1944 tijdens de volksmissie, biddend en mediterend, kijkend naar Christus. Hierdoor hielden ze het vol, in kou, honger en bezetting. In hun angst voor de dood deden ze toen de gelofte. En nu, in 1948, bij het voltooide beeld knielen ze nog steeds. Een beetje triomfantelijk, want Zaandam bleef dankzij hun gelofte gespaard. Dat kan je kinderlijk vinden, maar zo was hun geloof. En door de oorlogsgelofte is het beeld een oorlogsmonument.

Maar er is nog een betekenis. Iets wat met de kern van de oorlog te maken heeft. Christus is Koning van het heelal. Hitler niet.

Verzet

Jee, is het dan toch een verzetsmonument? Hebben de Zaandamse katholieken zoveel tegen Hitler gedaan? Zeker. En ook katholieken en parochianen elders in de Zaanstreek. Dré Ausems uit Zaandijk werd Engelandvaarder en kwam terug als geheim agent. Hans van der Kley uit de Koog hielp zijn baas Siem van de Stadt, verzetsleider en onderduikgever van de joodse familie Speyer. En over Assendelft kom ik nog te spreken.

Veel ontleen ik hierbij aan www.joodsmonumentzaanstreek.nl – een uitvoerige website die momenteel door een stichting met dezelfde naam en dankzij hopelijk welwillende sponsoren in een up to date jasje wordt gestoken. 

De Bonifatiusparochie

Zoals de verhalen van Gerard Bart en Henk Roovers in de 28e en laatste film van Monumenten Spreken getuigen, werd het katholieke verzet in stedelijk Zaandam vooral gedragen door de arbeidersgezinnen in de omgeving van de Smidstraat, de huidige Jan Bouwmeesterstraat. Zij hadden onderduikers in huis en zij zorgden voor het verspreiden en het drukken van illegale bladen. Andere katholieken, in de Zuider Valdeurstraat, de Texelstraat en op de Rozengracht gaven onderdak aan joden. Daarnaast waren er enkele actieve joodse parochianen. Hertha Poppert-Speyer, van de hoedenfabriek Poppert in de Zaandamse Botenmakersstraat, Duits, joods en katholiek, maakte met haar man deel uit van een netwerk dat reisdocumenten bemachtigde. Op twee andere joodse katholieken kom ik nog te spreken.

Katholiek zijn betekent: bestuurd worden door een hiërarchie. Dat waren op het laagste niveau kapelaan Gerrit Groot (zie de foto boven) en, in het Sint Jan de Deo-ziekenhuis, zuster Theresia de Lucht. Daar is iets interessants over te zeggen. In tegenstelling tot de gemeentelijk ziekenhuizen was het lidmaatschap van de NSB in katholieke ziekenhuizen verboden, al sinds 1936. Het verbod – of beter: dreiging met excommunicatie – werd aan het begin van de bezetting uitdrukkelijk bekrachtigd. Opvang van joden die zogenaamd ziek waren, zoals in januari 1942 Jacques Snoek, en later de onderduik van joodse kinderen, was dan eenvoudiger. Terugkomend op de reliëfs van het monument, in de priester zou je kapelaan Groot en in de non zuster Theresia kunnen zien, kleine zuster van de H. Jozef.

Pastoor

De kapelaan en de zuster hadden toestemming nodig. Zuster Theresia van haar overste, Gerrit Groot van zijn pastoor. Pastoor Jacobus van der Marck was anti-Duits en liet dat tot op de preekstoel merken. Daarnaast gaf hij Groot, een van zijn drie kapelaans, de ruimte om in verzet te gaan. Dit gebeurde uiteraard onder een passende naam: de Rooms-katholieke Centrale (RKC). De RKC begon met het zoeken van onderduik voor mannen die in Duitsland moesten werken. Groot ging zelfs naar Brabant om adressen te regelen, waarbij zijn zus in het klooster behulpzaam was. De kinderen van de katholieke padvinderij gingen als dekmantel mee. Het hielp dat de bisschoppen zich in mei 1943 in felle taal tegen de Arbeitseinsatz uitspraken. In de Bonifatius zelf mocht men onder de preekstoel een schuilplaats maken voor de verzetsgroep. En tenslotte kon Groot in oktober 1944 een ondergrondse krant beginnen, De Typhoon. Niet ten onrechte kreeg kapelaan Groot later een straat naar zich genoemd. Hij ligt op het oude terrein van het Sint Jan-ziekenhuis. Zuster Theresia verdient er ook een.

Tenslotte heette pastoor van der Marck in het laatste oorlogsjaar de oud KNIL-militair Johan Wastenecker als onderduiker welkom in de pastorie. Wastenecker was sinds september 1944 Overste van de Binnenlandse Strijdkrachten in Noord-Holland boven het IJ. Hij was een ‘grote vis’ en beschikte over een radiostation. Eens werd de pastorie doorzocht vanwege hem. Men ving bot.

Typhoon

Vanwege de ondergrondse krant moeten nog twee namen worden genoemd. Walter en Erwin Baumgarten. Kapelaan Groot haalde hen erbij toen hij met De Typhoon begon. Als katholieke halfjoden en kritische journalisten waren ze uit Berlijn naar Nederland gevlucht. Beiden vonden in 1937 onderdak in de Jan Steenstraat bij de familie Petersen-Stock, ook Duitse vluchtelingen en gedeeltelijk joods. Toen hun moeder naar Nederland kwam vonden ze een huis aan de Jan van Goyenkade. Walter werkte als radioman in Amsterdam en Erwin bij een katholiek bureau voor vluchtelingen in Utrecht. Vanaf het begin van de bezetting waren de broers betrokken bij verzetsactiviteiten. Dat was niet zonder risico. Walter werd in februari 1941 op verdenking van spionnage voor drie maanden vastgezet.

Mede dankzij de broers Baumgarten werd De Typhoon een invloedrijk blad. Het werkte in de laatste maanden van de oorlog samen met Trouw, Het Parool en andere niet-katholieke groepen. Samen gaven ze een illegaal bulletin uit met de naam Strijd. De verspreiding daarvan werd Jan Bouwmeester uit de Smidstraat fataal. Hij stierf op 3 januari 1945 in Neuengamme, 32 jaar oud. Na de oorlog kreeg de Smidstraat zijn naam. Het knielende arbeidersgezin op het monument zou je als een eerbewijs aan hem kunnen zien.

Assendelft

Een bekend voorbeeld van parochieverzet elders is het illegale werk rond de Odulphuskerk in Assendelft. Opnieuw zijn parochiegeestelijken de spilfiguren: pastoor Johannes Vermeulen (1883) en kapelaan Warmerdam. Via de winkelier Jozef Keet werkte men samen met de Landelijke organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). In 1944 werd kapelaan Warmerdam vanwege zijn verzet bij de pastorie opgepakt. Bavonia Winter schold hierbij op straat de politiemannen uit en werd toen zelf gearresteerd. Haar man, de bekeerling Klaas Winter, was al in oktober 1942 gepakt. Elf van de twintig joden die onderdoken in Assendelft waren door hem naar het dorp gehaald. Klaas Winter bezweek in kamp Vught. Op de katholieke begraafplaats wordt hem, samen met vijf andere oorlogsslachtoffers, eer bewezen.

Het episcopaat in de oorlog

Leek, zuster, kapelaan, pastoor – je kon nauwelijks aan verzet doen zonder instemming van de bisschop. De Zaanstreek viel onder het bisdom Haarlem. Bisschop was mgr. Huibers. Samen met Lemmens van Limburg en de Jong van het uitgestrekte bisdom Utrecht behoorde hij tot het compromisloze deel van het bisschoppencollege. En dat kreeg de overhand. Ik noem twee voorbeelden uit de eerste jaren.

– De afkeer van het nationaal-socialisme kreeg al vroeg een katholieke martelaar: de pater karmeliet Titus Brandsma, hoogleraar mystiek in Nijmegen. Begin 1942 moest hij in opdracht van de bisschoppen de redacties van de katholieke bladen ervan overtuigen dat NSB-advertenties uit den boze waren en dat men zich niet moest aanpassen aan de nazi-ideologie. Binnen drie weken werd hij vanwege het opzetten van een ‘oppositiebeweging’ opgepakt. Brandsma bezweek in Dachau op 26 juli 1942.

– Bij toeval werd op diezelfde dag een protest tegen de deportatie van joden in de katholieke kerken voorgelezen. Paus Pius XII had geweigerd zich publiekelijk tegen de jodenvervolging uit te spreken. Aartsbisschop de Jong volgde dat voorbeeld niet. Hij nam al begin 1941 contact op met het Interkerkelijk Overleg (IKO). Dit had een jaar later een gesprek met Rijkscommissaris Seyss-Inquart waarin de kerken protesteerden tegen de antisemitische Duitse politiek. Toen het gesprek niets uithaalde drong met name De Jong aan op een openbare stellingname.

Op 11 juli 1942, vier dagen voor het begin van de deportaties naar Auschwitz, stuurden de tien samenwerkende kerkgenootschappen een protesttelegram naar Seyss Inquart. De kerken lieten weten dit telegram voor te laten lezen in de zondagsdienst van 26 juli. De Rijkscommissaris beloofde drie dagen na ontvangst van de brief, net vóór de eerste deportatie, dat bij niet-voorlezen de christelijke joden niet zouden worden weggevoerd. De Hervormden bonden in. De andere negen kerken lazen het telegram voor.

Seyss Inquart strafte daarop de grootste van de negen, de katholieke kerk, hard. Op zondag 2 augustus werden 245 katholieke joden opgepakt en naar kamp Amersfoort gebracht. De meesten kwamen hierna in Westerbork terecht, en 92 van hen in Auschwitz.

Conclusie

Het Christus Koning-monument van de St. Bonifatiusparochie ademt een sfeer van bijna kinderlijke vroomheid, afwijzing van de moderne wereld en zelfs van triomfalisme. Toch is het een oorlogs- en zelfs een verzetsmonument. Verzet dat door geloof in Christus werd geïnspireerd. De rol van pastoor, kapelaans en religieuzen was vanwege het beginsel van hiërarchie groot, evenals die van de bisschoppen. Dat werkte in de Tweede Wereldoorlog echter positief uit. Het Nederlandse episcopaat koos principieel voor verzet, en zo deden ook veel geestelijken en religieuzen. Hierdoor werden de parochianen van Zaanse kerken als de Bonifatius in Zaandam, evenals individuele katholieken, gesteund in hun verzet. Christus is koning betekende ook: onder geen beding mag Hitler koning worden. Het oorlogsmonument aan de Oostzijde herinnert ons daaraan. Zouden we het niet kunnen restaureren? 

Bronnen

Monumenten Spreken, Interviews met Gerard Bart en Henk Roovers (2015)

De Typhoon (19-10-1948) ‘Christus-Koning Monument’

De Typhoon (1-11-1948) ‘Onthulling Christus-Koning Monument’

www.joodsmonumentzaanstreek.nl

J.J. ’t Hoen en J.C. Witte, Zet en tegenzet. Fascisme en illegaliteit in de Zaanstreek 1940-’45 (p.94)

Bas von Benda-Beckmann, De rooms-katholieke kerk en de grenzen van verzet in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (NIOD, febr. 2015)

Lodewijk Bleijs C.ss.R. Rapport over de houding van de katholieke bisschoppen van Nederland en hun indirecte invloed op het Nederlandsche verzet (Leiden, 20 oktober 1944)

http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn2/jongj

http://www.go2war2.nl/artikel/1756/Brandsma-Titus.htm?page=4

[i] http://members.chello.nl/m.elfers/magdale.htm Mokum TV over de Maria Magdalenakerk in de Spaarndammerbuurt, waar van der Marck (Venray, 3 juli 1884) kapelaan was (1924-1926); hierna werd hij benoemd in de Schermerpolder