Berichten

Walraven van Hall, premier van het verzet

Historici als Loe de Jong en Geert Mak bestempelden Walraven van Hall als de centrale man van de illegaliteit gedurende de Tweede Wereldoorlog. Desondanks zakte deze Zaandamse ’bankier van het verzet’ langzaam weg in de vergetelheid. Op 10 februari 2006, zijn honderdste geboortedag, verscheen er een biografie over Zaandammer ‘Wally’ van Hall (in 2014 heruitgegeven in een aangevulde editie).

Walraven van Hall komt op 10 februari 1906 ter wereld in een welgesteld, liberaal Amsterdams particiërsgezin. Onder zijn voorvaderen bevinden zich tal van Kamerleden, gemeentebestuurders en bankdirecteuren. Wally, zoals zijn roepnaam luidt, kiest echter een andere route en besluit om zeeman te worden. Hij bezoekt de Zeevaartschool op Terschelling en monstert vervolgens aan bij de Koninklijke Hollandsche Lloyd. Vier jaar lang reist hij als koopvaardij-officier tussen met name Europa en Zuid-Amerika. In 1929 worden zijn ogen niet meer goed genoeg bevonden voor de grote vaart. Hij treedt in de voetsporen van zijn vader en wordt bankier. Hij werkt anderhalf jaar in New York en grijpt dan de kans om bankdirecteur te worden in Zutphen. In 1932 trouwt hij met Tilly den Tex, ook al een telg uit een roemrijk bankiersgeslacht, met wie hij drie kinderen krijgt.

In maart 1940 treedt Van Hall in dienst bij de Zaandamse bankfirma Weduwe J. te Veltrup & Zoon, gevestigd aan de Westzijde 47. Hij betrekt diezelfde maand een vlakbij gelegen herenhuis, aan de Westzijde 42 (op de plek waar nu het Holland Handelshuis staat). Als commissionair in effecten reist hij dagelijks naar de Amsterdamse effectenbeurs. Naast zijn werk wordt Van Hall vrijwilliger bij de plaatselijke Luchtbeschermingsdienst, in 1939 opgericht ter voorbereiding op de dreigende oorlog.

Nederlandse Unie

Als reactie op de Duitse bezetting van Nederland ontstaat de Nederlandse Unie. Deze nieuwe volksbeweging wil het vooroorlogse verzuilde denken doorbreken en de ‘nationale eenheid’ bevorderen. Ruim anderhalf jaar schippert de Unie tussen toegeven aan de steeds verdergaande eisen van de bezetter en het volgen van een eigen koers. Desondanks groeit de organisatie uit tot de grootste politieke partij ooit, met 600.000-900.000 leden. De meeste mensen sluiten zich aan uit weerzin tegen de nationaal-socialistische partijen NSB, NSNAP en Nationaal Front. Van Hall wordt in november voorzitter van de nieuwe afdeling Zaandam, zijn stadgenoot Jaap Buijs secretaris/penningmeester. In mei 1941 opent de Nederlandse Unie een winkel aan de de Gedempte Gracht 10. Voorin zijn kranten, speldjes en ander propagandamateriaal verkrijgbaar, in een achterzaaltje vindt kadervorming plaats. “Het thans bereikte aantal van duizend leden voor Zaandam is nog veel te gering”, spreekt Van Hall tijdens de opening de achterban toe.

Buijs en Van Hall missen zelfs het kleinste stukje affiniteit met de bezetter en haar aanhang. Ze roepen het Unie-bestuur op om stelling te nemen tegen de NSB en Buijs laat het partijsecretariaat weten ‘liever geen loten voor de Winterhulp te willen verkopen’. “Van de verkoop mag niets worden verwacht”, geeft hij als reden op. In dat beeld past ook de vaderlandslievende actie van een Zaandamse Uniehuis-medewerker. Uit een Unie-verslag: “In Zaandam liep de conciërge van de winkel een proces-verbaal op, omdat hij van de op het trottoir voor de winkel geklodderde leuze ‘1 jaar Unie is 1 jaar verraad’ alleen het eerste gedeelte had weggeschrobd.” Van Hall zal de selectieve schoonmaakactie ongetwijfeld met een glimlach hebben waargenomen.

In december 1941 hebben de Duitsers genoeg van de wispelturige Nederlande Unie. De organisatie wordt verboden. Relatief veel Unie-leden belanden vervolgens in de illegaliteit. Zo ook Van Hall. Begin 1941 is hij al gestart met het inzamelen van geld voor slachtoffers van de Februaristaking en datzelfde jaar raakt hij betrokken bij de Zeemanspot, een hulporganisatie voor de gezinnen van koopvaardij- en marinepersoneel dat vanuit Groot-Brittannië bijdraagt aan de geallieerde oorlogsvoering. Samen met zijn broer Gijs -de latere burgemeester van Amsterdam- slaagt Walraven er in om tonnen aan giften en leningen bij elkaar te krijgen. “Wanneer anderen, die er misschien direct meer voor in aanmerking komen, het niet aandurven om te steunen, dan moeten zij dat zelf weten, maar ik denk er niet aan om mijn makkers, waarmee ik samen gevaren heb, nu in de steek te laten”, zegt de oud-zeeman tegen een vriend.

Nationaal Steunfonds

In de loop van 1942 wordt duidelijk dat steeds grotere aantallen nazi-slachtoffers hulp nodig hebben. De beide Van Halls richten daartoe samen met oud-Philipsmedewerker Iman J. van den Bosch het Landrottenfonds op. Walraven stelt voor om uit oogpunt van veiligheid -hoe meer leners, hoe groter de kans op verraad- leningen lager dan 25.000 gulden niet langer te accepteren. Die opzet lukt wonderwel, door aan te kloppen bij banken en vermogende Nederlanders. De organisatie groeit in 1943 uit tot een landelijk netwerk. De steun wordt uitgebreid naar gezinnen van gijzelaars en gevangenen, nabestaanden van geëxecuteerden, ontslagen ambtenaren, familie van Arbeidsinzet-onderduikers en (via een speciale Vakgroep J, met in het bestuur onder andere Zaandammer Remmert Aten) 8000 à 9000 joden. Een door Van Hall uitgedacht, ingenieus administratiesysteem voorkomt misbruik van de verzamelde gelden.
Uit de Zeemanspot en het Landrottenfonds ontstaat na verloop van tijd het Nationaal Steunfonds. Deze ondergrondse bank, waarvan Walraven de onbetwiste leider is, financiert gedurende de oorlog naar schatting 150.000 personen in nood. Daarnaast gaan er vele miljoenen naar illegale organisaties als de Persoonsbewijzencentrale, spionagegroepen, het gewapend verzet en bladen als Vrij Nederland, Trouw, Het Parool en De Typhoon. De bloeiperiode van het NSF breekt aan als de Nederlandse regering in ballingschap in september 1944 oproept tot de spoorwegstaking. Het fonds neemt de salarisbetaling op zich van de 33.000 stakende spoormedewerkers, een last van 5-6 miljoen gulden per maand. Walraven en Gijs van Hall zorgen dat er op grote schaal schatkistpromessen worden vervalst. Met deze waardepapiereen weten ze De Nederlandsche Bank onder leiding van nationaal-socialist M. Rost van Tonningen 51 miljoen gulden afhandig te maken. Het is tot vandaag de dag de grootste bankfraude ooit in Nederland.

In het laatste oorlogsjaar raakt Walraven betrokken bij de oprichting van de Stichting 1940-1945, de Binnenlandse Strijdkrachten (dat eveneens door het NSF wordt betaald) en een landelijke campagne om Duitse dwangarbeid te voorkomen. Hij houdt zich verder onder meer bezig met de hulp aan geallieerde piloten, de leverantie van explosieven aan het verzet en de bemiddeling tijdens conflicten binnen de landelijke illegaliteit. Aan zijn rol als intermediair houdt hij de bijnaam ‘olieman’ over. Vanwege zijn enorme inzet, charisma en kennis van zaken zal premier Schermerhorn na de oorlog Van Hall betitelen als de ‘volstrekt centrale en leidende figuur van het verzet’. Een andere minister-president, Drees, gebruikt vergelijkbare woorden.

Hoewel het NSF uiteindelijk meer dan 100 miljoen gulden onder haar beheer heeft en relatief makkelijk aan voedsel en kleding kan komen, weigeren Van Hall en zijn directe medewerkers gebruik te maken van hun ‘privileges’. Walravens gezondheid gaat dan ook snel achteruit tijdens de hongerwinter van 1944-’45. Geert Mak beschrijft in zijn boek ‘Een kleine geschiedenis van Amsterdam’ de vermoedelijk laatste keer dat de dan 11 jaar oude Attie haar vader ziet. “Het moet op een koude avond in de laatste oorlogswinter zijn geweest, zij wist de datum niet meer precies, dat Walraven van Hall -beter bekend als Van Tuyl, soms als Barends of Oom Piet- opgebrand na maanden van keihard werken, onverwacht bij zijn vrouw en drie kinderen de keuken binnen kwam zeilen. Hij kwam zelden meer thuis in die maanden, dat was te gevaarlijk geworden. Hij had een barre tocht achter de rug, op een fiets met houten banden van Amsterdam naar Zaandam, en hij was bekaf. Zijn vrouw probeerde hem op te warmen, wat te eten te geven. Ten slotte klom ze resoluut op een stoel. Achter uit de keukenkast haalde ze de laatste twee suikerklontjes, zorgvuldig bewaard voor het meest extreme noodgeval. En die mocht hij toen hebben.”

Op 27 januari 1945 wordt Van Hall gearresteerd, het gevolg van verraad in eigen kring. In de gevangenis aan de Amsterdamse Weteringschans belandt hij in de cel naast zijn vriend Jaap Buijs, die twee weken eerder is opgepakt. Op 12 februari 1945, twee dagen na zijn 39ste verjaardag, sterft Van Hall in Haarlem voor een vuurpeloton, als represaille voor een aanslag op een Duitse officier. Enkele maanden na de bevrijding wordt zijn lichaam aangetroffen in de Kennemerduinen. De olieman krijgt dichtbij de vindplaats zijn laatste rustplaats, op de Erebegraafplaats in Bloemendaal.

cawdshgr.jpg

‘Wally’ van Hall op de Zeevaartschool van Terschelling (links voor).