De verrader en het meisje

In december 2013 verscheen in Vrij Nederland het verhaal van Johan van Lom, de Amsterdammer die in 1945 aan de basis stond van het verraad van onder meer de Zaanse verzetsgrootheden Walraven van Hall en Jaap Buijs. Het artikel over deze tragische man is geschreven door Harm Ede Botje en Erik Schaap. Hieronder de intregale weergave. 

In 1945 verraadde de jonge jurist Johan van Lom topmensen van het Nederlandse verzet. Deed hij het om zijn minnares te bevrijden? ‘Het is een treurig, ellendig, maar ook fascinerend verhaal.’

Langzaam gleed het levenloze lichaam in het donkere water van de Keizersgracht. Een groepje mannen dat even eerder vanuit een grachtenpand naar de kade was gelopen met het lijk, verdween in het schemerduister. Het lichaam was van de 26-jarige jurist en verzetsman Johan van Lom. Een dag eerder was hij opgepakt en twee uur lang verhoord. Zijn ondervragers, allen verzetsmensen, achtten hem schuldig aan verraad. Ze veroordeelden 
Van Lom tot het drinken van de gifbeker, een glas thee gemengd met cyanide, maar het gif loste niet op, of hij weigerde het te drinken, dat is nooit duidelijk geworden. Op 6 maart 1945 werd hij met een nekschot geliquideerd.

De executie van Johan van Lom heeft nooit de wenkbrauwen doen fronsen: hij was immers een van de grote verraders van het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Door hem verdwenen bekende verzetsstrijders achter de tralies en hij was er indirect verantwoordelijk voor dat onder anderen Walraven van Hall, de bankier van het verzet, werd opgepakt en geëxecuteerd. Hij zou verraad hebben gepleegd om zijn minnares uit de gevangenis te krijgen, zoals hij ook aan zijn ondervragers verklaarde. Maar klopt dat wel?

Tot nu toe was er maar zeer weinig bekend over Van Lom. Historicus Loe de Jong duidde hem in deel 10b van zijn Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog aan als Van Arkel, zijn nom de guerre. De privacy van zijn nabestaanden mocht niet worden geschaad, zijn weduwe was immers opgeklommen tot vicepresident van de rechtbank. Nabestaanden van verraders? Die werden met de nek aangekeken in naoorlogs Nederland.

Zeventig jaar lang bleef Van Lom in de geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog een min of meer vergeten figuur. Maar nu bijna alle hoofdrolspelers zijn overleden, kan zijn verhaal eindelijk worden verteld. Dit artikel is geschreven op basis van dagboeken, brieven en stukken uit het Nationaal Archief die jarenlang ontoegankelijk waren. We voerden gesprekken met Wim van Norden, de 96-jarige oprichter van Het Parool, die Van Lom in contact bracht met de top van het verzet, en die de enige nog levende getuige van het drama is. En we spraken Van Loms nabestaanden, onder wie zijn dochter Anne. Die laatsten ontkennen stellig dat Van Lom er een minnares op na hield. Maar waarom ging hij dan naar de Duitsers?

Het glibberige pad

Anne van Lom is nu negenzestig jaar oud. Ze heeft haar vader nooit gekend, maar uit de familieverhalen is hij altijd naar voren gekomen als een romantische, idealistische man die veel van muziek hield en uitstekend fluit, piano en viool speelde, en die als jurist eigenlijk niet op zijn plaats was. Thuis werd nooit over het verleden gepraat. ‘Mijn vader had iets stoms gedaan in de oorlog. Het was gevaarlijk, daar moest je niet over praten. Waarom, daar heb ik eigenlijk nooit naar gevraagd, maar ik vermoed nu dat het was omdat, als het verhaal bekend zou worden, dat gevolgen zou kunnen hebben voor onze veiligheid en voor de carrière van mijn moeder, die rechter was.’ Pas naar aanleiding van een telefoontje voor dit artikel is Anne in dozen gaan zoeken naar brieven en andere documenten uit die tijd. Ze heeft er geen moeite mee dat het verraad van haar vader na zeventig jaar in de openbaarheid komt. ‘Het is een treurig, ellendig, maar ook fascinerend verhaal. Wij, in vredestijd, kunnen alleen maar hopen dat we onder dergelijke omstandigheden niet zelf het glibberige pad van het kwaad zouden betreden.’

In een reconstructie van haar oorlogsjaren die Anne’s moeder Cornelia ‘Non’ van Marle twee jaar na de oorlog ‘voor mijn kind’ op schrift stelde, komt Johan van Lom naar voren als een betrokken, idealistische jongeman. In de zomer van 1940 werden zij en Johan, toen haar verloofde, net als honderdduizenden andere Nederlanders lid van de Nederlandse Unie, een organisatie die met de Duitsers wilde samenwerken om zo de NSB de wind uit de zeilen te nemen. Non was er enthousiast over: ‘Eindelijk een kans om je te uiten, om iets te doen.’ Johan (door Non van Marle liefkozend ‘Han’genoemd) gaf zijn studie op en zette zich volledig in voor de beweging, tot die in december 1941 werd verboden.

In de oorlogsjaren was in een statig pand aan de Keizersgracht 401 in Amsterdam het voorname advocatenkantoor Bunker, Hendrix en De Pont gevestigd. Non van Marle solliciteerde er en werd assistente van Jan de Pont, die voornamelijk Joodse families en gearresteerde verzetsmensen bijstond. ‘Geen prettig werk,’ schreef Non in haar terugblik. ‘Vriendelijk zijn waar je verachting voelde, beleefd blijven waar je ze eens de waarheid zou willen zeggen, je omkeren wanneer je zou willen slaan of erger. En altijd die wanhopige vaak zelf opgejaagde mensen wier belangen je in handen had en die van jou hulp verwachtten en die je zo zelden werkelijk helpen kon.’

Johan van Lom had zijn studie niet afgemaakt. Na protesten tegen het tekenen van de ariërverklaring die op gang waren gekomen na de beroemde rede van professor Rudolf Cleveringa, was de Leidse universiteit in de zomer van 1941 gesloten. Veel studenten waren daarna uitgeweken naar Amsterdam of Utrecht, maar Van Lom was ‘solidair gebleven’ aldus Non in haar terugblik. Ook hij kon voor advocaat De Pont aan de slag, in Den Haag. ‘Han was brutaler, maar tevens veel gevoeliger dan ik en hij trok zich alles nog meer aan, wat hij aan anderen natuurlijk nooit merken liet,’ noteerde Non.

Contact met de illegaliteit

Vanachter het raam van hun woonkamer op de Zuider Amstellaan in de Rivierenbuurt, de tegenwoordige Rooseveltlaan, keken Han en Non machteloos toe hoe op 20 juni 1943 Joodse buren werden afgevoerd. Een buurvrouw op één hoog, van Duitse komaf, hing uit het raam om de ‘kameraden’ op straat te wijzen waar nog meer Joodse gezinnen woonden. Twee dagen later trouwden de jonggeliefden. ‘Het weer was stralend en we waren de twee gelukkigste mensen ter wereld.’ Op de huwelijksfoto’s poseert het stel voor hun huis aan de Zuider Amstellaan.

Drie maanden later, in september 1943, trok Tjodina (‘Ini’) Tijmstra tijdelijk in bij het jonggehuwde stel. Tijmstra was een vriendin van Non en haar zus Hetty, ze had bij Hetty in de klas gezeten. Ini was verraden nadat ze als medewerker van het Rijksarbeidsbureau in Den Haag lijsten van mannen die zouden worden opgehaald voor de Arbeitseinsatz naar de illegaliteit had gelekt. ‘Han wist in Den Haag de zaak geseponeerd te krijgen en Ini kon hier als onderwijzeres werken.’ Na een half jaar verhuisde Ini naar een kamer in de belendende woning, maar ze bleef vanzelfsprekend vaak over de vloer komen. Op 8 juni 1944 werd Anne geboren, de dochter van Han en Non, twee dagen na D-Day, de invasie in Normandië.

In diezelfde periode was Han betrokken bij de voorbereiding van het zogenaamde tweede Parool-proces, waarbij advocaat De Pont de verdediging voerde. Van 25 juli tot 8 augustus stonden tweeëntwintig Parool-mensen terecht voor het civiele Duitse Obergericht. Op dat moment werden civiele rechtszaken nog op een min of meer normale manier afgehandeld en hadden verdachten dus advocaten. ‘Via een bevriende advocaat uit Hilversum waren we bij De Pont terechtgekomen omdat die bij de Duitse rechtbank stond ingeschreven en dus bevoegd was te pleiten,’ zegt Wim van Norden, een van de oprichters van Het Parool. ‘En De Pont heeft toen voortreffelijk werk verricht.’ De openbare aanklager had vier keer de doodstraf geëist, maar die werd niet opgelegd omdat een kroongetuige niet op het proces kon worden opgeroepen. Twaalf verdachten kwamen meteen op vrije voeten, zeven kregen een tuchthuisstraf en werden naar Duitsland afgevoerd, drie kregen gevangenisstraf.

Trouwfoto
Johan en Non op hun trouwdag voor het huis aan de Zuider Amstellaan 44 (nu Rooseveltlaan) in Amsterdam

Van Norden bracht na het proces opnieuw een bezoek aan De Pont. Hij zocht een jurist die voor de net opgerichte Stichting 1940-1944 (later Stichting 1940-1945) kon helpen bij het opzetten van een systeem om na de oorlog de nabestaanden van verzetsstrijders van een pensioen te voorzien en om de statuten op te stellen. De Pont weigerde. ‘Hij wilde tot elke prijs voorkomen dat de Duitsers hem in contact konden brengen met illegale activiteiten,’ zegt Van Norden terugkijkend. Maar was de jonge Van Lom niet een alternatief? De Pont prees zijn assistent aan als een ‘heel goede jurist’, noteerde Non in haar terugblik op de oorlog.

De situatie in Amsterdam verslechterde in die laatste maanden van 1944 snel. Jongemannen werden in groten getale opgepakt en afgevoerd naar Duitsland om daar te werk gesteld te worden. Han en Non bouwden onder hun huis een schuilkelder zodat Han zich kon verstoppen bij een huiszoeking. Het dagelijks leven werd steeds zwaarder. ‘Geen gas, geen elektriciteit, geen kolen, geen eten,’ schreef Non. ‘Han zag er heel slecht uit en hij werd prikkelbaar. Ik kon niet geven wat hij nodig had. Wij verdienden niet zoveel om zwart voedsel te kunnen kopen. En Han wilde niet dat ik voor mijn advocatenwerk kosten in rekening bracht als een cliënt een goed strijder voor het vaderland was.’ Vrienden van het jonge stel raakten steeds actiever in het verzet. Enkelen waren volgens Non ‘soms krankzinnig roekeloos’ en werden opgepakt. In deze maanden regen de onheilstijdingen zich aaneen.

Op 23 oktober werden na een aanslag op een SD’er in de Apollolaan in Amsterdam-Zuid mannen uit de gevangenis aan de Weteringsschans gehaald en gefusilleerd. Ook werden twee villa’s aan de Apollolaan in brand gestoken en mensen die in de buurt van die straat woonden werden opgepakt. Onder hen mr. Jan de Pont. ‘Han was er kapot van. Voortdurend kwamen wanhopige, angstige mensen op kantoor en hier aan huis vragen of hij wist wie er gefusilleerd waren. We konden er niet achter komen, het was om gek van te worden.’ Han probeerde bij het hoofdkantoor van de Sicherheitsdienst aan de Euterpestraat, de tegenwoordige Gerrit van der Veenstraat, meer te weten te komen. Maar ondanks het feit dat hij als advocaat in opleiding met de Duitse autoriteiten te maken had en ook het SD-hoofdkantoor regelmatig bezocht, kreeg hij geen voet tussen de deur. De Pont bleef vastzitten.

De grootste klap volgde een maand later. Op 24 november werd Ini Tijmstra door de Landwacht opgepakt terwijl ze exemplaren van Het Parool vervoerde. De Duitsers doorzochten ook haar kamer en vonden bonnenvellen en vervalste persoonsbewijzen. ‘Daar wisten wij niets van,’ noteerde Non. Han dook onmiddellijk onder, uit angst dat Ini zijn naam tijdens verhoren zou noemen. Híj was immers degene geweest die haar in contact had gebracht met mensen van de Parool-groep.

Naar het SD-hoofdkwartier

Oudjaar 1944. Han, Non, de kleine Anne, Hans vader en een vriendin, Narrie, zaten in de woonkamer. Op tafel één kaars. Eten was er nauwelijks. De twee jonggehuwden hadden al een tijdje last van dysenterie (‘Han viel bijna om van de zwakte’) door het slechte eten uit de centrale keuken. Maar dit was een speciale avond. En dus stond er op tafel ‘echte wijn van de buren’ en ‘geroosterd brood met iets erop’. Er werd geklonken. ‘Heil en zegen, nog even doorbijten, het is bijna geleden.’

Johan van Lom komt uit de notities van zijn vrouw Non naar voren als een goede vaderlander en een toegewijde huisvader. Maar hij leefde onder grote spanning en was ondervoed. En hij raakte totaal uit het lood door de arrestaties van De Pont en Ini. Hij besloot dat hij in actie moest komen. En dat deed hij zonder met iemand te overleggen.

Dagboek
Dagboek van een reis in 1940 naar Zuid-Limburg van Tjodina (‘Ini’) Tijmstra, de vermeende minnares, met Non en haar zus Hetty
Begin januari maakte Van Lom voor de zoveelste keer de gang naar het SD-hoofdkwartier in de Euterpestraat. Dit keer vroeg hij naar Kriminalsekretär Friedrich Viebahn, een gevreesde figuur die belast was met het oprollen van de Nederlandse verzetsgroepen. ‘Van Lom stelde mij voor de geestelijke leiders van het Nederlandse verzet te arresteren,’ zei Viebahn in juni 1945 tegen zijn Nederlandse ondervragers. Van Lom vertelde volgens Viebahn over zijn werk voor de Stichting 1940-1945, noemde de namen van onder anderen Wim van Norden en Jan Meijer van Het Parool, Arie van Namen van Vrij Nederland en andere kopstukken van de verzetsbeweging die bij hem thuis waren geweest. ‘Hij verklaarde eigener beweging bereid te zijn zodanige inlichtingen te geven dat zij tijdens een vergadering konden worden gearresteerd’, aldus Viebahn.De verklaring van de SD-officier komt in grote trekken overeen met wat Van Lom zijn ondervragers vertelde vlak voor zijn eliminatie. Viebahn zou hem hebben voorgesteld dat wanneer Van Lom datum en tijd zou noemen van de eerstvolgende stichtingsvergadering, er over de vrijlating van Ini ‘te praten viel’. Van Lom koos ervoor de verzetsmensen uit te leveren. Wel stelde hij één voorwaarde: ze mochten onder geen beding worden geëxecuteerd. Viebahn gaf zijn woord, waar hij zich, bizar genoeg, in die krankzinnige laatste oorlogsmaanden aan heeft gehouden.

Dinsdag 12 januari, iets na half elf. Op de voordeur van Zuider Amstellaan 44 werd luid gebonsd, er werd gebruld, waarna geüniformeerde mannen binnenstormden. De mannen aan de eettafel in de achterkamer stoven alle kanten op. De Zaanse houthandelaar Jaap Buijs, die namens het Nationaal Steunfonds (het NSF financierde de illegaliteit) de vergadering bijwoonde, werd meteen gearresteerd. Jan Smallenbroek van Trouw en Arie van Namen ontsnapten via de tuindeuren naar buiten. Maar het huis was omsingeld en ook zij werden gearresteerd. ‘Wij werden geboeid en moesten op onze buik in het sneeuwwater liggen,’ verklaarde Van Namen na de oorlog toen onderzoek werd gedaan naar het verraad van Van Lom. ‘Viebahn was bij de arrestatie aanwezig en smeet mijn schoenen door de tuin. Hij ging als “overwinnaar” met zijn rechtervoet op mijn rug staan (…).’

In de voorkamer stond Non als aan de grond genageld. ‘Dit moest een droom zijn, dit was geen werkelijkheid,’ schreef ze in haar terugblik. ‘Ik werd met een pistool op mijn borst gedwongen in de voorkamer te blijven. Toen ik een tijd later in mijn slaapkamer kwam, lagen daar geboeide mensen met hun gezicht op de grond.’ Terwijl Van Namen, Buijs en Smallenbroek daar lagen, zaten Johan van Lom, Teus van Vliet (van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers) en de communist Bob Gillieron in de schuilplaats onder de studeerkamer, waar ze via een luik in de vloer in waren gekropen. Van Lom had met de Duitsers afgesproken dat hij daar zou zitten en Van Vliet mee zou nemen, om zo geen argwaan te wekken bij de illegaliteit over zijn rol. Gillieron was eigener beweging het luik in gedoken. De Duitsers haalden voor de vorm het hele huis overhoop en doorzochten de belendende tuinen. Daarna vertrokken ze met de arrestanten. ‘Als u uw man ziet, zeg dan dat hij zich bij ons moet melden,’zeiden ze bij vertrek tegen Non. Pas na een uur kwamen de drie mannen uit hun schuilplaats. Han verdween na zonsondergang naar een onderduikadres.

Ik moet het doen

Op zaterdag 15 januari stond Ini bij Non voor de deur. Ze was vrijgelaten, precies zoals 
Van Lom en Viebahn hadden afgesproken. ‘Overmorgen zou ik naar een Duits concentratiekamp overgebracht worden, ik moet er niet aan denken met die bombardementen,’ schreef Ini nog diezelfde dag in een nooit verstuurde brief aan Hetty, de zus van Non van Marle. ‘Maar Han heeft me eruit gehaald, ik kan hem niet zeggen hoe dankbaar ik hem ben.’ Een dag later beschreef ze meer in detail haar onverwachte ontslag uit de gevangenis. Viebahn zou haar hebben laten gaan ‘op buitengewone voorspraak van de heer Van Lom’. Toen ze naar buiten liep, stond Han haar op te wachten. ‘Ik ben hem meteen om de hals gevallen en toen heeft hij me een en ander uitgelegd. (…) ’s Morgens was die overval, ’s middags heeft hij bewerkt dat ik eruit kwam. Ik vind het de meest griezelige onderneming waar ik ooit van gehoord heb. Maar als Han wat in zijn hoofd haalt, haalt geen mens het er meer uit.’ Een week na Hans dood kreeg Non bezoek van een dominee, hij had een briefje bij zich dat onbekenden bij hem door de bus hadden gedaan.

Non was blij, maar ook bezorgd. De arrestaties en de vrijlating moesten verband met elkaar houden. Ze ging naar Hans onderduikadres en drong net zo lang aan tot hij toegaf dat hij naar de SD was gegaan en had voorgesteld voor ‘hen te werken’ in ruil voor vrijlating van Ini. ‘Ik bezwoer hem zich niet in te laten met die kerels, maar hij zei: “Ik moet het doen, begrijp toch dat hun leven [van de gevangengenomen verzetsstrijders-HEB/ES] ervan afhangt. En nu kan ik ook wat voor De Pont doen.’

Een paar dagen later arresteerde de SD in de Jan Luyckenstraat de eerder ontkomen Teus van Vliet terwijl hij zijn fiets van het slot stond te halen na een afspraak waarbij ook Van Lom aanwezig was geweest. Van Vliet was een belangrijk man en de Duitsers wilden vooral hem graag in handen krijgen. Van Lom was teruggegaan naar Viebahn en had een nieuwe afspraak gemaakt om ook Van Vliet in de val te lokken. In diens adresboekje vonden de Duitsers aanwijzingen voor weer een vergadering met verzetsmensen, en ook daar werd een inval gedaan. Hierbij werd onder meer Wally van Hall, de bankier van het verzet opgepakt. Hij werd wel geëxecuteerd, op 12 februari. Omdat zijn arrestatie alleen indirect met Van Lom in verband kon worden gebracht, voelden de Duitsers zich niet gebonden aan de afspraak om de gevangenen in leven te houden.

Non reageerde ontzet op de arrestatie van Van Vliet en maakte een hevige scène met Han, zo beschrijft ze in haar terugblik. ‘Hij zei: Ik ben geen schoft, jij begrijpt het niet. Hij beloofde met de SD te breken.’ Het was duidelijk dat Han opnieuw moest onderduiken. Op verzoek van Non ging Ini met hem mee, ‘zodat zij voor hem zorgen kon’. Het tweetal vond onderdak in een appartement aan de Bickersgracht 40, maar week al snel uit naar Den Haag, opgejaagd door verzetsmensen die opdracht hadden Van Lom aan te houden. In die kringen bestond inmiddels het sterke vermoeden dat Van Lom verraad had gepleegd nu hij bij twee verschillende arrestaties was ontkomen.

Gemeenschap met elkaar

Begin maart keerde het tweetal terug naar Amsterdam. Een vertegenwoordiger van het verzet had een briefje afgegeven bij Non met 
de boodschap dat ze Han op maandag 5 maart om twee uur wilden ontmoeten op de Westermarkt. Die ochtend was hij de wanhoop nabij, beschrijft Non. ‘Hij was razend nerveus en sprak tot niemand een woord. Toen we even alleen in de kamer waren borg hij zijn hoofd in mijn schoot. Ik vroeg: “Jongen wat is er nou.” Hij antwoordde met verstikte stem: “Ik wou dat ik er nooit aan begonnen was.” Toen er iemand de kamer binnen kwam is hij weer bij de kachel gaan zitten. Hij was boos omdat het eten niet gaar was, omdat hij zijn scheerkwast niet kon vinden. Hij ging over tweeën de deur uit, zonder groet om nooit meer terug te keren.’

Van Lom werd in het grachtenpand aan de Keizersgracht verhoord door vijf verzetsmensen onder leiding van Wim Sanders, na de oorlog een van de grote mensen van het Bureau Nationale Veiligheid en de Binnenlandse Veiligheidsdienst, de voorlopers van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Na de oorlog liet Sanders in een verklaring weten dat Van Lom twee uur lang ‘gevaarlijke klippen trachtte te omzeilen’ en langzamerhand verstrikt raakte in ‘leugens en onjuistheden’. De ondervragers trokken zich daarop terug om te beraadslagen.

Sanders kwam tot de volgende reconstructie: Van Lom en Ini hadden een verhouding en hij was bereid geweest belangrijke verzetsmensen aan de bezetter uit te leveren in ruil voor haar vrijlating. Hij sprak onder vier ogen met Van Lom en confronteerde hem met het verhaal over liefde en verraad. De ondervraagde reageerde volgens Sanders ‘ontsteld’, vroeg hem hoe hij hiervan wist en zakte achterover. ‘Mijnheer,’ zou Van Lom gezegd hebben. ‘Ik heb alles verraden. Wat doet u met een verrader?’ Daarop zou de jonge jurist een volledige bekentenis hebben afgelegd, die bewaard is gebleven en waarin hij bevestigde dat hij met ‘mejuffrouw Tijmstra’ een verhouding was aangegaan en dat zij ‘van tijd tot tijd’ gemeenschap met elkaar hadden. Ook zou Viebahn dit hebben geweten en hebben gedreigd dit aan Non te vertellen.

Johan
Johan van Lom in 1936: een betrokken, idealistische jongeman

Opvallend genoeg sprak Viebahn vlak na de oorlog tegenover zijn ondervragers niet over het verraad-uit-liefdemotief van Van Lom. Volgens Viebahn vroeg Van Lom ‘op grond van persoonlijke bekendheid’ om vrijlating van Ini en stemde de SD’er daarin toe ‘aangezien er politioneel weinig reden was haar vast te houden’.

Na de bekentenis werd Van Lom veroordeeld tot het drinken van de gifbeker, zo vertelden getuigen nog diezelfde week aan de ondergedoken Wim van Norden. Van Norden, die nog steeds in het huis aan de Reguliersgracht woont waar hij tijdens de oorlogsjaren actief was voor Het Parool, staat nog steeds achter de beslissing Van Lom om te brengen. ‘Na de oorlog heb ik daar uitgebreid met Wim Sanders over gesproken,’ zegt hij. ‘Als ze de gelegenheid zouden hebben gehad hem vast te houden en na de oorlog te berechten wegens zijn verraad, hadden ze dat gedaan. Maar het kón niet. Ze wisten niet hoe lang het smartelijke lijden van de oorlog zou doorgaan. De kans bestond dat Van Lom zou ontvluchten en dan zou hij misschien nog meer mensen hebben verraden. Er was dus maar één oplossing: dat hij zichzelf van het leven zou beroven. En toen hij weigerde is hij doodgeschoten.’

Non schreef in de dagen erna een gedicht dat onlangs door haar dochter Anne werd teruggevonden. De enorme woede die ze voelde over de terechtstelling zonder enige vorm van proces is terug te lezen in de bijtende zinnen. ‘Ze oordeelden en er was geen beroep/Er was zelfs niet één die je gratie kon schenken/En niemand werd gevraagd te spreken/Die wel iets wist van je strijd, van je ziel/(…)/Wat waren de laatste woorden die nog fluistrend over je lippen kwamen?/Welk beeld hebben je brekende ogen gezien?/De mannen zetten hun geweren, of waren het pistolen in een hoek/Veegden hun handen af: dat was weer een verrader minder.’

Een onschuldig mens

Een week na Hans dood kreeg Non bezoek van een dominee. Hij had een briefje bij zich dat onbekenden bij hem door de bus hadden gedaan. Daarin stond wat er was gebeurd. De briefschrijvers beloofden met het oog ‘op de toekomst van haar en haar zoon (dat moest ‘dochter’ zijn – HEB/ES) dit geval zo geheim mogelijk te houden’. De briefschrijvers voelden zich ‘moreel verplicht’ Non op de hoogte te stellen van wat er was gebeurd. ‘De vrouw zal wellicht vragen hoe zich alles toegedragen heeft. Wij achten het niet juist in details te treden, maar kunnen u mededelen om haar, zij het enigermate, gerust te stellen, dat haar man zo gehandeld heeft, volgens zijn verklaring, door de zwakheid van zijn karakter’. Met andere woorden: het overspel leidde tot het verraad.

Johan2

‘Han was brutaler, maar tevens veel gevoeliger dan ik,’ schreef Non in 1947

Maar was dat wel echt zo? Non van Marle heeft de lezing van Sanders, die door Loe de Jong zonder voorbehoud werd overgenomen in zijn Koninkrijk der Nederlanden, altijd bestreden. ‘Dat er een verhouding tussen Han en Ini bestaan zou hebben is waanzin,’ schreef ze in 1947. ‘Noch Han noch Ini waren daar toe in staat. Ik had daarvan trouwens toch iets moeten merken. Wij waren dolgelukkig met elkaar en iedereen warmde zich aan de zon van ons huwelijk en ons gezinsleven’.

Ook nabestaanden van Ini (die in 1960 overleed) en Non (overleden in 1987) zijn ervan overtuigd dat van overspel geen sprake was. ‘Mijn moeder en Non zagen elkaar na de oorlog regelmatig en gingen vriendschappelijk met elkaar om,’ zegt Tjeerdfrans Kok, zoon van Ini. Iets wat door Anne van Lom wordt bevestigd. ‘Ik was nog een kind, maar ik kan me Ini goed herinneren. Het was een schatje, een onschuldig, open en spontaan mens. Ze bleven de beste vriendinnen en hebben elkaar na de oorlog nog jarenlang gezien,’ zegt ze. ‘Sanders sprak mijn vader onder vier ogen, er was verder niemand bij. Zijn versie van de feiten is altijd door iedereen voor waar gehouden. Maar is het echt zo gegaan? Het verhaal is volgens mij veel minder goedkoop en voor de hand liggend dan tot nu toe beschreven is. Misschien heeft mijn vader in een soort depressieve wanhoop alles toegegeven om er maar vanaf te zijn.’

Parool-oprichter Wim van Norden blijft vasthouden aan het verhaal van de liefde en het verraad. ‘Daardoor kan ik begrijpen wat Johan van Lom heeft gedaan. Hij was overmand door emoties die we liefde noemen, die alles opzij zet, een tragische held. Ik heb hem altijd een beetje verdedigd tegenover andere oud-verzetsmensen die hem in de eerste plaats zagen als een echte slechterik. Maar wat als hij niet uit alles verzengende liefde heeft gehandeld, zoals zijn familie wil doen geloven? Waarom deed hij het dan? Als je die liefdesverhouding totaal weglaat uit het verhaal, blijft er niets anders dan een verrader over.’

Anne van Lom is het daar niet mee eens. ‘Hubris, dat is waar mijn vader aan leed. Hij wilde dat er een eind kwam aan al het moorden. Viebahn bevestigde dat ook in zijn verhoor na de oorlog. Mijn vader wilde verder advocaat De Pont bevrijden en Ini uit de klauwen van de Duitsers redden. ’ Non formuleerde het zo in haar terugblik: ‘Ik geloof dat Han, lichamelijk volkomen verzwakt door de honger en geestelijk uitgeput door alle ellende die hij om zich heen zag, door de voortdurende hoogspanning waaronder hij moest werken, zichzelf in een geestvervoering heeft gebracht, dat hij dit barre geweld zou keren, dat hij een einde zou maken aan het moorden door goud met goud te wegen. Het doel van Han moet zijn geweest de bezetter reden tot fusilleren te ontnemen door hun de hoogste leiders van de illegaliteit in handen te spelen. Han was een overgevoelige jongen die zeer impulsief van aard was zodat hij vaak door zijn gevoel bewogen dingen deed waarvan hij de consequenties niet kon overzien. (…) Ik geloof dat pas toen hij merkte dat men hem wantrouwde, tot hem doordrong dat zijn handelswijze als verraad kon worden uitgelegd door mensen die zijn motieven niet kenden. En waarschijnlijk, toen hij voor het forum van de illegaliteit als verrader genoemd werd, is er iets in hem gebroken en heeft hij die krankzinnige bekentenis afgelegd. Hij was zo moe van alle strijd en ellende, dat hij op dat moment waarschijnlijk niets anders verlangde dan sterven, eindelijk rust.’

Ini Tijmstra overleefde de oorlog. Ze trouwde al snel met Thije Kok, een variétéartiest die tijdens de oorlog lid was van de Kultuurkamer en voor Duitse troepen optrad, maar naar eigen zeggen actief was in het verzet en voor Ini en Han tijdelijk een onderduikadres had gevonden op Bickerseiland. Na de oorlog hield Non de naam Van Lom aan. Ze was een van de eerste vrouwelijke rechters in Nederland en bracht het tot vicepresident van de rechtbank. Nooit kwam ze terug op de dood van haar man. Wim van Norden kende haar wel van gezicht, maar tot een gesprek kwam het niet. ‘Ze heeft nooit contact met mij gezocht en ik vond dat niet op mijn weg liggen.’ Toen hij in de jaren vijftig een vakantiehuisje wilde kopen aan de Vinkeveense Plassen, zei de makelaar vol enthousiasme dat ‘mevrouw Van Lom en haar dochter’ in het belendende huis hun weekenden doorbrachten. Van Norden zag daarop af van de aankoop. ‘Alleen door haar te zien zou ik dagelijks herinnerd worden aan een zeer emotionerende periode in mijn leven.’

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.