De arrestatie van Jaap Buijs

De Zaandamse houthandelaar Jacob Buijs behoorde tot de top van zowel het Zaanse als het landelijke verzet. Ruim vier jaar lang weet hij de bezetter om de tuin te leiden, maar in de ochtend van 12 januari 1945 valt de Sicherheitsdienst binnen op het adres waar een vergadering plaatsvindt van de Stichting 1940-1945. Jaap Buijs hield een dagboek bij over zijn zware tijd in de gevangenis. Zijn -ongecorrigeerde- verslag van de eerste maand in eenzame opsluiting (hij zat vast tot de bevrijding van Nederland) staat hieronder.

12/1 Hadden een vergadering ter voorbereiding van de stichting 1940/1945. Deze verg. was uitgeschreven ’s morgens 10 uur ten huize van een advocaat aan de Z. Amstellaan te A’dam. 10 1/2 uur kwam deze advocaat zeggen dat de gestapo aan de deur stond. In paniek trachtte ieder een kant uit te komen. Ik realiseerde mij toen ik achter het huis ook Duitsche stemmen hoorde dat het huis was omsingeld en bracht vlug wat belastende papieren in veiligheid achter een centrale verwarming. Smallenbroek, v. Namen en ik werden gearresteerd. De advocaat (die onze adviseur was) Gillieron en Hugo waren ontkomen. Om 11 1/2 uur werden wij ingesloten in het huis van bewaring aan de Weteringschans. Ik werd ingesloten in cel 18A1 een zeer donkere en ellendige cel. ’s Avonds verhoord door Fiebahn. Toen hij er niet in slaagde een bekentenis los te krijgen en ik geen namen wilde noemen stoof hij op mij af en met z’n gezicht vlak voor het mijne beet hij mij toe dat als ik niet onmiddellijk bekende hij vanaf 10 uur zijn maatregelen zou nemen. Hij zou mijn huis in de lucht laten vliegen en vrouw en kinderen arresteeren. Ik antwoordde hem dat ik dit dan zou moeten aanvaarden, hij had nu eenmaal die macht, maar daarom kon ik geen dingen zeggen waarvan ik niets afwist. Hij wuifde met z’n hand en zei, We krijgen je wel klein vriend dat lukt ons bij iedereen. Terug in mijn cel streek ik bij toeval langs mijn jas, hoorde iets kraken en ontdekte dat drie brieven, die sterk belastend waren en die ik in een bepaalde prop gedraaid in een notaris-zak bij mij had om ze ’s morgens op een “Kern”vergadering te gebruiken door de kerel die ons visiteerde over ’t hoofd waren gezien. Dit was een opluchting daar ik verder niets bij mij had dat belastend kon werken. Ondanks dit bofje had ik een beroerde nacht uit angst voor wat ze thuis zouden doen. Ik heb deze briefjes in propjes gedraaid en in de luchtrooster weggewerkt.

14/1 Uit mijn cel gehaald, moest tegen de muur staan maar werd toen zonder meer weer teruggebracht.

19/1 Opnieuw uit mijn cel gehaald. Thans werd ik door een zekere Rühl langdurig en zeer scherp verhoord. Ik had echter de tijd gehad om na te denken wat ik zou zeggen en hij kwam dan ook niets bijzonders te weten. Tenslotte werd hij razend en beet mij toe: Je dacht zeker je vrienden te sparen, maar die hebben we spoedig genoeg te pakken ook je vriend v. Hall. We weten waar ze vergaderen en dan spreken we elkaar wel nader. Ik gaf hier geen antwoord op, waarop hij zei: Ga maar eerst weer een 14 dagen naar je donkere celletje dan kom je wel bij. Door de onmacht om ze te waarschuwen raakte ik in een moedeloze bui en kon niet meer slapen.
(Later is mij gebleken dat 26 Jan. Hugo is gepakt die helaas zoo slap is geweest om de vergadering die v. Hall Nieuwenhuis en anderen 27/1 zouden houden te verraden waardoor ze 28/1 zijn opgepakt.)

(Ongedateerd) Plotseling werd 28 januari de bewaking zeer streng. De wachtmeesters liepen zwaar bewapend rond en machinegeweren waren in de gangen opgesteld. Ook honden liepen rond. Dit hoorde ik door medegevangenen aan elkaar vertellen. Daar ik nooit gelucht werd heb ik het zelf niet gezien. Ze vreesden, zoo zeiden ze dat de gevangenis zou worden overvallen. Mijn behandeling werd hoe langer hoe slechter. Weinig eten, verrotte aardappels, geen vet en geen verwarming. Twee zeer dunne dekens een stroozak zoo goed als zonder stroo op de steenen vloer. Bovendien geen licht.

2/2 Opeens ging mijn celdeur open en tot mijn groote ontsteltenis kwam Wallie tussen 2 D. wachtmeesters mijn cel binnen. Hij werd er meteen weer uitgeleid. Of dit opzet of een vergissing was weet ik niet. Daarna hoorde ik de cel naast mij opengaan en hij werd daarin opgesloten. Even daarna begon hij te tikken, maar daar ik nooit enig contact met een andere gevangene had gehad verstond ik dat niet. Hij kwam toen met z’n mond voor de spleet van z’n raam, riep mij op en vertelde dat hij 27/1 was gearresteerd. Hij had eerst in een lichte cel aan de overkant doorgebracht en was nu overgebracht. Hoe komt het in Godsnaam dat jij in zoo’n smerige cel zit. Ik zei hem dat ik niets had bekend en dat waarschijnlijk de straf was. Hij legde me toen uit hoe het tikken in z’n werk ging en we hebben toen tot ’s avonds laat, zeer tot ongenoegen van onze medegevangenen met elkander tikkend gesproken. Ik was toen zoo moe door de inspanning dat ik voor ’t eerst vast heb geslapen.

3/2 Ik werd uit mijn cel gehaald en zag toen Wallie buiten zijn cel staan. We werden tegenover elkaar gezet. We gaven er geen blijk van elkaar te kennen. Men wist dus blijkbaar niet dat hij bij mij in de cel was geweest. Ik werd daarna zeer langdurig door Rühl verhoord. R. werd woedend dat ik niets bekende.

4/2 Weer opnieuw verhoord, ik moest de grofste dreigementen verwerken.

5/2 Dito.

6/2 Stien jarig. Veel te verwerken zoo’n dag. ’s Middags uit mijn cel gehaald, weer tegen de muur geplaatst met anderen die ik niet kende. Deze werden weggevoerd en ik werd naar de cel teruggebracht.

7/2 8/2 Bitter koud, eten ellendig en veel te weinig. Echter vele goede gesprekken met Wally, die echter vooral de 8e zeer somber was en veel steun nodig had daar ze alles van hem wisten ook dat hij v. Tuyl was. Beiden probeerden wij te gissen wie dit allemaal gezegd kon hebben. Wat is het ellendig als je dan een makker alleen maar kunt vertroosten door dat koude tikken je zou hem zo graag eens de hand willen drukken en hem laten voelen hoe je meeleeft.
(Later bleek dat Hugo een tekening van de illegaliteit had gemaakt 6/2 door hem ingeleverd en alles had verraden. De rotvent!)

9-2: Opnieuw verhoord. Ze bleken nu ook van mij alles te weten. Alleen het NSF-verband wisten ze niet. Toch was ik nu overtuigd dat ik er ook niet door zou komen. Dit met Wallie besproken die mij toen vertelde dat daar toch wel kans op was. Er scheen iets tusschen te zijn waardoor dit niet zou gebeuren. ’t Was gek maar er zat een zekere troost in dat Wallie nu niet alleen die ellende doormaakte maar jezelf ook onder dezelfde druk leefde.
(’t Zat als volgt: Lom had gezegd ons wel te willen verraden mist wij niet gefusilleerd werden. Fiebahn en Rühl wilden die belofte houden. Lages niet toen bleek wie we waren.)

10/2 Wally jarig. Diep ontroerend was deze dag daar zijn zaak er steeds slechter voor kwam te staan en hij thans beslist overtuigd was er niet door te komen. ’s Middags weer verhoord. Rühl zei dat hij nu verlangde dat ik los zou komen en zou zeggen hoe het NSF werkte. Hugo had alles gezegd en ontkennen gaf niet. Als bewijs zei hij dat v. Hall hoofd van het NSF was en ik zijn plaatsvervanger. Ook thans weer alles ontkend.
(In Scheveningen heb ik aan Hugo gevraagd of dit waar was. Hij ontkende dit heftig. Later bleek het echter volkomen waar te zijn.)

11-2: Opnieuw verhoord. Heb bekend dat ik voorzitter van de Kern en van Natura was, doch heftig ontkend dat ik iets van het NSF afwist. Dit teneinde niet gedwongen te zijn iets van Wallie te moeten zeggen. Heb geen enkele naam genoemd. Rühl noemde mij echter keurig alle deelnemers aan de Kernvergaderingen op die hij op een lijstje had.
(Hugo!!)

12-2: Een der ellendigste dagen van mijn leven. Wallie werd 2x achter elkaar uit zijn cel gehaald. De 2e keer zei hij dat hij hoed en jas had moeten inleveren en dat dit het einde betekende. Hij verzocht mij verder te luisteren en gaf bepaalde wenschen op voor toezicht op zijn kinderen enz. Ik zei hem dat ik, wanneer ik er doorkwam, zooveel mogelijk de kleine zorgen voor zijn gezin zou trachten dagelijks weg te nemen en verder zou doen wat ik kon. Hij zei dat hij dat mij geeneens wilde vragen omdat hij mij kende sprak dat voor hem vanzelf. Halfvier werd hij weer gehaald en toen hij terugkwam zei hij dat hij ’s avonds met anderen gefusilleerd zou worden. Hij vroeg mij aan Til mee te delen dat zijn laatste gedachten bij haar en de kinderen zouden zijn. Daarna zei hij dat hij een vreeselijke strijd had om van zijn liefste te scheiden en nam toen afscheid. Totaal kapot was ik. Wat is de vrijheid duur gekocht. Toen ik het barsche bevel hoorde om uit zijn cel te komen wist ik mij geen raad meer.
(Later gehoord dat hij in Haarlem is gefusilleerd o.a. met W. Speelman en Nieuwenhuis)

cac1av45.jpg
Jaap Buijs en echtgenote