Het Amsterdamse namenmonument voor de Holocaustslachtoffers zal nooit af zijn

Het Namenmonument voor de 102.000 Holocaustslachtoffers krijgt eindelijk zijn plek in Amsterdam. Helaas dreigt het een project te worden dat eeuwig ‘under construction’ is. 

De gemeenteraad van Amsterdam moet volgende maand nog even akkoord gaan met de beoogde locatie, maar dat lijkt een formaliteit te zijn. Na jaren onzekerheid gloort er licht: het Holocaust Namenmonument Nederland krijgt een plek in de Weesperstraat, in het hart van het Joods kwartier. Een eerder gedachte locatie, het Wertheimpark, bleek een onhaalbare kaart. Veel buurtbewoners vonden het ontwerp van architect Daniel Libeskind veel te massaal voor het postzegelpark. Met de plaatsing in het plantsoen aan het begin van de Weesperstraat lijken echter alle betrokkenen te kunnen leven. Daarmee is er bijna niets meer dat de plannen in de weg kan staan. Er is alleen nog zo’n vier à vijf miljoen euro nodig om de bouw te kunnen financieren, maar dat wordt ongetwijfeld bij elkaar gesprokkeld.

Wertheimpark
Het beoogde monument in het Wertheimpark
(foto www.holocaustnamenmonument.nl)

“102.000 Nederlandse slachtoffers van de Holocaust verdienen een plek om hen te gedenken”, aldus de website waarop informatie staat hoe men financieel kan bijdragen aan de realisatie. Volgens de initiatiefnemer, het Nederlands Auschwitz Comité, ‘krijgt Nederland eindelijk een monument waar alle Nederlandse slachtoffers van de nazi-terreur kunnen worden herdacht’. Dat wil zeggen; 102.000 joden en 220 Roma en Sinti. Daar zit meteen een probleem. En misschien zelfs wel meerdere.

‘Nederlandse slachtoffers’

Op de website wordt een aantal malen benadrukt dat het een gedenkteken wordt voor de ‘Nederlandse slachtoffers’. Het gaat ‘alle namen’ bevatten van ‘Joden, Sinti en Roma die vanuit Nederland zijn vervolgd en gedeporteerd, alsmede gedeporteerde Nederlandse Joden woonachtig in andere landen, die in naziconcentratie- en vernietigingskampen zijn vermoord, alsook zij die zijn omgekomen door honger of uitputting tijdens transporten en dodenmarsen en waar geen graf van bekend is’. Volgens deze definitie zouden de duizenden joden, Roma en Sinti die in de jaren dertig hun land ontvluchtten en in Nederland tevergeefs een veilig onderkomen zochten buiten de boot vallen. Zelfs degenen die zich hier al vestigden vóór Hitlers machtsovername in 1933, maar wel -totdat de nazi’s die afpakten- hun buitenlandse nationaliteit hielden, krijgen volgens bovenstaande definities geen vermelding op het monument.

Hetzelfde geldt voor de vele honderden Nederlanders die tussen 1940 en 1945 zelfmoord pleegden. Ze waren ontegenzeggelijk slachtoffers van het nazisme. Je zou iemand als Bernard Eisendrath, die in oktober 1942 uit pure wanhoop een gifpil slikte, verzelfmoord kunnen noemen. Hij werd niet gedeporteerd en zag nooit een nazikamp van binnen. Haalt zijn naam het monument van Libeskind? Hoe moeten we Eisendraths neef Paul Juchenheim beschouwen? In april 1943 werd hij door een dronken Duitse militair doodgeschoten in de hoofdstedelijke IJsselstraat, nadat hij per ongeluk vanaf zijn balkon een zakje kolen op het uniform van deze onderofficier had laten vallen. Juchenheims gewelddadige einde past niet in de regels die gelden voor het namenmonument. Of toch wel? En wat te denken van de mensen die hun einde vonden in Westerbork of Vught? De vervolgden die elders in Nederland een al dan niet natuurlijke dood stierven? Zij die in de meidagen van 1940 tijdens hun vlucht naar Engeland verongelukten, zoals kunsthandelaar Jacques Goudstikker? De joodse verzetsstrijders die werden gearresteerd en in Nederland hun leven eindigden voor het vuurpeloton? Zij zijn eveneens niet ‘vanuit Nederland vervolgd en gedeporteerd’. Had hier niet beter ‘of’ kunnen staan? Of geldt de deportatievoorwaarde desondanks ook als die niet grensoverschrijdend was, maar in 1942 alleen een gedwongen verhuizing betrof van pakweg Enkhuizen naar het Judenviertel in de hoofdstad? Dat sluit dan echter weer de Amsterdammers uit die gedurende de oorlog in hun eigen woning konden blijven en daar -door wat voor oorzaak ook- overleden.

Controverses

Natuurlijk, over het merendeel van de Holocaustslachtoffers bestaan geen aarzelingen. Als zij op het ongetwijfeld imposante monument aan de Weesperstraat staan, zal niemand daarvan de logica in twijfel trekken. Maar honderden en wellicht zelfs duizenden mensen worden wel onderwerp van discussie. Er zullen heel wat verhitte woordenwisselingen ontstaan over de vraag wie wel en wie niet een vermelding (moeten) hebben op de namenwand. Er is echter nog meer dat kan leiden tot controverses.

Ik ben mede-beheerder van de website Joods Monument Zaanstreek. Daarop staan onder meer lemma’s over de bijna tweehonderd ‘Zaanse’ joden (zowel ‘autochtonen’ als in de Zaanstreek gevestigde vluchtelingen) die de oorlog niet overleefden. En hoewel de site al vele jaren online is en er duizenden uren onderzoek aan ten grondslag liggen, ontvangen we nog altijd suggesties voor verbeteringen. Die gaan over ervaren gebeurtenissen en verkeerde geboorte- of sterfdata, maar ook over namen. Over een y die een ij moet zijn. Of over een echtgenote die op het moment van deportatie net was gescheiden en dus alleen nog haar meisjesnaam droeg. Om maar enkele willekeurige voorbeelden te noemen. Ook de website Joods Monument, waarop alle tijdens de Tweede Wereldoorlog omgekomen joden in Nederland staan vermeld, ontvangt nog wekelijks correcties. Maar misschien wel het treffendste voorbeeld hoe het mis kan gaan is in Utrecht te vinden. Op de in 2015 onthulde gedenkmuur met ruim 1200 namen van tijdens de Shoa omgekomen joden werden al snel fouten ontdekt, variërend van verkeerd vermelde namen en sterfplaatsen tot -het meest pijnlijk- de vermelding van een joodse vrouw die de oorlog bijna een halve eeuw overleefde.

Een vergissing was snel gemaakt gedurende de chaotische oorlogstijd. En in de jaren daarna werd de verwarring niet automatisch minder. Geen wonder dus dat de talloze websites die zijn gewijd aan de Shoaslachtoffers steeds opnieuw aan herziening toe zijn en zelfs de weinige tastbare monumenten niet feilloos zijn.

Bij het monument dat bedacht was voor het Wertheimpark zouden de namen van de Holocaustslachtoffers in betonnen muren worden gegraveerd. Daniel Libeskind moet voor de Weesperstraat een nieuw ontwerp maken, maar ook daarin krijgen de 102.000 namen ongetwijfeld een definitieve plek. Het kan bijna niet anders of nabestaanden, historici en andere betrokkenen zullen in de navolgende jaren constateren dat mensen onterecht, niet of foutief staan vermeld op deze genocideherinnering. Het verschil met de digitale joodse monumenten is dat het nog een hele klus zal worden om alle vergissingen te corrigeren.

Daniel Liebeskind_ Archtitect Freedom Towers.
Daniel Libeskind
(foto: www.holocaustnamenmonument.nl)

2 antwoorden
  1. Myriam Everard
    Myriam Everard zegt:

    Als ik het goed heb begrepen moeten we de zinsnede ‘en waar geen graf van bekend is’ lezen als een voorwaarde. De joodse feministe en vredesactiviste Sara Cato (Selma) Meyer (Amsterdam 1890-Berlijn 1941), die in oktober 1940 wegens verzetsactiviteiten werd gearresteerd, en eerst in Scheveningen en toen in Berlijn gevangen zat, waar zij in februari 1941 aan de gevolgen van mishandeling bezweek, staat niet op de Namenlijst. Toen ik daar kortgeleden navraag naar deed, hoorde ik dat haar naam ontbreekt omdat zij in Berlijn een graf heeft. Het lijkt mij het niet onmogelijk dat joodse verzetsstrijders (m/v) die om politieke redenen gevangen werden genomen en in gevangenissen of kampen in Duitsland de dood vonden vóór de vernietigingskampen in werking traden, wel vaker een graf hebben. Daarmee zou een heel specifieke groep op het Namenmonument ontbreken, en het onderbelichte aandeel van joden in het verzet zelfs daar onderbelicht blijven.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.