Berichten

Extreem oorlogsgeweld in de Burgemeestersbuurt

Het zijn slechts twee straten in zuidelijk Zaandam, maar de Tweede Wereldoorlog drukte er een stevig stempel op. In de Burgemeester van de Stadtstraat en de Burgemeester Ter Laanstraat wisselden leven en dood, bezetting en verzet elkaar vrijwel dagelijks af.

De meeste huizen in dit deel van de Burgemeestersbuurt werden eind jaren ’30 opgeleverd. Het waren -en zijn- in een rustige omgeving gelegen, degelijke woningen met een tuintje. Zeker destijds golden ze als prima onderkomens voor gezinnen uit de middenklasse. Het is dan ook geen toeval dat een deel van de Zaandamse ambtenaren er tijdens de oorlog een plek kreeg aangeboden. NSB-burgemeester Cornelis van Ravenswaay, die in 1942 aantrad, maakte er werk van om het Zaandamse ambtenarenkorps in hoog tempo te nazificeren en zijn nieuw aangetreden partijgenoten een passend onderdak te bezorgen. De gloednieuwe Burgemeestersbuurt was daartoe prima geschikt. Maar met de rust was het voortaan wel gedaan.

Collaborateurs

Op de naoorlogse lijsten van de Politieke Opsporingsdienst staan acht in bovengenoemde straten wonende personen als collaboratieverdachte vermeld, vooral ambtenaren. De POD-lijsten maken echter geen aanspraak op volledigheid. Bovendien verhuisden er voor de bevrijding aanbrak nationaalsocialisten uit deze wijk naar andere adressen en haalden twee daar wonende ‘landverraders’ mei 1945 niet levend. Gesteld kan dan ook worden dat de Van de Stadtstraat en de Ter Laanstraat nog wel wat meer deutschfreundliche personen herbergden dan het POD-overzicht vrijgeeft.

Het laatste blokje van de Burgemeester van de Stadtstraat was waarschijnlijk zelfs exclusief gereserveerd voor leden van de Zaandamse (water)politie. Op nummer 123 woonde de beruchte chef van de waterpolitie, Willem Nicolaas Ehlhardt. In de woorden van BS-commandant Johann van Marle ging het hier om ‘een NSB’er‘ en iemand die ‘zich verschrikkelijk uitsloofde om alles te doen wat de Duitsers maar wilden.’ Onder leiding van Ehlhardt plunderde de waterpolitie naar hartelust mensen die in de winter van 1944-’45 op hongertocht waren geweest in noordelijk Noord-Holland.

Naast Ehlhardt, op nummer 125, huisde Jan de Man, een onderluitenant van de waterpolitie. Op nummer 131 woonde volgens het telefoonboek van 1943 een niet bij naam genoemde rivierbrigadier van de politie te water en op 133 agent K. Mast. Voor zover bekend was op deze laatste politieman niets aan te merken. Achter de deuren van de tussenliggende nummers 127 en 129 hebben hoogstwaarschijnlijk ook politiebeambten gewoond. Onduidelijk is wat tussen 1940 en 1945 hun politieke achtergrond was. Dat geldt niet voor de bewoners van de Van de Stadtstraat 23, 48 en 80. Zij werden door de Politieke Opsporingsdienst eveneens als ‘fout’ beoordeeld en in mei 1945 voorafgaand aan hun berechting opgesloten in de Zaandamse districtsgevangenis.

Politiekorps Zaandam, deels. Rond 1941 (collectie R.R. Pel)
De Zaandamse politie, 1941
(collectie R.R. Pel)

In de parallel lopende Burgemeester Ter Laanstraat woonden minimaal twee collaborateurs. Achter de voordeur van nummer 120 bevond zich een door burgemeester Van Ravenswaay aangestelde medewerker van de Zaandamse gaarkeuken. Hij verdween kort na de bevrijding in de POD-arrestantenwagen. En op nummer 27 woonde Franciscus Diedericus Willemse. Deze door de illegaliteit gehate politieman zakte op 5 februari 1945 dodelijk gewond in elkaar op de hoek van de Zuiddijk en de A.F. de Savornin Lohmanstraat, getroffen door vijf of zes kogels die enkele verzetsstrijders op hem hadden afgevuurd.

Willemse was niet de enige bewoner uit deze straat op wie in februari een vuurwapen werd gericht. De 25-ste overleed Joost Zeeman. Deze 18-jarige onderduiker, wonend in de Ter Laanstraat 110, werd door Landwachters neergeschoten toen hij een Ausweis-controle probeerde te ontlopen. Enkele dagen later stierf ook de eerder genoemde Willem Ehlhardt in een kogelregen. Het toeval wilde dat dat gebeurde in de Ter Laanstraat, ter hoogte van nummer 85. Een ooggetuige, de jeugdige Jaap Plugge, was getuige van het vervolg: “Mijn kameraadje Wim zat huilend op straat naast zijn stervende vader. Een vreselijk schouwspel. Nu nog voel ik hoe beroerd ik was bij dit aangezicht. lk ben snel naar huis gegaan en pas later hoorde ik dat Ehlhardt die avond in het ziekenhuis was overleden.”

Binnen vier weken tijd werden dus drie mannen uit de Burgemeesterbuurt vermoord, twee door het gewapend verzet en een door gewapende nationaalsocialisten.

Bob Pel

Het was niet allemaal kommer en kwel in de Burgemeesterbuurt. In de Ter Laanstraat 88 woonde een van de weinige leden van de waterpolitie die aan de ‘goede’ kant stonden. En op nummer 97 bevond zich het gezin Pel. Vader Robert Rudolf was wachtmeester bij de Zaandamse politie en een van de actiefste verzetsstrijders van de Zaanstreek. De verdeeldheid bij de politie in de Van de Stadtstraat en de Ter Laanstraat tekende de schizofrene situatie van het plaatselijke korps in bezettingstijd. De Burgemeestersbuurt als geheel kon daarnaast model staan voor de uitersten die de jaren 1940-1945 beheersten.

R.R. Pel rond 1941 (collectie R.R. Pel)
Robert Rudolf Pel, 1941
(collectie R.R. Pel)

Jan de Man

Had Willem Ehlhardt de oorlog overleefd, dan was hem ongetwijfeld de gevangenis ten deel gevallen. Dat overkwam wel zijn buurman en opvolger als commandant bij de waterpolitie, Jan de Man. Die werd op 8 mei 1945 opgesloten in de districtsgevangenis aan de Stationsstraat. Hij zou er tot 25 augustus van dat jaar blijven, op beschuldiging van diefstal en NSB-lidmaatschap. De Man, in zijn verweer: “De enigste oorzaak van de op mij uitgebrachte beschuldiging is dat ik op het bureau der waterpolitie met 4 man samen zat die niet safe waren. Ik werd toen voor de schurkenstreken van dit viertal beschouwd als bliksemafleider, door mij te betichten van het lidmaatschap der NSB. Een collega van mij heeft de NSB-instanties onderzocht en is tot de conclusie gekomen, dat de beschuldiging absoluut ongegrond was.”

De politieman was in 1944 ook al opgepakt en toen naar kamp Amersfoort vervoerd. Hij werd er toen door de Duitsers van verdacht wapens te hebben gestolen en in zijn huis te hebben verborgen. De Man ontsnapte na acht maanden en dook tot aan de bevrijding onder bij buurvrouw Gerritje Oldenburg in de Van de Stadtstraat 106. Dat hij na de bevrijding opnieuw werd opgepakt, moet hij hebben ervaren als een uiterst wrange speling van het lot. Zijn geluk was dat hij ontlastende verklaringen kon overleggen over hulp aan onderduikers. Eén van hen, de Amsterdammer L.H. Cohen: “Hierbij verklaar ik dat de heer Starreveld en De Man mij als Israeliet te allen tijde hebben geholpen, en het mij bekend is dat ook andere Israelieten en onderduikers door hen geholpen zijn. Dat zij alles hebben gedaan om de NSB tegen te werken en te zorgen dat niet alles in Duitse handen viel. Ik ben er dan ook van overtuigd dat zij niet ten eigen bate hebben gewerkt en verzoek u de volle medewerking om deze kwestie zoo spoedig mogelijk uit de weg te helpen.” De getuigenissen pakten goed uit. Eind augustus 1945 keerde Jan de Man voor de tweede keer terug uit gevangenschap.