Berichten

Robert Rudolf Pel; verzetsgrootheid

Robert Rudolf Pel (Zaandam, 21-11-1914/Huis ter Heide, 1-3-2008) behoort tot de minder bekende Zaanse verzetsstrijders. Er is geen straat naar hem vernoemd en er zijn nauwelijks artikelen aan hem gewijd. Dat is onterecht. Rechercheur ‘Bob’ Pel behoorde namelijk tot de grootsten binnen de regionale illegaliteit.

De in Zaandam geboren en getogen Robert Pel volgt na de mulo de Kweekschool, maar slaagt er niet in om een onderwijzersdiploma te halen. Hij gaat vervolgens in dienst en wordt beroepsmilitair. Wanneer Nederland in mei 1940 capituleert, werkt hij bij de Militaire Politie. Al op de dag van de Duitse inval wordt Pel bij Lobith gevangengenomen. Pas in augustus van dat eerste oorlogsjaar mag hij vanuit Duitsland terugkeren naar zijn woonplaats. Daar solliciteert hij met succes bij de lokale politie.

Plaatsvervangend commissaris A.J. van Doorn haalt hem begin 1941 over om zich aan te sluiten bij het ontluikende verzet. Kort daarna, in mei, krijgt Van Doorn ‘onbeperkt ziekteverlof’ (hij overlijdt het jaar daarna). Het verlof hoort bij de ingrepen van de nieuwe NSB-burgemeester Van Ravenswaaij, die het ambtenarenkorps wil omvormen tot een Hitlergetrouwe organisatie.

R.R. Pel bij politie Zaandam, 1941 (collectie R.R. Pel)Bob Pel, 1941

Wanneer diens opvolger, de eveneens nazigezinde burgemeester Vitters, het in mei 1943 nodig acht om alle politiebeambten een eed van trouw op het nieuwe bewind te laten afleggen is Pel de enige van de (onder-)wachtmeesters die weigert. Hij is tevens de eerste Zaandamse politieman -in totaal werken er ongeveer zestig- die dat doet. Na hem durft slechts een enkele collega op dat beladen moment nee te zeggen. Wonder boven wonder komt Pel er zonder schade vanaf en kan hij in functie blijven. Het is de tweede keer dat Pel aan arrestatie ontsnapt. Begin 1943 heeft hij geweigerd om Sophia Schagen-Christiaansen aan te houden. Zijn ‘foute’ superieur, waarnemend commissaris Meindert Talma: “Ik heb eens aan Pel opdracht gegeven om een dame uit de Schildersbuurt te arresteren en voor [te] geleiden bij de SD. [Sicherheitsdienst]. Pel is naar haar toegegaan, maar kon haar niet arresteren, omdat ze jonge kinderen had. Hij rapporteerde me dit, waarop ik tegen hem zei: ‘Je weigert een opdracht, dan moet ik je ontwapenen.’ Zover kwam het echter niet. Juist op dat moment kwam [inspecteur Tonny] Jansen binnen, die Pel in de verdediging nam.” Bob Pel ontsnapt aan ontslag en waarschijnlijk erger.

Hij is dan al tot over zijn oren betrokken bij de vele illegale acties in en rond zijn woonplaats. In zijn naoorlogse dossier is zijn verzets-CV samengebald in één lange zin: “Heeft vanaf 1941 tot aan de bevrijding honderden valse persoonsbewijzen uitgereikt aan leden van diverse verzetsgroepen, Joden, Engelse en Amerikaanse piloten, alsmede andere door Duitse politie-instanties gezochte Nederlanders; hij maakte daarbij volledig gebruik van materiaal en gegevens welke hem in zijn toenmalige functie van rechercheur van politie te Zaandam ten dienste stonden, in feite juist om vervalsingen op dit gebied te achterhalen.” De opsomming geeft weer hoe belangrijk Pel was, maar doet hem desondanks tekort. Robert Pel deed namelijk veel meer. Een onvolledige opsomming maakt dat duidelijk.

Willem Ragut

In februari 1943 krijgt Bob Pel opdracht om de ondergedoken joodse familie Vles te arresteren. Alvorens (een dan uiteraard overbodige) huiszoeking te doen waarschuwt hij hen en zorgt er voor dat ze op hun nieuwe onderduikadres worden voorzien van documenten en geld. Aan het eind van de oorlog krijgen ze zelfs onderdak in zijn woning aan de Tuinstraat. Ook boven de Zaanstreek gesprongen vliegeniers worden door hem naar onderduikadressen vervoerd. Arrestanten die van Zaandam naar de Sicherheitsdienst moeten worden gebracht raken soms spoorloos ‘zoek’. Pel benut daarbij onder meer de Duitse bureaucratie om hun namen uit de dossiers te krijgen.

Tonny Jansen, die na de liquidatie van zijn chef Willem Ragut (ook hiervan weet Pel tevoren) hoofdcommissaris wordt in Zaandam, kruist vaker Pels pad. De Zaanse verzetsleider Jaap Buijs, rechercheur Pel en de nationale ‘bankier van het verzet’ Walraven van Hall besluiten begin 1943 om de nieuwe Zaandamse commissaris, over wie ze belastende informatie hebben, onder druk te zetten. Buijs: “Pel had zich al enige malen bij mij beklaagd dat Jansen diverse zaken niet uitvoerde of deze op een verkeerde manier aanpakte. Op zekere dag vertelde Pel mij dat het hem bekend was geworden dat Jansen een radiotoestel had gestolen. Ik heb toen gezegd: ‘Nu kunnen wij hem naar onze kant dwingen, of hem anders afhandelen’ [lees: liquideren]. Als hij niet wilde meewerken, zou er met hem afgerekend moeten worden. Als het ware was dit eigenlijk chantage. We zagen hierin een middel om Jansen min of meer te dwingen zijn volledige medewerking aan de illegaliteit te verlenen. Pel kwam, nadat hij hierover met Jansen gesproken had, bij mij met de boodschap dat het een uitkomst voor Jansen was geweest, hij had het zelfs met grote ijver aanvaard.”

Jansen moet voortaan berichten die van belang zijn voor de verzetsorganisaties doorgeven aan Pel en Buijs, onder meer via een, mede dankzij Pel tot stand gekomen, clandestiene telefoonlijn. De commissaris hapt toe. Buijs: “Wij kunnen constateren dat door hem minstens tachtig mensen uit handen van de Gestapo zijn gehouden. Bovendien is zijn werk voor ons van enorme betekenis geweest, omdat wij hierdoor altijd met alles op de hoogte waren.” De waarschuwingsdienst functioneert tot aan de bevrijding naar behoren: tal van ondergedoken joden en gezochte verzetsstrijders weten erdoor te ontkomen aan de nazi’s en hun handlangers.

Op zaterdag 15 januari 1944 nemen Pel (schuilnaam ‘Bakker’) en zijn collega Folkert Brandsma de trein naar Breda. Van daar lopen ze naar het huis van de gebroeders Van Nunen, die enkele uit Engeland overgevlogen geheim agenten huisvesten. Ze zijn met zendapparatuur, vuurwapens, munitie en €120.000,- gedropt in de omgeving van Princenhage. Pel en Brandsma slagen er in om de goederen met de trein over te brengen naar Zaandam, vanwaar ze worden verspreid onder diverse illegale organisaties.

Drie dagen na dit gewaagde transport belandt Pel alsnog achter de tralies. Wanneer de Zaandamse verzetsstrijder Martin Arends wordt opgepakt treft de SD Pels naam aan in Arends’ notitieboekje. Het is voldoende om hem te arresteren en te beschuldigen van financiële steun aan het verzet. Door hardnekkig alles te ontkennen wordt Pel na enige tijd weer vrijgelaten. Zonder te aarzelen pakt hij zijn ondergrondse werkzaamheden weer op.

Grünen

Een treffend staaltje van zijn lef betreft het per politieauto wegbrengen van 20 of 30.000 bonkaarten (de genoemde aantallen variëren) voor onderduikers, van Wormerveer naar een Amsterdams advocatenkantoor. Bij de Hembrug gaat het bijna mis. Twee Grünen vragen hem of ze kunnen meerijden. Pel laat hen instappen en excuseert zich dat ze moeten plaatsnemen op enkele pakken papier (waarin de bonkaarten zitten). Aangekomen bij het afleveradres verlaat Pel kalm zijn auto, verzoekt de Duitsers om uit te stappen en laat hen vervolgens de bonnen naar het kantoor tillen.

Wanneer het verzet een inbreker neerschiet dekt Bob Pel de dader door de schuld op zich te nemen. Hij maakt valse processen-verbaal op, bijvoorbeeld over vermiste boten. Die kunnen vervolgens worden ingezet voor wapentransporten. Hij verleent medewerking aan de voorbereiding van overvallen op politiebureaus, distributiekantoren en gemeentehuizen, alsmede aan liquidaties van verraders.

Met kerstmis 1944 verschijnen er aanplakbiljetten in de Zaanse straten, met oproepen voor de Duitse arbeidsinzet. Al de volgende dag hangt de omgeving vol met tegenpamfletten, het resultaat van Zaans topoverleg waarbij Walraven van Hall de centrale man is en waarbij verder Jaap Buijs, Robert Pel en August Sabel aanwezig zijn. Eerste kerstdag besluit het viertal om een tekst op te stellen met als strekking dat medewerking aan deze Liese-Aktion ongewenst is. De makers van het illegale Zaanse blad De Typhoon drukken nog dezelfde dag een groot aantal aanplakbiljetten met de oproep. In de nacht van 25 december worden ze her en der over de Duitse posters geplakt, met als resultaat dat slechts een klein percentage van de Zaanse arbeiders meewerkt aan de dienstplicht. Geen van de werkgevers vraagt Ausweise aan. Het ontwerp van het Zaanse aanplakbiljet dient in de navolgende weken als voorbeeld elders in Nederland.

Pel heeft gedurende de bezettingstijd een cartotheek opgebouwd met namen en activiteiten van NSB’ers, collaborateurs en andere ‘foute’ Nederlanders. Het vormt na de bevrijding een basis voor zijn werk als districts-arrestatie-officier van Gewest 11 van de Binnenlandse Strijdkrachten. Jammer genoeg heeft Robert Pel, voor zover bekend, slechts weinig oorlogsherinneringen op papier gezet. In oktober 1945 vertrekt hij naar Nederlands-Indië, waar hij drie jaar politiewerk verricht. Daarna keert hij terug als inspecteur-korpschef in Wormerveer en Krommenie. In 1955 wordt hij politiecommissaris in Kampen. In 1964 duikt zijn naam nog even op in de landelijke pers, wanneer hij als commissaris een ondergeschikte op het matje roept nadat die ten onrechte het boek Ik Jan Cremer in beslag neemt. Daarna wordt het steeds stiller rond de oud-verzetsman.

Pels oorlogservaringen maken nieuwsgierig. Wie weet er meer over deze bijzondere persoon en zijn ondergrondse activiteiten? Informatie is welkom via info@schaapschrijft.nl.

R.R. Pel, vermomd, 1943 of 1944 (collectie R.R. Pel)
Robert Rudolf Pel vermomd (1943 of 1944)