NSB’er Douwe Bakker bijna Zaandamse korpschef

Het is slechts bij weinigen bekend, maar Willem Ragut was tijdens de oorlog tweede keus bij de aanstelling van een nieuwe politiebaas voor Zaandam. Als het aan burgemeester Cornelis van Ravenswaay had gelegen was niet deze gehate politieman, maar de Amsterdamse inlichtingenchef Douwe Bakker benoemd tot korpsleider in het rode Zaandam. Bakker was een misschien nog wel grotere crimineel en antisemiet dan Ragut, die in 1944 zou worden doodgeschoten door Jan Bonekamp en Hannie Schaft.

De Amsterdammer Douwe Bakker (Nieuwer-Amstel, 8-12-1891) was al in 1933 NSB-lid, reden om hem op 12 mei 1940 te interneren. Na de Duitse overwinning werd hij uiteraard vrijgelaten en mocht hij zijn carrière bij de Amsterdamse politie (hij was op dat moment inspecteur bij de Justitiële Dienst) vervolgen. Collega’s typeerden hem als een stugge en humorloze man en als een naargeestige collega die moeilijk in de omgang was. Toen de Duitsers op 16 mei de hoofdstad binnentrokken stond hij vooraan om ze te begroeten. “Het is overweldigend”, schreef hij enthousiast in zijn dagboek. “De Gestapo is gekomen: er zal recht gedaan worden. (…) Het vonnis over de vervloekte plutocratieën voltrekt zich. Leugen en bedrog, Jodendom en Kapitalisme gaan hun verdiend loon halen. Adolf Hitler het genie zal hen vermorzelen.”  En anderhalve maand later, toen vrijheidslievende Amsterdammers op de verjaardag van prins Bernhard hun voorkeur toonden: “De aanhangers van het Britse roofregime tooien zich demonstratief met witte anjers.”

Douwe
Inval onder leiding van Douwe Bakker in het café van W. Hartlooper op de Nieuwmarkt

Dat dagboek, 3600 dichtbeschreven pagina’s, is ook de bron waaruit ik onderstaande citaten haalde over het mogelijke burgemeesterschap in Zaandam. Ik ontdekte Bakkers verhaal bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD). Daarin komt vrij uitgebreid aan de orde dat hij kandidaat was voor het hoogste ambt bij de Zaandamse politie. Op 4 maart 1941, nog geen week na de ook in Zaandam enthousiast begroete Februaristaking, werd burgemeester Joris in ’t Veld ‘mit sofortiger wirkung’ ontslagen. Hij had zich in de ogen van de bezetter te meegaand opgesteld. Zijn plaats werd vergeven aan Van Ravenswaay, een begeesterde nazi en NSB’er. Een van diens eerste daden was het wegsturen van de plaatselijke politiecommissaris C. Roscher. Ook die werd namelijk gezien als ‘deutschfeindlig’. 

Op dat moment kwam Douwe Bakker in beeld. Hij noteerde in zijn dagboek: 8-3-1941: “Krijg in den middag bezoek van Kd. [NSB-kameraad] van Ravenswaay, regeeringscommissaris-burgemeester te Zaandam. Hij deelt mede dat de Commissaris van Politie Roscher gisteren uit zijn ambt is ontslagen en dat hij nu naar een nieuwe politiecommissaris uitziet: komt daarom bij mij. Zaandam lokt mij ook niet erg aan, doch wijs ik hem ook niet af. Hij zal zich beraden, daar hem nog een anderen candidaat is genoemd.”

10-3-1941: “[Hoofdinspecteur Leen] Ponne spreekt met Kd. [van] Ravenswaay over de positie van Cm. [commissaris] in Zaandam en houdt hem voor dat wij inspecteurs in Amsterdam voorbestemd zijn om voorloopig hier te blijven. (…) In den middag deelt de Regeeringscommissaris Kd. v. Ravenswaay mij telefonisch mede dat zijn keuze van Commissaris van de Zaandamse politie op mij blijft. Onder voorbehoud neem ik deze functie aan, d.w.z. dat ik het voorbehoud maak van een eventueele zakelijkheid om in Amsterdam een rol bij de reorganisatie te spelen. Ponne zal het er morgen over hebben met de Bauftragte in Amsterdam, Senator [Hans] Böhmker. Wij dienen nu zoo langzamerhand te weten waar we hier in Amsterdam aan toe zijn.”

14-3-1941: “Krijg vanmorgen een brief van Kd. Kp. [kapitein] Kemper uit Zaandam: hij deelt mede dat de salarieering van Cm. aldaar is van f 4500 – f 5500, in 10 jaren te bereiken. Het corps telt 36 tot 42 agenten (…) Roscher blijft in Zaandam wonen in de vaste overtuiging dat over een poosje de Engelschen hier komen en zijn oude positie weer hersteld wordt.”

17-3-2013: “’s Middags een onderhoud met Oberst.führer Molle over de mogelijkheid van mijne benoeming in Zaandam. Hij raadt aan deze eventueel aan te nemen, ook al zou een eventueele benoeming in Amsterdam volgen. Het bezwaar is echter, dat er verhuisd moet worden. De Regeeringscommissaris Kd. van Ravenswaay komt toevallig ook oploopen. Hij is zeer voortvarend en klaagt er over dat de benoeming zoo lang op zich laat wachten.”

24-3-1941: “’s Middags om 2.15 uur bij den P.G. [procureur-generaal] J.A. [Johan August] van Thiel ontboden en met hem gesproken over Zaandam. Nog niet veel wijzer geworden.”

25-3-1941: “De teerling is geworpen. Vanmorgen bij den heer Senator ontboden en deelde aan mij mede, dat het in zijn voornemen ligt de leiding van de Krimineele Afdeeling bij de Politie op te dragen aan Kd. [Hans] Krenning [een politiecommissaris], terwijl hij mij de leiding van de politieke afdeeling heeft toebedacht. Dit is een aanbod dat een van mijn wenschdroomen in vervulling doet gaan. Spreek nog met den H.C. [hoofdcommissaris Karel Henri] Broekhoff, die zegt dat nadere aanwijzingen zullen volgen. (…) Heb nu de Regeeringscommissaris in Zaandam geschreven dat ik van een eventueel benoeming in Zaandam afzie.”

27-3-1941: “’s Morgens met Vis een onderhoud over de vacature Zaandam: ook hij blijft liever in Amsterdam.”

Het heeft dus maar weinig gescheeld of Douwe Bakker was hoofdcommissaris geworden in Zaandam. De oprichting van het Amsterdamse Bureau Inlichtingendienst -een reactie op de Februaristaking- kwam voor hem net op tijd. Vanaf dat moment kon hij zich helemaal uitleven in de jacht op andersdenkenden en zich ontwikkelen tot de gevaarlijkste opponent van de illegaliteit in en rond de hoofdstad. In het begin beperkten Bakker en zijn drie collega’s zich vanuit hun kantoor aan de Nieuwe Doelenstraat 13 tot het opsporen van makers en verspreiders van illegale blaadjes. Maar al binnen enkele dagen raakten de fanatieke rechercheurs overstelpt met werk. Bakker vroeg en kreeg meer werknemers: ruim twintig in totaal. Zij arresteerden vele honderden (vermeende) tegenstanders van het regime en leverden en passant ook nog wat joden over aan de Duitsers. Douwe Bakker, nadat hij had deelgenomen aan een razzia op Jehova’s Getuigen: “Tuig dat dringend noodig dient te worden uitgeroeid.” Zijn opsporingseenheid deinsde er niet voor terug om gevangenen zwaar te mishandelen. Verheugd constateerde Bakker dat een arrestant die hij aan de Sipo had overgeleverd ter dood was veroordeeld. In de herfst van 1941 waarschuwde het illegale Parool zijn lezers dan ook voor deze ‘gangsterbende’: “Honderden goede Nederlanders hebben zij reeds in de handen van de Duitschers gespeeld.”

Omdat Bakker zijn mannen niet in de hand kon houden, eindigde zijn carrière bij de inlichtingendienst vroegtijdig en belandde hij bij het Bureau Joodse Zaken. Ondanks zijn reputatie als genadeloze collaborateur ontsnapte hij na de oorlog aan de kogel. Na aanvankelijk te zijn veroordeeld tot slechts zeven jaar cel kwamen er nieuwe misdaden aan het licht. De advocaat-fiscaal eiste daarop alsnog de doodstraf tegen Bakker. De rechtbank wilde niet verder gaan dan aan het eerdere vonnis nog eens acht jaar gevangenisstraf toe te voegen. Het is altijd riskant om te speculeren hoe de geschiedenis er had uitgezien als er op beslissende momenten anders was gehandeld. Maar in dit geval kan worden gesteld dat de verzetsstrijders Hannie Schaft en de door Ragut dodelijk getroffen Jan Bonekamp wellicht de bevrijding hadden meegemaakt als niet Willem Ragut, maar Douwe Bakker was benoemd tot korpschef in Zaandam. Tegelijkertijd: Bakker was dermate toegewijd aan het nazisme dat hij ongetwijfeld andere en wellicht zelfs meer slachtoffers had gemaakt dan zijn collega.

6 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *